Tussenpolen

Twee ogen drijven voor de mijne
De gedachte dwingt het zout stil te sijpelen langs mijn wang
Aardetinten op wit verschaffen kalmte voor woeste wateren
Pijn gevangen in aquamarijn is alles dat ik je bieden kan

Het strand groeit en krimpt met de getijden
gelijkend aan ons amoureuze doch hardnekkige getrek
Roeispanen zetten strakke lijnen in het zand
dat we hand in hand bewandelen
Astrante demarcaties
een kracht en een gebrek

Vastberaden zoeken wij beide naar een schat om ons eigen te noemen
In een karige boot vastgehamerd met hoop voor de toekomst en goede bedoelingen
Ijver is een vloek die zich voedt op woede en schaamte
Misschien willen we te graag
Misschien is dit niet hoe het moet

Onervaren aan het roer,
overspoeld door zonnestralen,
opgejaagd door wolkendekens doemt een omineus gevoel
Ik merk het schrijnen van je woorden
en het knijpen van je vingers
als de donder en de bliksem
Was het allemaal voor niks?
Het is verdomde lastig leven met een liefde zoals ik
De regen klettert van ellende
‘Storm vormt voor de boeg’
is wat je zegt
‘Maar jij ziet niet wat ik bedoel’
De sloep is lek
We heffen emmers, maar ik flikker op mijn smoel
De grofgebekte schipper schreeuwt, maar enkel bubbels geven blijk van zijn gejoel

Hersenkommen getreiterd door geklots treffen elkaar na de ramp in de branding
vasthangend aan intacte brokstukken van het wrak
Verlangend naar de magistralende horizon, wellicht
Hoewel ze daar minder in geloven met de dag.

Bedrogen door verstand, soms het zicht, maar nooit de ander,
rollen ze om en onder en over elkaar heen
als golven die breken en worden opgeslokt door de zee
Ritmisch en onstopbaar
Hoe koppig ze ook strijden of stribbelen tegen het feit
Deinen ze de spiegel op, met animo en spijt

Blinkende zwarte parels leiden geheid tot recidivisme
Maar ik haat je soms
Ik mag je niet
Ik word alleen maar boos
Ik kan niet janken om je verdriet
Het liefste maak ik er een einde aan
Je irriteert me mateloos
Ik weet het niet ik weet het niet
ik wil je niet verkwisten
Het is lastig toe te geven dat we ons ooit zo vergisten
Ik heb passie en het houden van als trossen losgelaten
En de Gordiaanse knoop kapotgeslagen, maar we gissen in het duister
luister naar de huiver van een westenwind
Ik ga je haven voor de laatste keer verlaten,
kom aan dek mijn beste vrind
Want anders heb ik niemand meer om mee te praten

Onstuimig als een maanmanische oceaan overrompelt de nacht het schamele vlot
Tranen van verdriet, lachen en liefde.
Het paniekerig vastklampen van zinkende handen.
Ik zou je niet willen missen, mijn lief.
Je raakt me te diep.
Blijf, alsjeblieft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s