Vadertje Kerst

Het is bijna kerstmis, de tijd van vrede op aarde. De tafel is rijkelijk gedekt met prachtige wijnglazen en kristallen kruidenhoudertjes. De familie heeft wat ruimte in het midden vrijgelaten en zit mens-erger-je-niet te spelen.

‘Zou hij d’r dood aan het slaan zijn?’ Vraagt een zoontje aan zijn moeder.
‘Nee, joh. Dat doet papa niet,’ antwoordt ze.

‘GEEF ME JE GELD!’
‘GEEF ME JE SHIT! NU!’
‘HEB JE STRONT IN JE OREN?! MOET IK HET HERHALEN!? WOLLAH GEEF ME JE FAKKING GELD JONGE KUTKIND!’

‘…’

‘NÉÉ!?’
‘OKÉ, DOE JE MOND OPEN,’ klinkt in de gebiedende wijs
‘DOE JE FUCKING BEK OPEN!’

Een doffe serie tikken

‘HAAL JE ZAKKEN LEEG!’

Het gehuil uit de andere kamer is maar sporadisch te horen en wordt constant overstemd door bulderend geschreeuw en het geluid van riem en vuistslagen op een zachte huid. Na een minuut of vijf stoppen de kreten en is er enkel nog wat snikken te horen door de deur.

Dan komt papa naar buiten met een brede glimlach en hij zegt:

‘Zo. Dat was even hard werken zeg. Maar goed, zullen we eten, mensen?’
‘Pap, leeft ze nog wel daarbinnen?’
‘Oh, schat, zit de kip al in de oven?’
‘Ja, lief. Ik heb hem er nét ingedaan.’
‘Mooi, mooi. Ik heb net nog wat kruiden kunnen vinden toevallig, als je die erbij zou kunnen gooien alsjeblieft.’
‘Ah, wat fijn. Ik zal het er direct bijdoen,’ zegt mama, en ze kruimelt het in een van de houdertjes.
‘Dankje, schat. Ik houd van je.’
‘Pap, wat is er met dat meisje gebeurd?’
‘God ik vergeet toch telkens weer een nieuw tapijt te kopen… Weet je, een kamer heeft een tapijt nodig als verbindende factor. Dat is het meest belangrijke in dit huis, weet je dat, jongens? Dat wij samen, met elkaar, sterk in onze schoenen staan. Dat wij die verbindende factor zijn die van deze saaie muren een heus huis maakt. Een huis zonder gezin is geen thuis, maar een bouwval. Zonder onze samenwerking zijn we niets. Ik houd van jullie.’
‘Papa, het klonk alsof er iemand stierf daarbinnen.’
‘Hey, houd jij eens even op met al die negativiteit van jou de hele tijd. Het is toch een prachtige dag? Een feestdag zelfs. Ik heb even helemaal geen zin in dat gepraat van jou over de dood en zo. Kun je niet gewoon een keer gezellig doen?’
‘Maar je hebt zojuist letterlijk minutenlang een klein kind afgerost, pap.’
‘Was je erbij?’
‘Ik zat hier… Ik hoorde het…’
‘Toeval. Je moest eens weten wat ze bij de buren doen. Daar kun je ook gewoon heen als je het hier niet goed genoeg vindt, hoor. Wil je dat soms?’
‘Dat is niet wat ik bedoel, pap.’
‘Wat bedoel je dan? Zeg dan precies wat je bedoelt, anders kan ik geen antwoord geven.’
‘Nou, kunnen we hiermee ophouden? Ik wilde gewoon een rustig diner,’ zegt mama.
‘Nee, het is mooi geweest met jou,’ zegt papa boos. ‘Ik doe verdomme alles om jullie hier een mooi huis te geven, en dit is mijn dank? Kijk eens om je heen, jij verwende snotneus. Een beetje klagen tegen papa, hoe zou je het vinden als je geen spelcomputer had? Moet ik je televisie weghalen? Wil je soms fletse kip eten?’
‘Als dat betekent dat je stopt met kinderen de dood in stompen? Ja.’
‘Dood? Waar heb je het over? Er is niemand dood. Haat jij mij?’
‘Wat?’
‘Dát is jouw probleem, weet je dat? Alles om je heen is verdomme perféct, maar jij moet áltijd iets te zeiken hebben. Het is nooit goed, nooit zoals jij het wilt, meneertje moraalridder. Je hebt geen flauw benul over het runnen van een huishouden.’
‘Papa, je mishandelt kinderen tot ze met één been in de hemel staan voor wat kruiden.’

De deur die papa gesloten heeft kraakt open en eruit gekropen komt een klein kindje die opgezwollen ledematen heeft en uitpuilt van de bloeduitstortingen. De familie kijkt geschrokken op. Mama begint acuut te huilen en de kinderen voelen een kramp in hun maag bij het zien van het lichaampje dat zoveel wegheeft van hun eigen. Ze kijkt op, ziet de voordeur en begint met man en macht haar knieën op de vloer heen en weer te schuiven in een poging naar buiten te kruipen, maar het is overduidelijk dat ze het nog niet eens tot de bijkeuken gaat halen in dit leven.

‘Ah, wat zielig voor dat meisje,’ zegt mama.
‘Ja, ik vraag me af wie haar zo heeft toegetakeld zeg,’ stoot haar dochter verbaasd uit
‘Zó, nou zeg hé, inderdaad,’ komt uit papa’s mond.
‘Waarom helpt haar papa haar niet? Haar papa moet echt niet goed voor haar kunnen zorgen, of wel, papa?’
‘Je zou haast denken van niet. Ik zou zoiets nóóit bij jullie laten gebeuren. Ik houd van jullie.’
‘Ik zou d’r ook echt graag helpen,’ zegt mama, ‘Maar de tafel is echt nét gedekt en ik heb maar genoeg uien gesneden voor vijf personen.’
‘Het is niet jouw schuld, schat, je kunt niet iedereen helpen.’

Het meisje maakt wat geluiden die men mag verwachten van een persoon in haar situatie

‘…’
‘…’

Het gezin kijkt ernaar.

‘Wel een beetje onsmakelijk zo eigenlijk,’ zegt mama met de schaamte van het zeggen wat iedereen denkt.
‘Komt goed, lief!’

Papa springt van zijn stoel en pakt de kleine bij de hand vast eer hij haar over de vloer sleurt richting de achterdeur. De familie zit geruisloos aan tafel en durft zich niet te verroeren. Er zijn geluiden van bewegende kleding en geworstel. De achterdeur gaat open, er wordt nog wat gesnauwd en na een seconde of twintig valt er een stoeptegel, of in ieder geval zo klinkt het, en vijftien seconden daarna zit papa weer aan tafel.

‘Ik heb cadeautjes meegenomen!’ Zegt hij met de kleren van het kindje trots in zijn hand.
‘Wat is er met haar gebeurd?’ Vraagt hetzelfde zoontje.
‘Ze wilde wat frisse lucht.’
‘Met dit weer?’ Vraagt mama.
‘Ja, apart volkje, weten ze niet dat the weather outside frightful is? And the fire so delightful?
‘Ah, Dean Martin… Nu heb ik zin in wat top 2000, schat.’
‘Ik zet het op, lief.’
‘Papa, ze is dood of niet? Je hebt haar doodgemaakt.’
‘Wat een onzin. Waar héb je het over? Waar zie jij onze familie voor aan?’

Het zoontje loopt naar de achterdeur, doet de buitenlamp aan en kijkt door het raampje. Nog geen twee meter van het huis vandaan ligt het nu naakte lichaampje met haar gezicht in de sneeuw. Hij pakt zijn telefoon en maakt een foto.

Papa loopt naar de stereo en klikt wat tot dezelfde kutmuziek als vorig jaar de kamer vult. Hij belandt op het juiste kanaal en gaat joviaal weer aan het hoofd van de tafel zitten.

‘Je hebt haar doodgemaakt,’ zegt het zoontje bij zijn terugkomst.
‘Wat een onzin, dat is simpelweg niet waar.’
‘Het is wél waar, papa.’
‘NOEM JE MIJ EEN LEUGENAAR!?’

Zijn vader springt van zijn stoel, maakt zich breed en ontbloot zijn tanden terwijl hij naar hem toeloopt, over hem heen buigt en hem de volgende waarheid op het hart drukt:

‘LAAT ME JE GODVERDOMME ÉÉN DING OP HET HART DRUKKEN, JONGEN!
IK
LIEG
NIET!’
‘Maar…’
‘NIKS MAAR! Ik ga me hier niet de les laten lezen door een of andere schijtlijster! Je hebt een hekel aan kerst en je hebt een hekel aan dit gezin!’

Het zoontje laat de foto rond de tafel gaan. Papa praat direct verder:

‘Wilt er iemand alvast wat soep? Mama heeft hem zelf gemaakt, ze heeft de hele dag in de keuken gestaan. Ik schenk alvast wat voor mijzelf in hoor,’ zegt papa terwijl de rest de foto bekijkt.
‘Papa, waarom-‘
‘Wow, heerlijk, schat! Wat een prachtige maaltijd heb je neergezet.’
‘Papa-‘
‘Ach, nu even niet.’
‘Pap-‘
‘Nou verdomme wat moet je?’
‘Papa waarom is dat meisje bloot aan het slapen?’ Vraagt een ander zoontje.
‘Zo gebeurt dat nu eenmaal.’
‘Oh, oké,’ zegt hij terug, volledig gerustgesteld.
‘Oh, oké!? Ben je niet boos!?’ Roept het andere zoontje geschrokken.
‘Hoezo?’
‘Papa heeft net een onschuldig kind vermoord…’
‘Ze lag te slapen.’
Sleeping in heaaavenly peaaace,’ neuriet mama.
‘Ze is dood.’
‘Oh, maar zo gebeurt dat nu eenmaal.’
‘Zo gebeurt dat nu eenmaal?’
‘Ja. Waarom was ze hier eigenlijk? Wat had ze hier te zoeken?’

Het zoontje weet niet precies hoe het meisje binnen was gekomen. Hij is ervan overtuigd dat het door zijn vaders toedoen is, maar de precieze reden kan hij niet vertellen, en dat betekent dat hij de discussie gaat verliezen. Zijn broertje gaat verder:

‘Het is kerst, mensen zouden thuis moeten zijn bij hun familie.’
‘Wat als ze geen familie had?’
‘Dat is toch niet mijn schuld?’

De telefoon heeft de ronde gemaakt en het zoontje krijgt hem weer terug in zijn handen gedrukt door zijn vader. Hij kijkt naar het scherm en ziet de foto niet meer. Ook in zijn galerij is de foto niet meer te vinden.

‘Papa, waar is de foto?’
‘Welke foto?’
‘Van het meisje.’
‘Welk meisje?’
‘Het meisje dat je hebt doodgeslagen.’
‘Ik zou nooit iemand doodslaan, waar heb je het over?’
‘IK HOORDE HET JE DOEN!’
‘Jongen toch! ben jij helemáál gek geworden? Doe eens even normaal tegen je vader! Zó’n toon hoef ik hier niet!’ Valt mama uit.
‘Je moet eens leren wat respect te hebben jij, rotjoch,’ staat papa haar bij, ‘Ik kan ook nóóit wat goed doen volgens jou hè? Kijk eens naar al dit eten, man! En nog steeds klagen! Bah!’
‘Zagen jullie de foto niet!? Jullie hebben de foto ook gezien toch!?’ Het zoontje kijkt met grote waterige ogen de tafel rond, maar niemand reageert. Ze kijken leeg voor zich uit of ontmoeten zijn ogen met een blik van volledige onderwerping.
‘Jongen, waar heb je het toch altijd over? Je kijkt veel te veel films jij. Maar weet je wat, ik zal het voortouw nemen en de volwassene hier zijn door even een ommetje te maken. Dan heb jij wat tijd om af te koelen en kunnen jullie alvast beginnen aan het eten. Een gevulde maag doet wonderen voor de gemoedstoestand. Dus zeg allemaal even dankje voor het eten, papa.’
‘Dankje voor het eten, papa,’ komt in koor terug.
‘Graag gedaan. Ik houd van jullie. En dan ga ik nu even de hond uitlaten,’ zegt papa met zijn blik op de recalcitrante zoon.

Hij voelt een ongelooflijke raas van terreur door zijn hart schieten. Zijn borst krimpt met het opzwellen van zijn maag en zelfs zijn voeten trillen nu van de schrik bij zijn vaders woorden. Alsof hij op het punt staat standrechtelijk geëxecuteerd te worden, hele levens gaan aan zijn gedachten voorbij in die halve seconde. En alle mogelijke werelden die hij ziet staan op het punt om tenietgedaan te worden vreest hij. Hij zoekt in de ogen van zijn familieleden, hij smeekt om hun reactie en wacht op hun woorden, maar er komt niets.

‘Papa, we hebben geen hond…’ Zegt hij tot slot vol huivering.
‘Moet je nou ook echt óveral een discussie van maken, jongen?’ Vraagt zijn moeder.
‘Jij hebt echt problemen,’ snauwt zijn zus naar hem.

Hij kijkt naar zijn vader en weet dat hij verloren heeft. Dat hij nooit meer zal kunnen winnen, dat zijn familie te diep gecorrumpeerd is om zich vrij te willen vechten. Hij voelt het huis grauwer worden, alsof de muren over hem heen willen leunen en hem verzwolgen onder cement. De mensen die hij ziet zijn geen familieleden meer, maar met-gevaarlijke-kennis-bewapende vreemden, die hem meer pijn kunnen doen dan hij lief is. Ze gebruiken bloedsmoesjes om hem aan tafel te dwingen, maar ze willen hem eigenlijk niet en hij wilt daar op zijn beurt ook niet meer zijn.

Papa loop tijdens het geroezemoes naar buiten en komt na vijf minuten bakkeleien weer terug. Hij heeft een vriendje meegenomen die hij constant in het midden van zijn achterhoofd aanraakt met de metalen loop van zijn revolver. Hij neemt plaats aan tafel en laat de jongen naast hem staan.

‘Kijk, ik zei het toch, we hebben heerlijk eten hier en een prachtig gezin. Ik houd zo van mijn gezin. Wil je ook wat lekkers eten?’

Het gezicht van de jongen staat strakgespannen, hij schiet zijn pupillen over de tafel en langs de gezichten, maar vindt geen steun.

‘Dit is Royha,’ zegt papa trots. ‘Ik zag Royha lopen op straat net toen ik met de hond aan het wandelen was en het zag eruit alsof hij geen gezin had om kerst mee te vieren. En dat kan ik niet aanzien hè, dat weet je van me. Ik houd van kerst en iedereen moet kerst kunnen vieren. De tijd voor vrede. Dus ik bood hem aan om hier te komen eten en hij zei direct ja, toch Royha?’
‘J-ja…j-ja, m-meneer.’
‘Zeg maar papa, meneer is de naam van mijn vader.’
‘Oh, een onverwachte gast? Ik pak nog wat bestek en een bord,’ zegt mama.
‘Schat, schat, blijf zitten,’ zegt papa zelfverzekerd. ‘Ik pak het wel.’

Papa staat op van tafel en drukt wat tegen de loop waarna hij zegt:

‘Kom je mee? Het bestek ligt daar, dan kun je zelf kiezen wat je wilt. Ik wil je niet dwingen.’

Royha volgt papa de andere kamer in en zodra de deur sluit speelt zich hetzelfde tafereel af als eerder. Er is eerst geluid van geschrokken besef, dan van verzet, dan gesmeek en vervolgens stilte. Papa trapt de deur open en gaat weer zitten.

‘Is ‘ie dood, papa?’ Vraagt zijn zoontje.

‘Jazeker! Ik heb hem helemaal tot pudding gestampt, maar nu hebben we ten minste wel toetje!’ Zegt hij vol vreugde, dat hij deelt met de anderen door ze lachend aan te kijken.

‘Lekker! Toetje!’

‘Je bent een monster, papa.’

‘Je mag God op je knieën danken dat je godverdomme wat te vreten hebt, kankerjoch. Geef me je zakgeld.’

‘Hahaha, het is grappig hoe het soms nu eenmaal gebeurt,’ zegt zijn andere zoontje.

Fijne kerst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s