Je Lichaam Verkopen

Het scherm schijnt. Het lijkt hem iets te willen vertellen, maar woorden komen gestaag binnen gedurende een van zijn sessies staren-in-het-niets. De telefoon gaat. Hij schrikt ervan. 16-bit tonen die een lied uit zijn jeugd voor moeten stellen bliepen door een schaars aangeklede kamer. De eens rustgevende nostalgie van het lied is tegenwoordig vervangen door een schuldbewust zelfverwijten. Het had allemaal zo anders kunnen gaan. Moeten zijn, wellicht. Maar goed. “Moeten.” Wat “Moet” nu eigenlijk écht? Als hij er zo bij nadenkt is er eigenlijk niets dat een niet-te-ontkomen noodzaak heeft. Het leven is er, wij zijn er, en niets moet. Zo concludeert hij de laatste tijd wel vaker in de avonden.

‘Eigenlijk moet helemaal niets,’ scandeert hij dan ineens, onaangekondigd terwijl hij in zijn eentje in zijn bescheiden studiootje zit. ‘Ik hoef niet eens te leven als ik dat niet wil!’ Voegt hij er luttele seconden na aan toe als eurekaklap op de vuurpijl.

Toch is hij nog niet gestopt met leven en gaat het gevoel niet voorbij dat iets niet is zoals het hoort. Er klopt iets niet in deze kosmos, verraadt een stem in zijn binnenborst. Een uiterst merkwaardige sensatie voor iemand die zichzelf probeert te overtuigen dat niets “moet”, want als alles vrijwillig, wispelturig en spontaan ontspringt uit de fontein van het zijn, kan er toch geen beklagen van een verkwist leven aan te pas komen? Dan draagt hij zélf de verantwoordelijkheid om er verandering in aan te brengen, en is het interne gevoel van een misleid universeel determinisme niets meer dan een knagende ontevredenheid als resultaat van zijn eigen onvervulde mensenwensjes. Wensen die hij ongetwijfeld voor zichzelf zou hebben verwezenlijkt als hij een respectwaardig persoon was geweest. Misschien was het tóch allemaal zoals het moest zijn.

‘Dus, haha! Komt dat uit, kerel!?’
‘Huh, wat? Sorry, ik zat even niet helemaal op te letten. Wat zei u? Morgenochtend?’
‘Yes. Haha, lekker vroeg erbij hè! Maar dan moet je maar denken, dà’s dan ook lekker bijtijds weer thuis, dan heb je nog de hele dag met het mooie weer!’
‘Ja…’
‘Mooi! Haha, hey, maar dan kun je je om zes uur melden achter de parkeergarage bij Remco, hij heeft nog wel wat lekkere klusjes voor je, en dan komt dat helemaal goed denk ik!’
‘Oké. Wat is het precies?’
‘Oh, hetzelfde als altijd, lekker met je handen bezig zijn, misschien af en toe op de knietjes. Maar het betaalt lekker hoor, dit keer! Haha! Wel beter dan die vorige klus, zeg maar.’
‘Oké. Tientje het uur dus?’
‘Tien vijftig!’
‘Wauw.’
‘Of niet!? Haha, ja dat was even knokken, maar dat heb ik kunnen regelen voor je!’
‘Dankjewel.’
‘Ja geen dank, joh, daar zijn we voor hè! Dus wil je dat doen, vriend?’ De stem aan de andere kant klinkt alsof hij op het punt staat te climaxen.
‘Ja hoor.’
‘Topper! Hé echt te gek, gozer! Je helpt me weer eens vorstelijk uit de brand!’
‘Ja.’
‘Oh, hey, en als je daar dan toch geweest bent hè, kun je gelijk even langs de buren lopen? Er wonen kennissen van mij in dat gebouw en ik wil ze graag een fijn visitekaartje meegeven. Da’s goed voor de zaak, en daar haal jij ook weer profijt uit natuurlijk! Haha!’
‘Oja?’
‘Jazeker, dat is meer werk voor jou! En anders zitten die buren alleen met het geluidsoverlast de hele ochtend, dan geef ik ze liever ook nog een toetje mee, snapje?’
‘Moet dat?’ Zijn maag begint te spoelen.
‘Nouja, moet, moet, het moet niet, natuurlijk, maar het zou wel gewoon netjes staan. Ook voor jou, zeg maar. Anders gaan we misschien kijken of er iemand anders is die minder problemen heeft met de randvoorwaarden. Maar het moet niet, hè. Alleen als jij het zelf wilt.’

Hij kijkt naar de lamp in zijn kamer die ironisch genoeg een keer flikkert, voelt dezelfde klomp cement als altijd van zijn hersenen naar zijn hart sijpelen en verzucht een akkoord. Hij zal er zijn morgenochtend, zegt hij.

‘Hé-lè-maal. Te. Gek! Hey, super, gap, dan ga ik dat doorgeven, dan is Remco ook weer helemaal tevreden en dan gaan we dat gewoon regelen voor je, oké?’
‘Oké.’
‘Priemaaa! Hey hoi hoi, hè!’
‘Later.’

Hij hangt op, smijt zijn telefoon kapot tegen de muur, stompt zichzelf driemaal op zijn slaap en loopt ietswat versuft naar de keukenla vanwaar hij een adequaat slagersmes tevoorschijn tovert. Hij streelt de scherpe zijde langs zijn keel, polsen, liezen, heupen en borst, prikt hier en daar wat, zonder bloed te trekken, en besluit vervolgens dat vanavond ook niet de avond is. Hij durft niet. Iets zegt dat hij nog niet klaar is hier. Dat er een andere wereld voor hem bestaat die binnen handbereik is. Maar hoe komt hij daar?

Hij moet iets. Want dit klopt niet. Hij moet iets… Maar wat?
Hij moet morgenochtend werken. Anders komt het écht nooit meer goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s