Vrije Tijd

Scherm

Scherm scherm scherm scherm scherm

ik zeg het maar een aantal keer, dan kun je er vast aan wennen

Het is een van de weinige dingen die ik zie

mijn gordijnen zijn dicht want ik woon in een vierkant waar twee torens en een galerij het raam inkijken dat zich over de volledige breedte van mijn kamer spant.

Ik word wakker om half vijf ’s ochtends of drie uur ’s middags en voel me in beide gevallen radeloos met betrekking tot de dag.

Dus ga ik zitten en zet het scherm aan. Open twintig tabs en bekijk er één om vanuit die tab nog tien tabs te openen waarvan ik de helft bekijk eer ik besef krijg van mijn tijdverspilling.

Dan maar rijk worden met schrijven. En met rijk bedoel ik financieel vaarwaardig. Vrij. Onbekommerd door een mogelijke blessure, een verlangen te reizen, of een ambitie nog een studie op te pakken. Vrij in de zin dat ik mijn eigen toekomst kan bepalen. Zo voel ik me namelijk niet.

Het is lijden onder de realiteit van mijn geforceerde uitbesteding, en het is lijden voor mijn ambities die zich in de overige drie uren van werkdagen moeten ontplooien tot iets dat me uit dit slijk kan hijsen. Ik moet vechten om in stand te blijven en vechten om te ontsnappen aan deze toestand. De leiding geven aan een schip vol woestelingen die ooit, duizenden dagen geleden, beloofd zijn dat er een utopie verstopt lag aan de andere kant van de zee. Die over de jaren zijn gaan klagen bij de kapitein dat ze honger kregen, de kaart niet meer vertrouwden en de sterren niet meer zagen schijnen voor hen. Het is mijn hoofd boven water houden uit angst voor muiterij. De zeilen spannen en laten wapperen zo hoog ze kunnen, in de hoop een briesje te vangen opdat ik de matrozen nog een blijk kan geven van ons gelijk.

Ik geloof niet meer in mijzelf. En ik geloof niet meer in de wereld. Ik weet alleen niet meer welke eerder kwam.

Slapen

Ik werk en dan kom ik thuis en dan wil ik slapen. Onderweg naar werk heb ik allemaal dromen van schrijven en andere werelden en een heel nieuw leven en tijdens werk ben ik te druk om ergens anders aan te denken. Maar na werk wil ik slapen. Niet zijn. Zwartheid zonder dromen.

Ziet u, ik droom niet. Wanneer ik slaap ben ik dood. Er was een vage gisteren en er is een onzekere vandaag. Daartussen zit niets. Daartussen is een zwart gat waarin ik niet bestond. Ik verlang ernaar. Ik snak ernaar. Het is zo gemakkelijk. Zo vredig, in zekere zin.

Ontwaken is een stressfactor voor me geworden. Ik kijk nergens meer naar uit. Ik koester geen fijne toekomstbeelden meer. Ik geniet niet van het aanbreken van een nieuwe dag. Ik log niet in met enthousiasme. Het is een constante strijd heuvelopwaarts. Het is niet meer “leuk”. Het is niet meer een verhaal waar ik deel van uit wil maken.

Ik ben nog geen paar uur geleden wakker geworden na veertien uur slaap, van zaterdag vijf tot zondag zeven uur ’s ochtends, en ik wens alweer dat de dag voorbij was. Dat ik weer moeheid voel. Dat ik weer in bed mag liggen.

Media vermaakt me en houdt me tam voor zolang het duurt. Verder wil ik niet naar buiten. Ik wil geen vrienden zien. Ik wil niet denken aan alle manieren waarop ik mijn vriendin ongelukkig maak. Ik wil slapen. Gewoon slapen. Ik wil geen last meer voelen en ik wil geen last meer zijn.

Alsnog ben ik bang om vrijgelaten te worden.

Uitzitten

Ja het is kut. Ja het doet pijn.
Nee, het is niet altijd even fijn.
Maar we zijn allen te bang
er een eind aan te maken
dus viert men de kans om een mens te mogen zijn

We lachen om de dood
kunnen gieren om bedrog
maken narren van politici
En toch…

Aan het eind van de dag

Lachen we als boeren met kiespijn.
Staan we ’s ochtends vroeg op
om te vertoeven aan de trog
opdat we vreten mogen

Niets helpt en alles doet me zeer

‘Ik wil neuken.’
‘Dan moet je iets vinden om te neuken.’
‘Waar is iets te vinden dat wij neuken kunnen?’
‘Waar vrouwen zijn en armoede heerst zijn hoeren alom te vinden, mijn vriend.’
‘Dan moeten we naar de arme wijk.’
‘De arme wijk?’
‘Ja, iedere stad heeft er wel een paar, toch? Het kan haast niet anders dat deze parel aan de kust óók een economisch minderbedeeld kwartier heeft. Het enige dat we hoeven doen is die ene wijk vinden en dan komt het goed. Dan kunnen we neuken tot onze geslachtsdelen er van slijtage afvallen.’
‘Lieverd, het is nog veel mooier dan dat. Alle andere wijken zijn arm.’
‘Waar wachten we dan nog op!?’

De twee laten zichzelf in hun zijden kamerjassen hijsen, schuiven hun Armani’s en Versace’s over hun gezicht en springen in de Bentley. Op zoek naar kansarme tieners die naast school nog wat willen bijverdienen.

Ik heb geen zin meer om het verhaal verder te schrijven. Iedereen kent het al, het gevoel is allang de wereld rondgegaan, en er wordt weinig mee gedaan. We horen van drukbezochte feestjes met gekochte Franse kinderen die overgevlogen worden voor een nacht, gedrogeerd en uitgewoond door de elite van onze samenlevingen, en er gebeurt niets. We hangen 1 van de kankerlijers op en daar moeten we het dan maar bij laten. Daar moeten we tevreden mee zijn. We interviewen een onschendbare misdadiger, die van te voren al weet dat hij op ieder moment zijn familiemiljoenen kan pakken om een leven van gemak en luxe uit te zitten op een zonnig eiland, en verder gebeurt er niks. We hebben documentaires en huilende getuigen die zeggen in het bezit te zijn van een scala aan namen van verkrachters, maar die namen horen we nooit. Het maakt niet zoveel uit. Deze hoeren gaan het land niet besturen, dus de onschendbaarheid van zij die dat wél doen duurt voort.

En om te gaan praten over waarom die meisjes dan zo gemakkelijk gekocht konden worden, waarom het zo kan zijn dat een enkele brug de scheidslijn is tussen erbarmelijk arm en onophoudelijk rijk. Waarom het zo is dat een sociopathische leugenaar het verder schopt dan een heilige in onze wereld. Dat gaan we niet doen, dat is een probleem dat ons zover boven het hoofd reikt dat erover discussiëren alleen al genoeg reden is om verslagenheid te voelen. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.

Zo is het nu eenmaal.

Als jij ons verkracht en vermoord dan is het oké. En als wij een vinger opheffen naar jullie rotten we voor de rest van ons leven in een gevangenis, martelkamp of een ondiep graf.

Er hoeft geen verhaal meer over geschreven te worden, we hebben met zijn allen bewezen dat we de waarheid letterlijk in HD op onze tyfusschermen kunnen krijgen, we gaan er niets aan doen. Niemand gaat er iets aan doen. Ik heb geen zin om erover te schrijven, maar alsnog kamp ik met de woede. Alsnog is dit wederom maar weer zo’n mensoverweldigend trauma die ik in mijn vervloekte schedel op moet slaan. Samen met alle andere leugenaars, bedriegers, verkrachters, sadisten, pedofielen, propagandisten, kindermishandelaars, echtgenootmisbruikers, dictators, manipulatoren, martelaars, dieven en onderdrukkers waar ik dagelijks over hoor. Het is nóg een bron van dat krimpende, knijpende, knarsende gevoel dat ik in mijn hoofd voel ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds wanneer het onvermijdelijke moment komt dat ik er weer aan denk. Wéér zo’n feitje van de wereld. Wéér een holocaust, wéér een Vietnam. Wéér een Palestina. Wéér een Irak. Wéér een Dutroux. Wéér een andere voornaam gevolgd door een initiaal. Wéér een kinderlijk. Wéér een vlam gedoofd door modderige handen. Wéér een politicus die zich eromheenlult omdat dat zijn werk is. Wéér een teken van Yggdrasils wortelrot. Wéér een teken van mijn eigen nietigheid. Mijn nutteloosheid. Mijn absolute gebrek aan macht om iets waarlijk belangrijks te veranderen in de wereld. Het boeit me geen kanker of ik op vakantie kan, het kan me mijn behaarde reet roesten of ik een Ferrari of een fiets rijd. Ik wil godverdomme dat duivels en demonen verantwoording moeten afleggen voor hun daden. Ik wil dat er een Alexander langskomt om de knoop in mijn hoofd aan gort te hakken. Ik wil deze gevoelens uit mijn hersenkom kotsen als een haarbal van wraak. Als een Pallas Athena die maar één doel heeft: Het harteloos slachten van jullie allemaal. Het eindeloze lijden brengen dat jullie moeten ophoesten in ruil voor wat jullie anderen hebben aangedaan. Ik zou miljoenen jaren de toekomst inreizen in een poging de meest geavanceerde technologie te bemachtigen zodat we je bij bewustzijn kunnen houden terwijl we iedere individuele cel martelen. Ik zou jullie bewuste zielen willen laten dienen als brandstof voor onze nieuwe olympische vlam. Ik zou je villen en weer bij elkaar naaien. Ik zou je huid van binnenuit tattoëren. Je ingewanden brandmerken. Je verdrinken in je eigen bloed en je keer op keer weer reanimeren. De middeleeuwers zouden jaloers zijn. De Mongolen zouden rillen. Josef Mengele zou zich bekeren tot boeddhisme bij het zien van de gruwelen die ik jullie zou willen laten ondergaan. En de kosmos zou lachen van genot. Dat weet ik zeker.

Maar mijn gevoelens doen niets. Betekenen niets. Bestaan eigenlijk helemaal niet eens. Ze worden ervaren en geleefd door iemand die niets is. Niets kan. Niets betekent. Als ik morgen kapotgeschoten wordt dan is er “Een man uit Utrecht” doodgeschoten. Ik zal het wel verdiend hebben dan hè. Waarschijnlijk bezig met iets crimineels. Wat maakt het uit dat er een man uit Utrecht dood is. Er zijn nog zat anderen, niet? En jij was het ten minste niet, dus wat boeit het nou echt?

Zo tegenwoordig ook de systematische verkrachting van kinderen. Het is weer zo’n feitje dat je in je bezit hebt, waar je wat afzijdige schertsen over kunt maken in een alledaags gesprek, opdat je even met je omgeving bevestigt dat jij het óók verschrikkelijk vindt. Dat jullie er ook niets aan gaan doen staat van te voren al vast. En hoe kan het ook anders? Waar zouden jullie moeten beginnen? Naar welk bureau loop je om de krachten die boven het bureau hangen in ketenen te werpen? Naar wie moet je toe om de koning tot zijn recht te roepen? Wiens wetten kun je een beroep op doen tegen zij die boven de wet staan?

Mocht je met God aankomen dan wijs ik je op de kerken, madhhabs, synagogen, tempels en alle andere gebedshuizen waar kinderen werden, worden en zullen worden verkracht. Iedere geschiedenis, ieder volk, ieder continent, iedere cultuur. Ze zijn allemaal hetzelfde, want ze worden allemaal geschapen door hetzelfde verrotte dier van deze belachelijke broeikas. De mens. Ambitieus, verraderlijk, achterbaks, schijnheilig, smiechterig en laf. Kankerwezens. Absolute kankerwezens. Vretende aan de omgeving, geobsedeerd door eindeloze groei, groei, groei, tot het barst en alles kapotmaakt. Een levensvorm die in kleine getallen goedaardig kan zijn, maar met genoeg ledematen ál-tijd een malafide tumor wordt. Niets is heilig voor ons. Moeder Aarde niet, onze gemeenschappen niet, en onze eigen kinderen niet. We verkrachten ze allen met ijver.

Zelfs de meest primitieve wetgeving die verzegeld lijkt te zijn in onze bewegende wezens is in het bezit van een moorddadige groep tirannen. Zelfs God hebben ze vastgeketend en het zwijgen opgelegd, opdat zij mogen spreken in zijn naam. Het lijkt de weg te zijn die de mens bewandelt, ongeacht waar we beginnen. We voelen pracht, we ervaren schoonheid, we willen heel graag, maar de verkrachters winnen. De verkrachters winnen omdat zij bereid zijn te gebruiken waar wij onszelf niet naar durven verlagen.

De verkrachters regeren de Aarde. Wij voeden hun kroost op met sprookjes en leugens.

Lekker makkelijk praten (geschreven tekst) [Ik houd nog steeds van je]

Direct volgend op het stichten van de eerste universiteit proclameerde de pompeuze professor wiens gewaad er nog stom uitzag omdat er geen traditie op berustte:

“Je moet wel een diplóma hebben om in aanmerking te komen voor maatschappelijke verantwoordelijkheid”

Op de tweede januari 1863 zat in zijn kamer gezeten een grijzige man die wellicht de meest zinderende ontdekking deed van zijn tijd.

“Ras bestáát helemaal niet!”

Bij het kappen van de laatste boom die nodig was om het paleis van meubilair te voorzien werd de regenwoudalliantie opgericht en sprak de voorzitter als volgt:

“De houtkap moet begrensd en vergrendeld worden. O wee dat iemand mooier meubilair weet te bemachtigen! En denk eens aan de planeet zeg!”

Na het platbranden van de Duitse plattelanden en het afjakkeren van miljoenen Japanners kwamen de gegoede blanken bij elkaar om edelstenen te vergelijken en kolen uit te wisselen met een nieuwe briljante opvatting:

“Moord is nooit goed!”

Toen de voormalig-geschiedeniscursusvolgende jongen zich beklaagde over de omstandigheden van arbeiders in Nederland en hun uitzichtloze uitbuiting verzekerde zijn vwo-vrind hem ervan dat hij zich helemaal geen zorgen hoefde te maken door de fabuleuze leus:

“Maar je hebt toch gestudeerd?”

te scanderen. Bij zichzelf wellicht vergetend dat hij daarmee de collega’s van zijn voormalig klasgenoot hun verdoeming als terecht bestempelde. Of wellicht bekommerde hij zich er dusdanig om dat hij enkel aanraadde om je aangeboren privilege te pakken en jezelf daarmee te verrijken ongeacht het leed van anderen. Een bekentenis dat de beste man zichzelf niet ziet als burger, maar als verhevene daarboven. Dat hij wezenlijke waarde heeft gehecht aan zijn abstractievermogen en die vervolgens boven de mensen heeft geplaatst die zijn wandelgangen hebben gemaakt. Dat hij niet redeneert uit empathie, maar zelfbehoud.

Then again, wat kon je ook nu écht verwachten van iemand die misselijkmakend ostentatief gelijkwaardigheid predikte maar het niet schroomde zijn Christelijke achtergrond te gebruiken om een baan te bemachtigen als leraar; ook al praktiseerde hij niet en kostte dit de aspirerend moslimdocent zijn of haar kans op een baan door een bevoorrechte blanke smoezenpoes. Wat kon je nou écht verwachten van iemand die gendergelijkheid naar binnen stampte met het elan van een aanrander maar die zijn waffel niet gesloten kon houden toen een mattie van hem nagellak droeg, of een jurk. Wat kon je nou écht verwachten van iemand die zichzelf te lelijk vond voor een foto, maar vervolgens wel luidkeels zijn voormalig klasgenootje belachelijk maakte om het onfortuinlijk opschorten van zijn haarlijn? Die bij gebrek aan een token black friend maar BIJ1 stemde. Wat kon je nou écht verwachten van de zolderkamercommunist die nog nooit iets had geproduceerd? Van een pseudo-revolutionair die zei zó boos te zijn dat hij hoopte dat zijn kinderen er iets aan zouden gaan doen. Wat kon je nou écht verwachten van die mensen? Rechtse zielen begraven in feel-good-studentenpraat. Pro-egaliteit totdat puntje bij paaltje komt en dan toch lekker comfortabel blank.

Te slim om zich onwetendheid te beseffen. Te trots om te kunnen leren.

Toen de voormalig vriend van de ex-cursist zijn tekst las moest hij hevig ademen, een paar keer op tafel stoten en vervolgens lachen.

‘Jezus, man. Wat een woede. Nuja, het is je eigen keuze. Ik wil helemaal niet zeggen dat ik beter ben, ik probeer aan te kaarten dat je bezwaren te verhelpen zijn als je inzet wat je bemachtigd hebt gedurende je leven, namelijk een diploma. Of je het nou leuk vindt of niet, het is íéts waard. Dus misschien ben je helemaal niet zo machteloos als je denkt. Of is dat een te enge gedachte voor je? En dan nog iets. Je veinst een trots op je carrièrekeuze, maar vervloekt de omstandigheden ervan, ook al was je bekend met die omstandigheden voor je begon. Jij maakte óók grapjes op je studie over de maatschappelijke nutteloosheid ervan en het karige banenperspectief. Jij wist óók dat laaggeschoold werk ondergewaardeerd werd in monetaire zin. Maar je neemt geen actie om je omgeving te veranderen, dus overkomt het je allemaal maar gewoon. Jij banjert onbekommerd en doelbewust op een dwaalspoor, maar raakt dan ieder half uur weer overstuur omdat je de weg niet weet. Als je het allemaal echt zo goed begrijpt en jij echt zo’n leidend voorbeeld bent die vingers durft te wijzen naar zijn naasten, ga er eens iets aan doen dan. Durf dan maar eens op te staan. Misschien zijn andermans fouten dan niet het belangrijkste dat gaande is in je leven. Echt, Jezus, man. Ik dacht dat we vrienden waren. En vergeet trouwens niet wie je fucking lamp heeft opgehangen omdat iemand te inept was een paar draadjes te koppelen, meneertje elektricien in spé.’

‘Als ik je vriend niet was had ik dit niet kunnen zeggen. Maar fair enough. Watergate?’
‘Weer zoiets waar je nog nooit in hebt gewonnen, of wel?’
‘Shut the fuck up, bro. Pak de doos.’
‘Heb je jonko mee?’
‘Ja.’
‘Noice.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s