Gematineuzel [Snap je want Matineus Geneuzel – dat is kunst hè]

Hij wordt wakker in zijn studio, kijkt naar zijn vriendin die naast hem ligt en bedenkt zich dat mensen van nu tot het begin hebben gerust in een soortgelijke houding. Naast elkaar. Of het nu uit noodzaak, toeval of liefde was.

Ergens zijn die andere mensen anders, maar in essentie verschillen ze niet zo veel van elkaar. Hij gelooft ook heilig dat hij hij is. Alle specifieke aspecten van deze hem die daarbij komen kijken zijn tijdsgebonden bijzaken die voor hem importantie dragen omwille van zijn overlevingskansen. Sensaties die binnen zijn skelettenkooi heel bijzonder voelen, maar in het fenomeen “menselijkheid” geen deukje kunnen maken.

Hoe vaak is hij in die honderdduizenden jaren echter wakker geworden? Welke werelden hebben zich rond zijn lichaam gevouwen? Zou de genegenheid die hij ervaart bij het aanraken van haar hand overeenkomen met de sensaties van onze prehistorische voorouders? En het denken aan een fijne herinnering met haar? Was dat gevoel veranderd over de millennia? Zou hij anders over het leven hebben gedacht als hij toen geboren was? Beter, slechter, saaier, spannender? Of waren de organen die hem van deze gevoelens voorzagen in essentie niet zo veel veranderd met de jaren?

Zou hij zijn computer missen als hij ineens in het stenen tijdperk zou ontwaken? Of zijn telefoon? Op vakantie was hem altijd opgevallen hoe weinig de televisie voor hem betekende zodra er een zwembad en voetballende vriendjes waren. Wanneer hij naar school moest stond dat ding rustig zes uur per dag aan, maar op vakantie kon hij alleen maar aan spelen denken en was het net of de beeldbuis nooit bestaan had.

Hij probeert zich voor te stellen waar hij zich zorgen over zou maken als hij zeventigduizend jaar geleden zijn ogen had geopend. Wat zijn gedachtenspectrum zou bevatten: Spel, dans, taal, muziek, liefde, jacht, sport, kuddedingetjes, overlevingsvrees, sociale kalenders, verjaardagen, ontgroeningen, seks. Veel van de dingen waar hij nu ook aan denkt maar dan zonder alle marketingconstructies, vermakkelijkingsgadgets en onnozele overbodigheden van de contemporaine samenleving.

Hij zou leven van en met de Aarde. Hij zou geen andere keuze hebben. Er was geen microchip; er was macrokorst. Door-de-goden-gemaakte eindeloze korst. Begroeid, bewild, bewonderingswaardig. De mens was onderdeel van het alles in plaats van regeerder. Waarnemer in plaats van nemer.

We genoten van onze nieuwgevonden emotionele giften en gebruikten ons intellect om elkander te voorzien van voedsel, kennis en liefde. Op de gerantsoeneerde diëten die moeder Aarde te bieden heeft wanneer ze niet bevuild is door pluimveestallen is namelijk niet zo’n denderende voorraad te halen dat een selecte elite zich kan onttrekken aan alle verantwoordelijkheden van de groep zonder daarvoor op den duur de keel doorgesneden te krijgen.

Zijn vriendin knijpt in zijn hand. Ze slaapt nog. Droomt waarschijnlijk. Iets dat tegenwoordig doodgeslagen is en beroofd van enige diepere betekenis door de zielloze westerse indoctrinatie van spookjesloze horror. Niets is magisch, niets is fantastisch, niets gaat ergens heen, er is geen doel, geen verlossing, geen oplossing. Er is enkel het oersaaie zintuigelijke bestaan en vernietiging van minderbedeelden waar wij gelukkig geen last van hebben omdat we het huidige wereldrijk zijn en dus profiteren van de vermorzeling. De enige uitzondering waarin geloofd dient te worden is het voor-de-kar-gespannen teleologische proces van gestage verbetering dat de misdaden van het systeem goed moet praten.

Haar grip versterkt. Hij denkt aan die keer in het klimbos en probeert die herinnering naar haar te communiceren via zijn huid. Hoe ze tussen de takken klauterden en van stronk naar stronk suisden; hoe comfortabel ze was geweest op twintig meter hoogte. Hij denkt aan de eerste avonden van hun samenzijn. Ochtenden vol gegniffel en gegrinnik. Warme momenten met zachte gelaten. Woorden die welgemeende genegenheid moesten overdragen. Bevlogen gevoelens gevangen en overhandigt aan de ander, om mee te doen wat ze wilden.

Onze technologie is een verademing, koelkasten maken alles beter omdat we nu minder tijd hoeven te besteden aan onszelf en dus meer voor de baas kunnen doen. Medicijnen onderdrukken, verslappen en houden-in-stand. De werkeloosheidswet is geweldig in een wereld waar je moet werken om te mogen bestaan maar zou ronduit absurd zijn voor onze voorouder die naastenliefde als noodzakelijke vanzelfsprekendheid zou ervaren, opdat zijn stam evengoed hem was als hij zijn stam. Maar alsnog is deze wereld beter dan we ons ooit hadden kunnen voorstellen. De pracht die wij als mensen hebben gebouwd is ongeëvenaard in het bekende universum. De keuzes die we hebben moeten maken om hier te eindigen spreken boekdelen over wie we werkelijk zijn. De zielen die macht moeten hebben gehad om dit knekelhuis te kunnen construeren ziek en sinister.

Een bloem breekt door de grond van zijn hart en bloeit rond zijn ribben richting haar boezem. Hij observeert haar terwijl het gevoel toeneemt. Ze is niet de mentale foto die ze wellicht ooit zal worden. Ze is nog geen herinnering. Ze is hier écht. Ze zijn samen.

Toch is het de best mogelijke wereld en wordt het langzaam beter. En als je daar een probleem mee hebt dan hoort je omgeving graag jouw haarfijn-gedetailleerde alternatief voor een miljoenenjarentraject. En als je die niet paraat hebt ben je gewoon weer zo’n randgeval zeikerd die zijn smoel moet houden terwijl de bevoorrechte betweters hun belangrijke meningen verkondigen, omdat je probeert populariteitspunten te scoren met een waarheid die iedereen reeds geïnternaliseerd heeft, maar niet openlijk toe durft te geven aan zichzelf iedere dag, opdat zelfmoordgedachten op afstand gehouden dienen te worden. We slikken nog liever mentale-evenwichtspillen dan dat we twijfelen aan de speeldoos waarin wij ons mens-erger-je-niet moeten uitzitten. Maar ook al hadden ze honderdduizend jaar geleden geen intercontinentale raketten of sweatshops was het toen minder beschaafd. Een klap in je gezicht is brutaler dan zestig jaar dankloos sloven.

Hadden ze het zich voor kunnen stellen vroeger? Of zouden onze voorouders honderdduizend jaar geleden ook om zich heen hebben gekeken naar een gewelddadige wereld van diersoorten waar zij voor vreesden en hebben gedacht “Nee, met de tijd wordt het beter.”

Want terwijl ik naar mijn vriendin kijk en me besef dat haar gezelschap me meer vreugde brengt dan mijn koelkast moet ik me toch afvragen of het er wel allemaal zo veel beter op is geworden. Of onze voorouders hiervoor zouden tekenen als ze de volle implicaties zouden kennen. Als ze zouden beseffen dat alle “moeite” die ze moeten doen om te overleven – die “moeite” die wij zo collectief schuwen, of het nu om een schoonmaakfunctie of een derdewereldleven gaat – precies hetgeen is dat ze menswaardig maakt. Dat er meer trots ligt in een heldendood dan een slavenleven.

Niet dat ik ieder aspect van de huidige wereld schuw hoor. Het is allemaal best aimabel hoe een praatgrage apensoort zich meester heeft gemaakt van de Aarde.
Maar dan nóg. Als ik naar mijn leven kijk zijn de bronnen van mijn diepste geluk altijd de eeuwigheden geweest. De dingen die er ongeacht snufjes en foefjes waren. Onze lichamen, onze karakters, onze waarheden, waarden, waanzin en liefde. De bossen, watervallen, dieren, bergen en oceanen. De sterren. De zoektocht naar betekenis. Het meemaken van uitdagingen met geliefden aan je zijde. Het verwerken van tegenslagen met iemand die van je houdt. De magie van ergens in kunnen geloven. Jezelf overwinnen. Het menselijke dat steeds verder verdrongen wordt. Dát is wat de wereld leuk maakt voor me. Ik zou me niet gelukkig wanen in een paradijs gevuld met eikels. Ik zou me wél gelukkig kunnen wanen op een desolate vlakte met mijn gekozen familie.

Helaas is deze planeet verre van desolaat op het moment en stevenen we gezamenlijk af op een catastrofe gelijkend aan die van de dinosauriërasteroïde.

Ik denk niet dat we gered gaan worden.
Ik reken niet op de menselijkheid van onze leiders, noch de empathie van zij-die-zullen-overleven.
Ik heb me reeds neergelegd bij een post-samenlevingsscenario van honger, dorst, schaarste en terreur.

Ik hoop alleen dat ik de ramp mee mag maken met de vrouw die naast me ligt. Omdat haar liefde alles zaligt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s