Het Land Redden

Nederland. Ons land. Waar ik mijn kibbeling koop en eet. Waar ik feestvier met mijn vrienden, waar mijn moeder overleed en mijn vader kanker kreeg. Het land van mijn jeugd, mijn adolescentie en wellicht vroegtijdige dood. Het land van zorgeloze naaktheid en schaamtevolle bedekking zodra je naar school moet. Waar je koekhapt en appelmoes maakt voor je verjaardag, en een papieren kroon draagt met van die gevouwen frutsels eraan. Waar Nijntje je schrijven leert en je tikkertje speelt op het plein. Het land waar je geen zorgen baart bij ongelukken, omdat de dokter gratis werkt voor jou, ook al ken je haar niet. Waar de kilometers aan wegen voor ons zijn weggelegd, opdat we dagelijks kunnen reizen en mogen wachten in de rij. Waar het water uit de kraan frisser smaakt dan dat van bergbronnen, waar de lucht zo zoet is als de Noordzee toe wilt laten en de mensen altijd het beste met elkaar voorhebben, tenzij je zwerver, arm, of lelijk bent.

Deze prachtige natie. Het weergaloze stukje Aarde gereserveerd voor onze pietluttige levens. Dat monumentale stukje grond dat zich staande weet te houden tegen tranen, rivier en zee. Die groene parel van voorspoed die wij thuis mogen noemen met het voorrecht dat we hier ooit geboren zijn. De meandermozaïek van de lage landen. Het constitutionele koninkrijk van idyllische kronkelfietspaden langs het Nederlands levensbloed. Het land van de Friese slootspringers, de Hollandse polderpompers, het Utrechtse grachtengajes en de Amsterdamse stapelmarktrakkers.

Ons land ons land, ons geweldige land is wereldwijd bekend zo briljant is het. Het land van de tulpen. Het land van de molens en de kaas en de microscoop. Het land van Willem van Oranje en het land van Jan van Speijk. Het land van ruimdenkende handelslieden en roekeloze pragmatisten. Het land waar alles en iedereen komt en gaat van hot naar her en der en zus en zo liefheeft onderweg naar morgen terwijl de kekke ditjes en datjes in het niets vallen bij de blijvende impressies van koeiengevulde vlakke provincies en bedrijvige havens met mastenbossen van grenenhout. Klassieke panorama’s die een ieder met Amsterdam in zijn hart zal verblijden op dagen zo blauw als Delfts porselein.

Het land dat niet anders kan dan glimlachen bij de herinnering aan haar turbulente leven, dat geen andere optie heeft naast innige vreugde voelen bij alle wezens die haar lief hebben gehad. Het land dat door miljoenen geesten is bewonderd en door twee keer zoveel voeten is bewandeld. Dat niet had kunnen worden wat het is zonder het genie van al haar nederige onderdanen die zich even argeloos als egoloos in de arena van de tijd wierpen in de hoop wat waardevols te scheppen voor een onzekere toekomst.

Het land dat ooit het huis was van een aantal Neanderthalers en met de tijd werd verrijkt door ieder soort mens en cultuur, zoals de Magdalénien, de Hamburgers, de Swifterbanters, de Michelsbergers, de Trechterbekers, de Standvoetbekers, Klokbekers, Wikkeldraadbekers, de Hilversummers, de Elpen, de Hoogkarspellingers, de Kelten, Hallstatters, Germanen, Romeinen, Menapii, Bataven, Cananefates, Frisiavones, Vandalen, Sueven, Alanen, Alemannen, Bourgondiërs, Franken, Friezen, Saksen, Denen, Noren, Zweden, Italianen, Hugenoten, Joden, Duitsers, Spanjaarden, Belgen, Polen, Turken, Amerikanen, Molukkers, Indonesiërs, Afrikanen, Surinamers, Irakezen en Syriërs. Om nog niet te spreken over de volken van de toekomst die naar ons Nederige moerasje zullen komen voor soelaas en mogelijkheden.

Het land dat bloeit onder culturele kruisbestuiving, een land dat wordt versterkt door haar verscheidenheid. Een land dat niet gebroken kan worden, noch verleid, zolang het gezond van lichaam en geest is.

Maar is ons land gezond van lichaam en geest op het moment?

Want medemensen, volksbroeders, natiegenoten, het gaat niet goed met Nederland.

Onze prachtige dame is niet meer gedrapeerd in een fluwelen gewaad van oranje, maar in een laag uitgesneden zomerjurkje gemaakt voor makkelijke prikkels van ongewenste gluurmannetjes, en haar zwaard is afgestompt tot iets dat amper een fatsoenlijke bruine boterham zou kunnen snijden, laat staan dat ze nog weet hoe ze smeren moet. Maar daar stopt het niet. Haar prachtige schild met eeuwenoude heraldiek is verpand aan een gierige seriemartelaarmoordenaarverkrachterdemoon genaamd Marshall. De blinddoek die ze zichzelf had omgewikkeld is recentelijk afgetrokken en haar ogen worden nu opengesperd gehouden door de zwarte klauwen van hongerige aasgieren, die bij gebrek aan frisse lijken zelf maar gaan zorgen voor rot en verderf om zich op te voeden.

Die rot is maar op één manier te cultiveren: Door het zaaien van twijfel in de kunnen van Madame L’orange. Door de mensen die in haar land wonen onzeker te maken over hun vermogen samen hun problemen op te lossen. Door mensen bewust te maken van allemaal dingen waar ze zich nooit zorgen over hadden hoeven maken, zoals hun huidskleur, hun overtuigingen of hun lustgevoelens. Allemaal zaken die gegarandeerd beschermd worden door de grondwetten van hetzelfde land dat deze lintwormdemagogen nu proberen te ontdoen van andersdenkenden. Het moet lastig voor ze zijn om er precies achter te komen wat of wie ze nu haten. Want als Nederland zo prachtig is, hoe heeft dat geweldige volk het dan zo ver kunnen laten komen dat alles nu zo slecht is?

Ze kunnen hun utopische nationalisme niet vereenzelvigen met de huidige situatie (of welke huidige situatie dan ook, want geen land is ooit perfect) dus moeten ze een ver vergaan ideaalbeeld opbouwen waarvan niemand zich toch meer precies kan herinneren hoe het ging, om iedereen wijs te maken dat het toen écht beter was en dat we alles moeten doen om terug te gaan naar toen, maar dan niet qua technologie of medicijnen of mode, maar alleen qua huidskleurensamenstelling en genderongelijkheid. Er wordt gedaan alsof de oplossing van onze problemen liggen in het vernauwen van mensenrechten en het verwijderen van “anderen” uit onze samenleving.

Maar wij zijn helemaal niet anders, wij zijn allemaal mensen. En de enige daadwerkelijk “anders” te noemen persoon is degene die probeert te beweren dat we niet hetzelfde zijn. De persoon die probeert te beweren dat de een méér waard is dan de ander, dat de een ongewenst is omdat hij of zij deel uitmaakt van een denkbeeldige groep mensen waar een andere denkbeeldige groep mensen enige onenigheden mee heeft. Dat zijn de enige gevaren voor een samenleving: de mensen die de samenleving ontkennen, die proberen aanspraak te maken op een groep mensen binnen de samenleving om hen te verheffen boven de rest om daarmee hun macht te legitimeren. Dit soort haatzaaiers grijpen naar ieder mogelijke identiteit om te doen alsof ze je vrienden zijn: pigment, sekswensen, nationaliteit, voetbalteam, favoriete drankje, het maakt niet uit. Het doel is dat je denkt dat ze je mogen, en dat je hen zou mogen, terwijl ze anderen de tent uit pesten met jouw stilzwijgende toestemming.

Dames en heren, landgenoten. Ons prachtige Nederland heeft een ziekte ontwikkeld. Een corruptie in een van onze eigen organen. Een collectie van cellen die het goede leven gelaten hebben en nu enkel werken voor de destructie van al het gezonde weefsel om hen heen. Een zekere soort kanker broeit in onze ingewanden, met als enig doel de ondergang van onze samenleving.

De gradatie van kanker in een volk of persoon is te meten door te kijken naar de hoeveelheid twijfel, chaos en haat die bestaat in een land en de bereidheid van een persoon om misbruik te maken van die gevoelens voor eigen gewin ten koste van anderen. Voor velen van ons is de kanker in ons land een dagelijkse belemmering, we horen en zien de walgelijke sentimenten voorbijkomen wanneer we naar buiten stappen, het nieuws staat er vol van, de politiek bralt weinig anders, online breek me de bek niet open, en na jarenlang hetzelfde gezeik is het zelfs in onze eigen hoofden niet altijd veilig meer. We hebben familieleden die ineens overtuigd zijn dat honderdduizend oorlogslachtoffers meer schuld dragen voor hun lage loon dan de magnaten die de cheques schrijven, we merken argwanende blikken op van andersgekleurden, we staan liever in de trein dan dat we zitten naast een hoofddoek. Kortom, we hebben er last van. De gewone Nederlander heeft iedere dag last van de ziekte die ons land plaagt.

Onze prachtige Madame L’orange wordt belaagd door deze kwaadaardige bacteriën, onteerd, bevuild en vernietigd voor onze ogen. We zitten iedere dag op onze reet te kijken hoe onze moeder zich laat uitkleden door een hangbuikzwijn met gel in zijn haar. Hoe onze geliefde wordt uitbesteed door een kwaadaardige gladjanus, door iemand die zegt het beste met ons voor te hebben terwijl hij haar tot hoereren dwingt. Een man die voor onze veiligheid kinderen in Vietnam verschroeit. Een man die voor onze welvaart een Congolees kinderleger sponsort. Een man die je kan overtuigen dat jouw liefde niets waard is zonder een steen ten koste van een jaarsalaris. Een man die energie haalt uit onze wanhoop, die zich voedt op onze woede. Een man die profijt haalt uit vernietiging. Hij liegt, hij veinst, hij ronselt zielen voor zijn eigen trots. Hij paait, hij corrumpeert. Hij moet worden verwijderd als we ons Nederland willen redden. Hij zal doelgericht geneutraliseerd moeten worden voor wij aan ons genezingsproces kunnen beginnen. Hij zal de dood moeten vinden voor wij ooit verder kunnen gaan met leven.

Alléén sámen kunnen we de regenten genocideren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s