Are you crainzy?

Met de onzichtbare hand van de markt die boven hen hangt en de pantserdivisie voor hun ogen graven ze zich in. Het beton om hen heen is geen huis meer maar een instortgevaar. Piratenradio waarschuwt ze voor oprukkende troepen vanuit het noorden, maar het verhoogt de angst niet. Ze zijn een stuk ouder geworden in de afgelopen week. Vlakker, daarbij. Hoewel tegelijkertijd ook ruwer dan ooit tevoren. Het is lastig om allemaal bij te houden.

Artemas stelt zijn vizier bij en denkt aan de winnende hand van een paar weken geleden. De boys hadden staan joelen als een stel dolle ovcharka’s toen de river werd omgedraaid en Danylko’s drie azen verdampten tegen zijn straight flush. Hij had eindelijk quite gespeeld na twee jaar in de min te hebben gestaan. Het waren geen grote bedragen waar ze om speelden, en de meest succesvolle spelers kochten ook altijd wat extra versnaperingen om de gemoederen vriendschappelijk te houden tijdens het gokken, maar het ging om het principe. Je wilt geen geld verliezen.

Hoewel, wat maakte geld nu eigenlijk uit?

In zekere zin is het net als toen. Toch voelt het anders. De tafel is aan de kant geschoven om betere toegang tot het raam te krijgen, zijn resterende vrienden gordelen allemaal machinegeweren en er staan bijzonder brandbare drankjes in de hoek van de kamer. De zon is bijna onder, dus het kan ieder moment beginnen. Fedir trekt nog een hertog Jan open die hij heeft meegenomen uit Nederland, waar hij tot voor kort werkte. Het is het beste bier dat ze daar hebben, zweert hij. En hij vecht liever met wat extra moed in zijn aderen.

‘Gaan ze komen helpen denk je?’
‘Vergeet het maar.’
‘Ze weten dat ‘ie niet gaat stoppen toch?’
‘Ze bloeden hem leeg, dat is iets.’
‘Bloeden hem leeg? Een bootje minder? En ons bloed dan?’
‘Jongens, hier is geen tijd voor. Laten we ons richten op hun bloed.’

De eerste plof van het donker dreunt door de flat en alle schedels die zich erin bevinden. Drie schokken. Dan is het stil. Ze luisteren aandachtig. In de verte is geknars te horen. Ze komen eraan.

‘We moeten gaan.’ Danylko draait zich om naar de mannen en knikt.

Ze nemen een diepe adem, sluiten hun ogen en maken zich klaar.

‘Succes daar beneden, jongens. Vergeet niet waarom we dit doen.’
‘Nooit, broeder. Blijf sterk, wat er ook gebeurt.’
‘Houd ze in de gaten, Artemas.’
‘Zeker. En als het nodig is dan verplaats ik me. Ik kan jullie niet uit het oog verliezen.’
‘Ik hoop dat we kunnen rekenen op je geluk.’
Straight flush to mother Russia, baby.’

Ze lopen met ferme pas door het smalle trappenhuis naar beneden en horen dat er meerdere enthousiastelingen zijn in hun gebouw. Alsof de buurt spontaan buiten komt spelen. Een onderbuurvrouw houdt de deur open en knikt ze een heleboel dingen toe met een enkele beweging van haar hoofd terwijl de mannen naar buiten lopen en de straat betreden.

Ze nemen een paar blokken verder hun positie in op een locatie die zichtbaar is voor hun scherpschuttervriend. De inslagen nemen toe in volume en kwantiteit. Er is gerinkel te horen van ramen die barsten onder de druk van mortiergranaten. Fedir leunt tegen de muur van een elektronicawinkel en kijkt naar zijn kameraden.

‘Hier heb ik nog een tijdje gewerkt.’ Danylko kijkt met bewondering die in bedenking verandert.
‘Hier heb ik mijn eerste playstation gekocht.’
‘Had je gedacht dat het zó zou zijn bij je terugkomst?’
‘Nee…’
‘…’
‘Waarom moet dit in hemelsnaam gebeuren?’ verzucht Fedir.
‘Dat is een gedachte die ons allemaal plaagt.’

Een knal die hun oren doet ploppen is de schuld van een bom die nog geen vijfhonderd meter van ze vandaan wordt gedropt. Gehoorschade daargelaten zijn alle mannen oké. Ze besluiten op te rukken, draaien de hoek om en worden omvergeblazen door een volgende ontploffing, nog dichterbij dan de vorige. Ze strompelen omhoog, rapen zichzelf bij elkaar en horen tussen de chaosgeluiden door een serie van zware voertuigen naderen. Fedir en zijn broer duiken naar de rechterkant van de straat, Danylko en Anwar schuilen in een steeg aan de linkerzijde. Dingen die zwaar klinken komen de straat inrijden.

‘Laten we hopen dat het een lange avond wordt voor ons.’
‘Misschien nog een vroeg ochtendje erbij zelfs.’
‘Ja… Een ochtend vol verhalen.’

De raketschildpadden rupsen reeds voort. Danylko kan het niet laten een kijkje te nemen en ziet dat er een stuk of tien tanks hun kant opkomen. Hij duikt terug de steeg in en vertelt Anwar wat hen te wachten staat. De jonge man fronst, zucht en begint een gebedje te fluisteren.

‘Anwar.’ Danylko pakt hem bij zijn schouders en kijkt diep in zijn ogen: ‘Wat er ook gebeurt. We zijn helden. Begrijp je dat? We zijn verdomde helden! Luister, mijn vriend. Luister naar me. Wij zijn niet meer enkel Danylko en Anwar. Begrijp je dat? Wij zijn meer geworden. Wij zijn deel van het verzet van onze natie. Het verzet van ons land! Ons lichaam is maar een luttele haar op de knokkel van de vuist die we maken. Samen. Met álle mensen! Opdat we waarlijk voor het goede strijden! Als we nu de moed verliezen is alles voor niets geweest.’

Hij schudt de jongen een keer heen en weer.

‘Dan is álles voor niets geweest. Begrijp je dat?! Niemand walst zomaar ons huis binnen zonder kleerscheuren! Niemand kan ons zomaar van onze trots beroven! Van ons Thuis! Van onze fucking vrienden! Niemand zal ons klein krijgen!’

Anwar haalt diep adem en heft zijn hoofd in vastberadenheid.

‘Nu of nooit!’ in de verte.
‘Nu of nooit!’ dichterbij.
‘Nu of nooit!’ het lijkt van boven hen te komen.

De vrienden kijken allemaal de straat in en zien vanaf de daken mensen molotovs werpen naar de tanks. De flessen barsten, de vlammen spreiden zich gretig uit over het asfalt en de mensen springen hun brandbommen achterna om de voertuigen te belagen.

Het is tijd. De oorlogskreet heeft geklonken. Ze steken hun eigen flessen aan, smijten ze in de richting van de vijand, maar uit de buurt van hun landgenoten, en rennen op de dichtstbijzijnde tank af. Als mieren tegen een beer beginnen ze te klimmen en rukken aan de kop van het beest. De meesten krijgen er geen enkele beweging in, maar het lukt Fedir zowaar om het luik open te krijgen en een lading lood naar binnen te vuren. Hij springt direct het gat in en sproeit om zich heen om te garanderen dat er geen ander leven meer in de cabine is. Dan roept hij zijn broer die hem vergezelt achter het stuur.

‘We hebben een tank! We hebben een tank! Pak de achterkant! Pak de achterkant!’ roept Danylko met al zijn kracht naar de mensen om hen heen.
‘Fedir! Vuur!’ commandeert Anwar richting de boys.

Binnen zijn de broers overweldigt door de hoeveelheid apparatuur en knopjes die daarop bevestigt zitten. Ze proberen uit te vogelen wat logisch is met video-game-logica en besluiten na een aantal pogingen dat het de knop moet zijn waar Fedir zijn duim nu op heeft. Hij drukt hem in. Een schommeling volgt. Dan een knal als nooit tevoren.

Danylko en Anwar rennen langs de voertuigen. Er gaat een heleboel door ze heen, maar er is geen tijd om erop te reflecteren, noch om er rekening mee te houden, dus voelen ze zich leeg. Gespannen leeg. Om hen heen liggen lichamen te smeulen in het vuur. Doorzeefd zonder pardon. Vonkjes van horror weten ondanks alles door hun mentale barrières heen te breken en proberen gaten in hun concentratie te prikken. Het mag niet baten. Ze rennen halsoverkop op de volgende tank af en bespringen hem om naar het luik te komen. Ze trekken met man en macht, maar er komt geen beweging in. Als ze voorheen nog zo arrogant waren geweest om hun deuren niet op slot te doen dan hadden ze dat tegen deze tijd toch wel gedaan bedenken ze. Anwar kijkt op naar het einde van de straat en ziet versterking komen. Ontploffingen worden talrijker en lijken zich te lokaliseren om hen heen.

‘We moeten terug,’ roept hij naar Danylko.
‘Wat?’
‘Kijk!’ hij wenkt naar rechts.
Shit, je hebt gelijk. Fedir en Olek!’
‘We halen z-!’

De mannen worden van hun voetstuk gestoten door een schokgolf van jewelste. Het lukt ze niet om te balanceren op het dak van de tank. Ze landen fortuinlijk, maar niet zonder kneuzingen en rennen terug in de richting van hun huis. Ze stoppen bij de tank van hun vrienden en zien dat ze onderweg zijn naar buiten.

‘En-dat-is-twééé,’ zingt Olek.
‘Fedir, Olek, we moeten gaan! Er komen er meer!’
‘Oké.’

Een kletter op de tank en een weerkaatsing van de kogel leidt ertoe dat Fedir begint te bloeden uit zijn zij. Hij haast zich naar de grond en laat zich tillen door zijn broer. De mannen rennen de hoek om en zien drie mannen in uniform met geweren aan hun heup. Ze stonden op het punt omsingeld te worden. Olek en Fedir hebben beide maar één arm beschikbaar en zijn stomgeslagen. Anwar en Danylko heffen hun wapens en mikken kruislings op de buitenste twee. Maar het gaat niet genoeg zijn, beseffen ze zich.

Vingers worden richting handpalmen getrokken en metalen projectielen denderen door hun respectievelijke loop onderweg naar een doelwit waar de kogels geen verdere gevoelens voor koesteren. Danylko treft en wordt getroffen. Hij zakt door zijn benen en begint te gorgelen. Anwar schiet eenmaal, waarna zijn geweer vastloopt. Maar zijn doelwit ligt. Olek voelt hoe een kogel van voren langs zijn gezicht zoeft. Tussen hem en Fedir in. Dan worden zijn haren licht naar voren geaaid door een beweging in de lucht. De derde man kopt een kogel en dondert om. Er is niemand om hen heen die ze als verantwoordelijke aan kunnen wijzen. Het bommengetrommel raast ongehinderd op de achtergrond.

De mannen kijken naar Danylko. Hij beweegt niet. Er is bloed te zien. Veel bloed. Ze bukken zich en draaien hem op zijn zij. Er is geen leven aanwezig in hem. De kogel is door zijn hals gegaan.

Een van de vijanden proest wat en beweegt met zijn arm. De mannen rennen op hem af en spreken hem aan. Ze kennen de taal een beetje.

‘Je hebt onze vriend vermoord!’ buldert Anwar.
‘En jullie die van mij!’ roept hij terug

Olek heft zijn geweer.

‘Eén reden. Kom maar op. Eéntje.’ gromt hij naar de man op de grond.
‘Ik ben toch al weg…’
‘Wat?’
‘En wat kan ik nu toch nog doen? Kijk naar me.’

Het kost de man moeite om te praten.

‘Ben je ernstig gewond?’
‘Ik… Ik ga dood. Kankerzooi!’
‘Je hebt het er zelf naar gemaakt, niet?’
‘Je denkt dat ik hier wil zijn, maat? Jij denkt dat ik hier wil zijn!?’

Ze kijken naar de jongen en zien ineens geen soldaat meer.

‘Waarom ben je hier dan?’
‘Als ik niet ga wacht me een erger lot dan dit.’
‘Dan de dood?’
‘Ah-hah, de dood. Dood gaan we allemaal. Liever snel en genadevol dan maar.’
‘Ben je er klaar voor denk je?’ vraagt Fedir met oprechte belangstelling.
‘Natuurlijk niet… Natuurlijk niet…’ zijn ogen beginnen weg te drijven.
‘Het spijt me. Maar je had hetzelfde bij ons gedaan.’
‘Dat is waar,’ knikt de jongen.
‘Waarom moet dit in hemelsnaam gebeuren?’ schudt Fedir nogmaals.
‘Mijn…. Goede… Vriend… Dat is een gedachte… die ons… allemaal plaagt…’

De mannen rennen verder, op weg naar hun schuilplaats. Wachtend op een bitterzoete ochtend zonder al te veel verhalen.




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s