Denkbeeldige vrienden

Ook al ben ik ruim geïndoctrineerd met het idee dat denkbeeldige vrienden voor gekke mafketels zijn die eenzame levens tegemoet gaan zonder voortplantingsmogelijkheden, moet ik heel eerlijk zeggen dat ze me leuker lijken dan de imaginaire vijanden die ik nu ondervind. Mijn vijanden houden me soms uren bezig terwijl ik niets doe. Dan zit ik bijvoorbeeld voor mijn computer naar een lege pagina te staren, tegelijkertijd gestrest over het feit dat ik laat wakker werd – want dan heb ik minder tijd om het meeste uit mijn dag te halen, en anderzijds huiverig omdat de héle dag nog vóór me ligt en ik die op de een of andere manier moet vullen met iets dat me het gevoel gaat geven dat dit geen verspilde dag was. Er is amper een woord dat niet tot een directe verwerping van de tekst en mijn hele persoonlijkheid leidt en me in een verachtende monoloog van vijf minuten dropt waar de stem die me waardeloos vindt mij eens even haarfijn gaat uitleggen waarom hij gelijk heeft aan de hand van wat ik op dat moment ook denk of wil gaan doen.

‘Je gaat vandaag ook niks zinnigs bedenken, you fucking ugly ass faggot, want je bent een fucking mongool en je hebt geen eens een origineel punt en dit hele verhaaltje is één grote collage van filosofische incompetentie die je ongevraagd het wereldweb op gaat kotsen ter ergernis van je niet-denkbeeldige vrienden die hun fronsen wegmoffelen en je met minimummoeite verzekeren dat je verhaaltje wel oké is, waarna je in principe hebt gekregen wat je hebben wilde, maar alsnog gaat twijfelen omdat je beschamend veel waarde hecht aan je zielige publicaties en durft te geloven dat daar een kracht in verscholen ligt die genezen kan terwijl je zelf ziek bent zonder remedie behalve andere mensen die voor je zorgen waar je dus onvermijdelijk veel om gaat geven tot het niveau van druilerige sentimentaliteit en daar zit niemand op te wachten. Dus even eerlijk: als je niet eens voor jezelf voor de lol kunt schrijven, maar alles als een opdracht ziet of als het pad naar jezelf bewijzen, waarom schrijf je dan? Houd gewoon op. Je verdoet je tijd. Niets dat je schrijft stijgt boven de intellectuele capaciteiten van een veertienjarige edgelord uit, je bent een schreeuwlelijke kankerhomo en je moet je bek houden over zaken waar je niets van weet en zelfs wat je denkt te weten denk je enkel te weten omdat je te fucking dom bent om te begrijpen waarom wat jij denkt te weten onzin is, ik wordt fucking ziek van je, zoek een fucking baan en… En…’
‘En dan?’ Vraag ik hem weleens.

Dat is het moment waarop hij zich realiseert dat we vrijwel hetzelfde zijn en hij dus ook geen mooie toekomst kan zien in een fulltime leven, dat we nooit geluk hebben gezien in een leven zoals “de mensen” dat besteden en hij dus dubbel zo hard geconfronteerd wordt met de lastigheid van de situatie. Want er was eigenlijk maar één pad dat we beide voor mogelijk hielden voor een wezen als ons, het pad dat we nu bewandelen, die van expressie en educatie. Maar dat pad wordt steeds smaller en donkerder, en het is nog maar de vraag of we goed hebben gegokt.

Vroeger was ‘ie aardiger. Toen deden we dingen samen en maakten we elkaar nieuwsgierig. Ik kon uren met hem spelen, het maakte niet eens echt uit wat we deden, als iets niet leuk leek dan verzonnen we er wel wat regels of verhaaltjes bij en probeerden we het gewoon. Ik was leuk, mensen vonden me aardig. Ik keek naar mensen en bestudeerde wat ze deden en zag de wereld op zo’n manier dat ik me gerechtigd voelde hen na te doen en hetzelfde resultaat te verwachten als dat zij kregen. Ik was in de veronderstelling dat ik iedereen kon zijn en nadoen en dat mensen dat leuk zouden vinden zoals bij het origineel. Ik leerde alles om mensen aan het lachen te maken uit mijn hoofd en deed constant stemmetjes en karakters na. Ik was niet bang om afgestraft te worden of gepest of uitgelachen. Ik leefde naar buiten toe en dacht nooit op een negatieve manier aan “hoe ik eruit zag”. Weten hoe mijn gezicht erbij hing was enkel belangrijk voor gekke bekken en hun komische effect, over de rest maakte ik me nooit zorgen. Kort gezegd, ik zag mijzelf als een normaal mens dat samenspeelde met de rest. De trucjes die ik kende om mensen te prikkelen gebruikte ik gretig en mijn tong rolde soepel iedere klank uit mijn mond die in mijn hoofd opkwam. We zouden allemaal coole dingen gaan doen en leren en maken en zien en het zou geweldig worden, wij met zijn tweeën en alle wereldlijke metgezellen die ik met de tijd zou vinden.

Maar de laatste tijd is het anders. Ik weet niet precies wat ik hem heb aangedaan, hij is niet zo’n prater meer als vroeger. En deels snap ik dat wel, want mensen zijn tot extremen gegaan om ons duidelijk te maken dat we fucking lelijk en fucking raar en kankerdom waren, dat we nooit gelukkig zouden worden, dat we smerig, vies, ranzig, walgelijk en haast besmettelijk waren, dat niemand ons ooit aan zou kunnen kijken zonder intern te kokhalzen en dat we ten allen tijden onze smoel moesten houden, dus daardoor is het deels verklaard, maar ergens heb ik ook het idee dat ik hem verraden heb. Hij zit te wachten op de beloftes die ik hem al die jaren geleden heb gemaakt. En hij ziet alles dat ik doe. Hij weet alles dat ik denk en hij verwerpt het. Hij haat het en hij wordt er misselijk en zenuwachtig van. Dit is niet wat ik hem heb voorgespiegeld. Dit is niet de beloning voor zijn jarenlange volharding. Dit komt niet eens in de buurt daarvan. Het is zo ver van onze dromen vandaan dat hij haast genoodzaakt is mij als onze denkbeeldige vijand van vroeger te zien. De luiheid. De zelfingenomenheid. De schijnheilige machteloosheid. De gefaalde ouder. De miezerige volwassene. De uitgeputte godenbron. De belediging van alles dat liefde voor het leven heeft. De pleeschrobber die zich koning waant en ieder jaar iets meer moet toegeven dat er toch echt niets anders inzit dan andermans schijt schrapen. Die in de kloten van zijn trots wordt getrapt iedere keer dat hij zich voorstelt, als die überhaupt die noodzaak voelt en zich niet al heeft neergelegd bij de feiten die dag. De persoon die niet echt gewild is, niet echt gemist wordt, niet aantrekkelijk is op die manier, die eigenlijk maar heel alleentjes zit te pennen en knutselen met zijn creativiteit en dan niet eens het fatsoen heeft om het in het opgehemelde narratiefstijltje van de films te doen waar hij wel aantrekkelijk is en het existentiële vacuüm in zijn leven op zijn minst nog kan vullen met loze beloftes gelijkend aan de geslachtsorganen die jeukende leegtes vullen met placebogeluk. Hij lobbyt ook niet graag en heeft een afkeer van iedereen die zielloos hogerop wilt komen puur om hogerop te zijn. Hij snijd liever zijn hoektanden eruit dan dat hij ooit met iemand moet bonden omdat ze zich allebei een zelfde soort stereotype wanen. Hij is voor velen de antivreugde. Hij haat mensen soms al na één woord en geeft bij een kleine meerderheid op na de eerste paar zinnen. Hij is op zoek naar iets dat niemand boeit, maar waarvan hij denkt dat het de wereld kan redden. Hij had gewoon gehoopt dat er meer in had gezeten voor ons, denk ik.

Ik weet niet of ik nog vrienden met hem wil zijn. Niets is meer leuk om te doen. Al mijn aspiraties zijn slachtoffer van zijn genadeloze gehamer. Ik doe het niet goed. Ik ben zwak. Ik ben te oud. Ik ben belachelijk. Ik heb je in de steek gelaten.

Maar ik doe mijn best, ook al gelooft hij dat niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s