Leedvermaak

‘Ik moet het doen. Het is beter zo.’

De mannen in de andere ruimte huilen en schreeuwen. Hun kroost verkruimeld in de vuist van hetgeen dat de belofte van voorspoed bracht.

‘Het is beter zo. Het gaat beter worden.’

De deur opent en werpt de man een goudstuk toe, wat hij met licht schuldbesef in zijn zak stopt. Hij gaat het investeren. In hun toekomst. Dat is het beste dat hij kan doen.

Er komt nog een belofte in zijn hoofd op. Dit keer nog veeleisender dan de vorige. Het zou geen vlugge verpulvering zijn dit keer, geen kwieke ontleding, maar een langgerekt proces van afgrijzen en waanzin. Een martelgang van lichaam en geest. Het zou de mensen in de andere kamer tot het uiterste drijven. De maximale capaciteiten van hun kunnen op de proef stellen en afvalligheid bestraffen zonder enkele vorm van genade. De beloning daarentegen zou ook ondenkbaar veel talrijker zijn dan de vorige. Het zou écht iets kunnen betekenen voor ze, denkt hij. Als hij déze beloning kan verzilveren, leven die arme zieltjes binnen de kortste keren in paleizen van overvloed en liefdadigheid.

Een tijdje denkt de man na. Het is wel een grote beslissing natuurlijk waar hij mee opgezadeld is. Niet iedereen kan zomaar even in zijn schoenen staan en een oordeel vellen dat betrekking heeft op zovelen. Al helemaal niet een keuze voor hun bestwil. Hij is wat dat betreft wel een beetje speciaal. En dat vindt hij zelf eigenlijk stiekem ook wel.

‘Nou, oké dan maar. Het is geen makkelijke keuze voor me, maar het moet. Dat is beter zo.’

De deur sluit, de man luistert aandachtig en blijft maandenlang gekluisterd zitten aan het hout dat langzaam verf begint te verliezen om alle smeekbedes en leedkreten te absorberen, overpeinzen en beantwoorden met een verbijsterde stilte. Na een stuk of honderd nachten keert de rust weder. Er is een enkeling te horen die snikt, maar de tijd zal ook snel dit gejammer sussen.

‘Wat naar dat het die mensen allemaal zo moet overkomen. Moet dat nou echt zo?’ vraagt hij zich af. Maar er komt geen antwoord.

De deur opent zich en zakken vol goud, diamanten, coltan, lithium, albast, tabak en specerijen tuimelen voor de voeten van de man. Ineens beseft hij zich weer waarom hij dit doet. Ineens blinkt het weer van inspiratie in zijn ogen.

‘Kijk. Hiermee kunnen we die mensen echt gaan helpen. Laat me ze het goede nieuws vertellen!’

De man opent de deur en gaat op de drempel staan. Smeulende lichamen en de geuren die ze vergezellen gebieden hem deze spoedig te verlaten en de deur weer te sluiten. Hij krabt aan zijn kin en kijkt bedenkelijk om hem heen.

‘Nou, ja, kijk, als er toch niet meer iemand is om eh, zeg maar te helpen, dan eh, ja dan kan ik die centen net zo goed in mijn eigen zak stoppen! Há-há. Dattehh. Dat had iedereen gedaan, toch? Ik had geen keus. Ik… Ik deed het omdat het goed was. Ik… Ik zou ze hebben geholpen… Ik…’

De stem begint een nieuwe belofte te prevelen. Wat als alles goedgemaakt zou kunnen worden als hij de mensen van hiernaast nog één maal zou beproeven?

In een diamant ziet hij hoe honderden reflecties een verzamelpunt vinden in een enkel object. Een mogelijkheid tot contemplatie met betrekking tot alternatieve werelden die niet opereren op de schijnbare vanzelfsprekendheid die zich genesteld heeft in zijn maar-al-te-menselijke brein; een mogelijkheid, een mogelijkheid….

Maar wat is een mogelijkheid tegenover een belofte?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s