De Eerste

‘Hoe kunnen jullie meters verwijderd zijn van een monster en niets doen!?’ Roept de vrouw met pijn in haar hart en een overslaande stem.
‘Houd je bek, bitch,’ lacht een metgezel van het monster naar haar. Hij oogde minder succesvol en moest daardoor waarschijnlijk beter zijn best doen om erbij te horen. Ik zeg hier moest, maar dat moest natuurlijk helemaal niet en eerlijk gezegd zat niemand er echt op te wachten.

De man aan het tafeltje, ook wel bekend als het monster, is omringd door twee siliconentillende cocktalejurkjes met pikante botoxbakkesen daarboven. Hij weet een lachje tevoorschijn te toveren eer hij zijn visitekaartje naar de hysterische vrouw werpt en in de ogen van zijn palmsnoepjes afleest dat dat de alfa-zet was.

‘Dit is een speciale uitvoering, hij werkt ook als sleutel voor mijn penthouse suite in the four seasons downtown,’ knipoogt hij.

De vrouw begint te beven van angst en woede en ontploft bijna uit haar schoenen nu ze de ongegeneerdheid van deze man ziet. Ze heeft geen woorden, enkel blikken en richt die overal om zich heen, niet wetend waar ze het zoeken moet. Ze probeert te achterhalen of er iets in haar handtas zit dat scherp genoeg is, maar niets schiet te binnen.

‘Hij heeft onze zusters verkracht!’ schreeuwt ze paniekerig en met alle ernst in de ogen van de vrouwen naast de man. Ze reageren niet.

‘Ik ben blij dat we in een land leven waar jij jouw mening zo vocaal mag uiten, meissie,’ zegt hij vaderlijk tegen de dame, terwijl hij eens goed in zich opneemt wat er onder haar kleding schuilgaat.

‘Hoe… Hoe durf je?…’ Stammert ze radeloos. Ze kende de man alleen van de logo’s en het nieuws, ze kende alleen de misdadiger, het monster, de volksvijand, ze had zich niet beseft dat al die verhalen geen fysieke duivel betroffen, maar een mens, net als zij. Net als alle anderen.

‘Wat dóén jullie nog met dit walgelijke wezen!? HIJ IS EEN MONSTER!’

‘Haha, right? Dat hoorde ik ook inderdaad een keertje, hihi,’ doet de linker.
‘Mensen praten zo veel shit wanneer ze jaloers zijn, ugh,’ rolt de rechter met haar ogen
‘Right?’ doet ze weer.
‘Ja, hij is ten minste iemand, wie ben jij?’ vraagt de rechter met gefronste wenkbrauwen.
‘Ja, wat stel jij eigenlijk voor? Horen wij jou te kennen?’ gaat de linker verder.
‘Ik denk dat als je respect hebt voor jezelf dat er dan niets ergs kan gebeuren,’ besluit de rechter met een goedkeurende blik van haar leverancier.
‘Ja, en er zijn echt wel van die sletjes die het allemaal doen om geld. Ze moeten niet zoveel aandacht naar zichzelf trekken dat is wat ik denk, maar goed dat is gewoon mijn mening en zo begrijp je?’
‘HOE KUNNEN JULLIE IN GODSNAAM ZO ACHTERLIJK ZIJN DAT JU-‘
‘Sorry hoor, maar kan iemand deze vrouw verwijderen? Ze schreeuwt zo. Dat is niet netjes,’ roept de man vervolgens.

De vrouw ziet drie kasten van mannen aan komen wandelen die haar eerst vriendelijk verzoeken te gaan, tot ze haar onder de oksels pakken en meesleuren de tent uit. De man in het midden heeft een blik in zijn ogen waar ze meer in leest dan hij mogelijkerwijs gevoeld kon hebben op dat moment. Alsof ze een boodschap van hem af kon lezen die in zijn gezicht geschreven stond. Het emotionele manifest van zijn gelaat:

Ik zal toch nooit verantwoordelijk worden gehouden en ik ben te belangrijk om niet te krijgen wat ik wil. De wet is niet van toepassing op mij. Honderdduizend vrouwenstemmen zijn minder waard dan mijn fortuin. Ik ga straks deze trut naast me verscheuren voor dit grofgebekte kutwijf die mijn avond zomaar komt verstoren. Ze weten hoe het gaat, ze doen er zelf aan mee, ze komen niet voor niets bij me, misschien is dit haar fantasie wel, misschien betaal ik dezelfde kleerkasten om je even een rondje om te laten maken met ons. Je bent vuil. Weet je dat? Je bent absoluut onomstotelijk onmiskenbaar onlosmakelijk vuil voor mij, want ik heb meer dan jij en je hele loederfamilie in vijf generaties kunnen verdienen. Dat betekent dat ik zelfs met je dochtertje zou mogen spelen zonder dat je daar iets aan kon doen. Misschien doe ik dat wel. Misschien laat ik je wel bezwangeren en zie ik daarna of ik je dochtertje mooi genoeg vindt wanneer ze die heerlijke leeftijd bereikt. Zó veel macht heb ik, lieve jonge sappige schat. Zó veel macht. Dus kóm dan. Wat wil je doen?

Eenmaal op straat hoort ze het geloei van sirenes en het zingen van kogels; een ongemakkelijke ladder van quasi-dissonante klanken, gevolgd door pijnkreten die enkel uit een uitgemergelde ziel kunnen komen. De jammerklacht van generaties die bezweken onder hetzelfde lood dat deze organen perforeert. Ze surveilleert de scène en ziet agenten overmand door gejuich en gefluister onderling. Een andere agent wijst ineens in de verte en roept
‘Daar is er nog een!’
Het korps besluit snel wie er achter moet blijven om aan de officier moet gaan uitleggen hoe de vorige doodging en rukt dan direct weer uit.
‘Het is net als GTA!’ Zegt een van de biggen enthousiast tegen zijn vriend terwijl hij de passagiersdeur van de auto opent.

Uit het veld geslagen door de kakofonie van leed dat zich overal om haar heen steeds sterker laat klinken besluit de vrouw zich naar huis te haasten, weg van de nachtelijke taferelen. Ze strompelt wat misselijk over de stenen paden en struikelt haast over de daklozen die om de twintig meter zitten te verleppen en hun ruggen tegen de eindeloze muren leunen. Ze vroegen eerst nog om wisselgeld aan de treurige voorbijgangers, maar niemand heeft wisselgeld.

Het weer is miserabel, het voelt als een halfgare versie van het seizoen dat het hoort te zijn, alsof zelfs de atmosfeer niet echt meer zijn best doet. De kou heeft geen beet en de warmte wakkert geen passie meer aan. Het temperamente toneelstuk dat zich ooit onder de zon afspeelde was een soort ijdel najagen van kunstmatige ideaalbeelden, bewerkte plaatjes en filmfragmenten geworden. De wereld van het spektakel, de wereld van het veredelde bekekene en het meedogenloze exhibitionisme. Het huis van de geprogrammeerde mens.

Er ligt een fijngestampt restant van een colablikje dat nu meer wegheeft van een hockey puck voor haar voeten en ze trapt ertegenaan. Het blik schraapt en ratelt en komt een meter of acht verder weer tot stilstand. En hoewel ze normaal gesproken altijd voor de tweede trap ging, en de derde, was de straat nu rustig genoeg om het blikje helemaal naar huis te trappen, maar had ze er geen zin in. Ze trapte tegen het ding aan en voelde niet wat ze normaal voelde.

Voorheen wanneer ze tegen een blikje trapte op straat sprong er een vonk van enthousiasme door haar hoofd. Met de eerste trap was het spelletje begonnen en kon ze stoeien met alle gedachten die horen bij het naar voren trappen van dingen op straat; hoe vaak kan ik hem raken, zitten er mensen in de weg, heb ik zin in cola, waar gaat het landen, hoe hard moet ik trappen, hoe hard kán ik trappen?
Maar dit keer trapte ze tegen het blikje aan en dat was het.
Ze had net tegen een oud blikje aangetrapt.
En nu lag het in plaats van hier daar.
En het had wel een geluid gemaakt, maar dat was toch ook wel te verwachten dacht ze. Wat dom eigenlijk. Waarom vond ze dit leuk? Ze zette een paar stappen en het blikje kwam dichterbij. Haar instinct wilde alweer de hak naar achter gooien en de punt tegen het aluminium rossen, maar er was geen ondersteunend gevoel dat de voet in beweging zette. Ze keek naar het blikje, was zich volledig bewust van de normale gang van zaken, maar kon niet de moeite opbrengen om daaraan mee te doen. Wat bereik je daar ook mee? Dacht ze tegen zichzelf. Ik ben geen kind meer…

Vanuit het zwart van de hemel begint het te regenen. Ze denkt aan een grap die iemand eerder had verteld in de comedy club, de verteller was even boos als bombastisch geweest:wat is het verschil tussen een Irakese moslim en een Chinese moslim? Chinese moslims bestaan niet. Wat is het verschil tussen Irakese moslims en Amerikaanse moslims? Irakese moslims krijgen wél geld van de Amerikaanse regering om hun leven structureel te veranderen. Wat is het verschil tussen een Sunni en een Shi’a moslim?

Ja precies, boeie… Who cares? 
En tot slot, na wat venijnige blikken het publiek in, had deze boze komediant geroepen: ‘Jullie denken allemaal dat je zo heilig bent. Maar als de chinezen organen oogsten van hun concentratiekampslachtoffers, wat doen ze dan met de doden in de ICE kampen denk je? Een persoon is 2 miljoen waard wanneer je zijn organen verkoopt, je denkt dat die kapitalistische jakhalzen geen nieren en levers verhandelen van kansarme migranten? Jullie worden allemaal voorgelogen! Wij zijn China! Wij zijn de monsters! Hitler leeft! Mao leeft! Mussolini leeft! Stalin leeft! FUCK JULLIE! FUCK AMERIKA! WIJ ZIJN DE KANKER!”
De mensen in de zaal hadden kostelijk gelachen.

Ze had als klein meisje altijd gedacht dat het leven magisch was en de mensen speciaal. Dat we allemaal een geweldige unie vormden van wezens die zich even bezeten voelden door dat prachtige sprookjesverhaal; een wereld in harmonie. Ze had gedacht dat haar leven te spelen zou zijn als de computerspelletjes. Dat ze een soort kriebels in haar borst zou voelen bij het beseffen dat ze leefde, vergelijkbaar met het verslaan van een eindbaas. Dat het behalen van haar doelen en het verwezenlijken van haar dromen iets zou uitrichten. Dat de wereld wijzer werd met haar. Dat ze er toe dééd. Dat ze iets wáárd was. Maar eigenlijk, nu ze in de verte weer een automatisch magazijn geleegd hoort worden en terugdenkt aan de man van eerder, maakt ze helemaal niet uit en kan ze helemaal niets. Ook al weet de hele wereld van de duivel, en sta je er letterlijk naast, met beide vingers te wijzen terwijl hij op rituele wijze een zooi maagden offert, het maakt niet uit. Het maakte allemaal gewoon niet uit. Alles ging door zoals het was en gerechtigheid kwam niet. De meest verwerpelijke mensen waren toevallig het meest machtig en jij was niet gelijk wanneer het hen niet uitkwam. Zo simpel was het.

Ze heeft honger, maar het enige voedsel dat de stad aanbied op dit tijdstip is verzadigd met reuzel en plastic en verspilling en het stillen van haar honger doet waarschijnlijk meer kwaad dan zij goed kan doen met de geabsorbeerde kilojoules, dus waarom zou ze eigenlijk? Het was haast arrogant om eten te halen. Je deed anderen pijn met het voeden van jezelf. Moest je het dan wel doen? Was je dat waard? Had jij dat verdiend? En hoe kon ze ooit een fatsoenlijke woning vinden voor die zonnige toekomst als ze dingen als snacks kocht? Ze moet sparen, want ze heeft een kind nodig en ze werkt voor een bedrag dat na honderden jaren protesteren en terreur en sluipmoord en samenzwering en massamoord en onderdrukking tot stand is gekomen en nu gehanteerd moet worden als het absolute menselijke minimum waar een werkgever mee weg kan komen. En meer gaan ze dan godverdomme ook niet geven ook, want rechtszaken zijn duur en mensen zwijgen niet voor niets. Haar maag knort door, maar ze besluit voor honger te kiezen.

Serieus?
Nee, nee, wacht even.
Ik heb honger.
Waarom zou ik niet eten?
Hoeveel erger kan ik zijn dan hij?
What the fuck doe ik eigenlijk fout?
Als ik eerder had gegeten had ik nergens last van gehad, maar dat kon niet want ik had geen brood of fruit meer thuis, maar ik was het gister vergeten te halen, maar ik was ook te druk bezig met het voorbereiden van mijn set, maar je hebt altijd problemen met werk en privé gescheiden houden en je zorgt niet goed voor jezelf, je kunt voor geen flikker plannen, maar de rest gaat eindelijk iets beter, maar als je het ene vertikt te doen heb je weer tijd voor de rest, dat is makkelijk praten, maar god, oh god wat ben ik moe. Hoe kom ik hierop? Waarom zit ik altijd mijzelf af te straffen? Ik denk zoveel klotedingen dat ik amper meer vooruitkom, maar los je problemen op dan, dan heb je er geen last meer van, maar ik los al jaren problemen op, het houdt niet op, het blijft stapelen en stapelen en het gaat nergens heen tot de dood me neemt, maar hoe lang nog? Hoe lang nog? Maar wacht hoe kom ik hier op? Oja ik heb honger. Ik heb écht zin in wat eten, gewoon iets lekkers. Net als vroeger… Ik ren morgen harder en weiger de komende vijf snoepjes van mensen, ik heb iets nodig. 

Ze neemt plaats in een pizzakebabzaak en bestelt een broodrol met groenten en vlees. Op de tafel ligt pizzabestek. Een vork en een scherp gekarteld mes. De regen buiten klettert nog wat tegen het raam en gaat vervolgens liggen. De man achter de toonbank schaaft wat korsten van de rondtollende schapenbout die smakelijk naar beneden vallen en zich ophopen in een bak daaronder. Op de televisie die bovenin een hoek hangt is een foto te zien van een man die zichzelf recentelijk van kant gemaakt heeft, of ten minste, dat is wat ze wilden dat we dachten. Hij had het mentale strafblad van een Dutroux gehad, maar geleefd als een Dagobert Duck. Bleek dat Dutroux zijn niet tegen de wet was, niet genoeg nullen achter je naam hebben was tegen de wet. Nog zo’n geweldige demonstratie van de zalige rechtvaardigheid en eerlijke balans in onze nobele samenleving. Wat werkten we toch allemaal voor aimabele doelen.

De dürüm wordt geserveerd en ze staat op het punt een hap te nemen wanneer ze buiten geschreeuw hoort. Niet zomaar geschreeuw, maar verwend wijvengeschreeuw. Een geluid uit duizenden. Het is een soort gejoel dat alleen afkomstig kan zijn van halfdronken spoedpoezen die voor het eerst uit een limousinedak hangen en de hele stad dat moeten laten weten.

Ze herkent de stem van eerder.
Ze kijkt naar buiten en ziet een stoplicht naast het raam op rood springen. Het nietsvermoedende meisje en de desbetreffende bolide komen in zicht. Ze verdwijnt even terug de auto in en komt tot slot weer boven met de man naast haar. Als een soldaat die  zijn hoofd een moment boven het loopgraf heft om de zoete buitenlucht te mogen proeven.
‘Wooooooooeeeee!!!! HOLLYWOODDD!!!’ Zeurt het centre fold model de nacht in.
‘Hahá! Yeah! Hollywood!’ Probeert de man met overtuiging te roepen, maar hij is veertig jaar ouder.

Het is nu of nooit. 

Ze bedenkt zich geen moment, legt haar broodje neer, wikkelt haar palm om het lemmet en wandelt vastberaden naar buiten. Het stoplicht schijnt dezelfde kleur rood als altijd, de gebouwen vernauwen de hemel, de brede stoep zakt vijftien centimeter naar beneden om plaats te maken voor de straat. Ze is nog geen paar meter verwijderd. Ze bedankt zichzelf dat ze sneakers draagt vandaag. Ze rent richting de auto, zet zich af, werpt zich op het dak nog geen halve meter bij de twee feestvierders vandaan, heft haar hand en voor iemand er erg in heeft dompelt ze het mes in de nek van het monster, die voor het eerst sinds ze hem kent een blik van oprechte angst en verbijstering draagt. Hij is verwilderd en paniekerig aan het sputteren en hij reikt naar zijn nek terwijl het gorgelen en de klonten haar concentratie opeisen. Ze rukt het mes eruit, trekt aan zijn haren zijn hoofd naar achter om een goede blik in haar ogen te bieden en ze steekt hem nogmaals terwijl ze hem aankijkt. Onder het genot van de doodsangst die uit de ogen geprojecteerd wordt stuwt ze de punt van haar pizzames door zijn hart. Ze kijkt hem aan:
‘Er is geen penthouse op de begane grond. Hier sterf je net als wij, zonder dat iemand er iets aan kan doen.’
‘Het.. Het spij… Het sp-,’ sterfstottert het monster
‘Dat boeit me niet. Niemand geeft meer om je spijt. Iedereen wilt dat je sterft. Dit is wat je verdient,’ zegt ze terwijl ze een laatste horizontale hap uit zijn strot neemt met de gekartelde tanden van het mes.

Het gekrijs van de golddiggers alarmeert de chauffeur en hij poekt hem over het kruispunt zonder medelijden. Verkeersboetes betekenden toch niks voor hem, daarmee veegde zijn baas zijn reet af. De vrouw op het dak raakt haast in shock, keldert weer terug de wagen in samen met het lekkende lichaam en gaat daar verder met traumaverwerking. De andere vrouw valt van het dak af en klapt neer op de natte straat. Ze staat snel op, ontwijkt een langsrijdende taxi en rent naar de kant, terug naar de pizzeria om het mes terug te brengen en haar dürüm op te eten. De man achter de toonbank kijkt naar haar, maar beweegt zijn lippen niet. Pas wanneer ze een paar happen van haar eten verder is en de sirenen zich beginnen te melden in de verte spreekt hij:

‘Was dat ‘m?’
‘Dat wás ‘m.’
‘Dat is erg dapper van je.’
‘Het lost het probleem niet op, maar het is er weer eentje minder.’

Even later wordt ze opgepakt en overhoord. Ze legt haar verhaal uit en zegt dat ze zich nog nooit zo goed heeft gevoeld. Ze heeft eindelijk iets échts gedaan in de wereld. Ze heeft iets veranderd. Ze heeft honderden mensen gerustgesteld met haar daad. Ze heeft het kwaad vernietigd. Ze is een heldin. Ze heeft een onaanraakbaar monster ten val gebracht. Ze heeft iemand die boven de menselijke wet stond gereduceerd tot een slaaf van de natuurwetten. Ze roept mannen en vrouwen over de hele wereld op om hetzelfde te doen. Er is maar een gigantisch minieme elite die zich moet bewegen door de massa’s van het gepeupel. Ze zijn nooit veilig. Het volk is de ultieme terreur voor de gegoede burgerij en zij die ons willen bespelen, want al hun bewegingen vinden plaats in de zee van ons. Er is geen welvarend zwijn dat zonder zijn obers kan leven, zonder zijn huismeisjes, zijn chauffeurs, zonder buitenlucht. Als de wet deze mensen niet meer in toom kan houden is er geen andere optie dan ostentatieve moord als waarschuwingsmechanisme. Je hebt ons te respecteren. Wij laten ons niet misbruiken zonder weerwoord.

Ze heeft geen persmoment gekregen en doet nu levenslang voor monstermoord. Maar dat is wat een heldin doet, denkt ze, haar eigen leven geven voor de verbetering van anderen.

In bruisend zaanlicht
Preekt een geest
die duizlingwekkend
aandachtvragend

In een ander

aandacht breekt
Ik ben de schepper
wreed en duidlijk
Ik ben de vliegeraar zoals

Een ieder die zich
aan me opdringt
die me opdrinkt
met zwarte ogen iris
Mime als ik talm
denkend aan de tarnehelm

De duivel lacht
in dorpsgebeden
Dat de gek de brug
op gaat en dan
verdrinkt aan overtuiging
Ik ben de schepper
Ik ben de tijd

Lief je lacht stil
in de treinen lig je
breekt van tijd tot tijd
Ik genoot van hugen
dat ik lieflijk in het spugen
kon bevinden wat ik mijd

Damascusezel tot het paradijs
Ik ben alleen op deze reis

Geen Titel

Ik bekeek net wat videobeelden van mensen uit Hong Kong en ineens kreeg ik het brandende verlangen om de politie dood te schieten. Om de ME te mutileren, om met een scherpschutgeweer ergens in een toren te klimmen en langzaam maar zeker de mannen met schilden hun achterhoofden te laten ontploffen onder de druk van mijn kogels. Ik begon bijna te bidden voor een genocidale maniak die onaangeraakt door de massa’s van uniformen kon baggeren, ieder aan-de-staat-gehoorzaam wezen op zijn pad slachtend voor de ogen van zijn kameraden. Ik zou zo graag mierentactieken zien in de straten daar, waar de ledematen worden afgerukt terwijl het gezicht van de onderdrukker ondergetuft wordt met een vleesetend zuur. Ik zie een agent sprinten en een snoekduik maken voor een weerloze jongeman. Ik zie agenten met zijn achten inraggen op omstanders. Ik hoor het schreeuwen om hulp, maar welke andere hulp is hier mogelijk behalve een moordlustige eliminatieronde van de megalomane gummyknuppelzwijnen? Wat kun je doen tegen de staat behalve campagnes van terreur? Behalve brute slachtingen van hun best bewapende stukken tuig? Want is dat niet precies wat de tactiek is van willekeurige burgers in elkaar klappen? Angst? Afweren door middel van doodsvrees? Is terreur niet ook gewoon het laatste middel van de staat om gehoorzaamheid af te dwingen? Balanceren deze territoriale disputen niet allemaal op een worst-case-scenario slachtingsprognose en sterfecijferinschattingen en hoeveel doden te overzien zijn m.b.t. de economie en de positie op de globale competitieranglijst? Buigen we niet iedere dag voor de best georganiseerde misdaad op Aarde? Accepteren we niet iedere dag dat moord soms noodzakelijk is om te krijgen wat je wilt? Aanvaarden wij niet met iedere tank benzine die we volpompen dat mensen moeten sterven om beleid te veranderen? Kunnen we ooit van een droge revolutie spreken? En kun je op een internationale autoriteit vertrouwen om zichzelf gestaag te ontmantelen? Is dat reëel? Is het redelijk om aan de rijksten te vragen wat op te geven? Is het redelijk om aan politici de wensen voor te leggen van hen wiens stem niet uitmaakt? Of moeten de obstructies gewoon weggehaald worden? Moet er schoongemaakt worden in de hoogste echelons? Verdienen de aandrijvers niet een keer de zweep?

Maar goed, het is ook niet hún schuld natuurlijk. Zij doen ook hun werk maar. Misschien zijn ze zich wel helemaal van geen kwaad bewust.

Ik wel.

En ik kan niets anders voelen dan slachtingsijver bij het zien van dit erbarmelijke lot.

Egomongolen

NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
misschien is het verstandig om elkaar een kans te geven en
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
maar als iedereen zo hard aan het schreeuwen is dan
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
ja, jongens, het wordt er niet beter op op deze manier. zien jullie niet
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
dat jullie eigenlijk allemaal hetzelfde willen
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
maar te bang zijn gemaakt door de chaos
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
om ons heen om nog geciviliseerd te kunnen discussiëren?
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
heeft dit zin? luistert er iemand?
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
jongens, dit gaat gruwelijk fout op deze manier, houd op
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
het schreeuwen is deel van het probleem! Waarom luisteren jullie niet?!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
Verdomme, jongens, wat jullie op het punt staan te vergooien is meer waard
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
Dan jullie gelijk! Geloof me nou!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
GODVERDOMME LUISTER NAAR ME! WE MOETEN DOEN WAT IK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!
NEE, WAT WE MOETEN DOEN IS WAT ÍK ZEG!!!

En we stierven allemaal met onze eigen “ik zei het toch”, maar dat maakte niets meer uit.

De Engel is Gekomen

Het stormwater klotst zich tegen de treinramen aan. Van het intercomgekraak van de machinist is niks meer te verstaan, maar de baby verder in de coupé huilt steeds harder als de mechanische schuifdeur opengaat en daar, op een perron waar niemand uitstapt, stapt de engel binnen.

Een kort gefladder is nog te horen maar dan stapt de Godsgezant met een beschaafd kuchje de tweedeklas stiltecoupé binnen. Een sjofel figuur, niet tussen man of vrouw te plaatsen, de veren netjes onder zijn jas gestopt, al schijnt zijn lichtend aureool nog door zijn katoenen pet heen. De engel zit zich recht tegenover de moeder met de huilende zuigeling, die direct diens gejammer staakt. De gehele coupé kijkt vol verwachting naar de hemelse bezoeker.

Dan stopt het gedonder, de storm compleet verwaaid en de trein lijkt haast geruisloos zich verder langs haar ijzeren omhelzing te glijden. De engel kijkt met een goddelijke blik de moeder tegenover hem aan en knikt dan medelevend. Haar kind valt met een lach op het gezicht in slaap. Dan opent hij zijn mond en spreekt een woord.

De moeder klemt haar kaken bijeen, de bejaarde ouderen tegenover doen hetzelfde en plaatsen hun tongen in het kleine gat tussen hun tanden terwijl ze hun vingers wijzen naar een wittig schrijfsel op het treinraam, en ieder in de coupé laat zich horen in een zacht doch dwingend sissen.

De moeder prevelt met lage stem waar de engel het woord ontnomen wordt: “Stiltecoupé: niet praten, niet bellen, en niet hardop muziek luisteren.”

De bezoeker kijkt met een blik van verbazing, terwijl een heilig engelkoor zich stil voorbij laat rijden. De baby schrikt uit het niets wakker en geeft een korte kreet, maar deze lijkt niet gehoord, zeker niet door het bejaarde echtpaar aan de andere kant van het gangpad.

Langzaam doemt het volgende station op in de verte, de engel staat op en kijkt weemoedig naar de fronsende menigte. Dan stapt het hemelwezen de coupé en dan de trein uit, laat zijn jas op het perron vallen en stijgt met zijn vleugels met verbluffende snelheid op.

De speakers beginnen weer te kraken, wat de baby in schaamteloos schreien laat vervallen, maar wat de moeder ook probeert in haar geluidloze pogingen, het kindeke lijkt ontroostbaar.
De machinist benoemt het huidige station, de eindbestemming van het zwijgend treintraject en de plaatselijke overstapmogelijkheden. En dan, terwijl de eerste regendruppels zich laten zien op de verweerde treinramen, is het net zo stil als eerst.

Regen

Ik ga de regen achterna
dikke wolken tranen snel
die vallen neergeslagen
over wallen zie ik zon

zo strepen nauw mijn ogen
tegen holle vlekkebeelden
kijk langs druipend wangewater
sluipend goudgeel medaillon

De regen gaat me achterna
in donkerblauwe avondstoet
de volle stromen blijven komen
als naar onnavolgbaar doel

Maar na de regen wacht me warmte
opdat ik mijn natte wangen voel

Leren van de meester

Ik bad niet
omdat ik wist waarom of
andersom de sterren keerde

Ik bad niet voor
wat mij ontbeerde
of een ander ook ontbrak

Ik kon niet bidden
of beminnen
wat ik sterk liefhebben wilde

Ik gaf geen beden
voor verleden
dat mij zag als aardig zwak

Ik bad niet voor
de dag de wind de hemel
op mijn dicht gezicht

Ik smeekte nooit
om dat mij tooit
en vangen laat in zonnelicht

Maar ik wil gebeden
grif ontleden
– laat voor mij verlossing zijn

dat ik nooit bad
voor ik jou kende
mij verwende Maagre Hein

Echo

ik weet wat in elkaar weerspringt

het slaat en breekt
in stem
op straat

ik weet wat zingt en barren laat
ik ken de duizend schaamgestaltes
ik weet van alles s’avonds laat

Mij is bekend
lallende dwazen
roepend om een laatste zang

Ik weet van straatlicht als
de sintels doven in
het feestgedrang

je zal ze smeken om te zwijgen
als je oud
en bitter bent

je zal weerklinken
en verspringen
als je deel van vroeger bent

Maar laat de dronken straat zich horen
lachend in de zwalkenacht

dan is geniepig
toch verworden
wat ik van mijn vrienden dacht