Boegbeeld voor de bijl

De minister neemt plaats achter het spreekgestel en wilt net aan haar zoveelste verontschuldiging beginnen wanneer er buiten een gerommel te horen is.

‘Hoewel onze pogingen niet altijd hebben uitgewerkt zoals wij ze aanvankelijk graag hadden willen zien doen, mag men niet veronderstellen dat er dan ook, betreffende de gevolgen van onze weloverwogen en bewuste keuzes, van een schuld gesproken mag worden, vooral wanneer deze schuld aan een kant gelijkend aan die van de deelnemende en beslissende partijen gelegd wordt. Bij zo’n complexe en voor-normale-burgers-haast-onbegrijpelijke situatie als deze moet de verantwoordelijkheid gezocht worden in onderlinge relaties en de lange termijn prognose in contrast met de huidige consensus, en bedoelingen pakken nu eenmaal niet altijd uit zoals wij dat ons voorstellen.’ Ze kijkt vol zelfvertrouwen de camera in. Ze gelooft dit écht.

Het dondert nu en in haar kuiten voelt de minister dat er net een aardverschuiving heeft plaatsgevonden in een buitenwijk van Groningen. In Limburg stort een mijnschacht in elkaar en het groenbruine smurriekanaal dat ze de Noordzee noemen begint met een hooggetij te smikkelen van de duinen.

‘Hoewel er wellicht een tikje optimistisch geredeneerd is aan de hand van de beschikbare inschattingen, geleverd door de nauwkeurig onderzochte cijfers en getallen, moeten wij gedenken en wederom beklemtonen dat niemand van ons kan spreken van een schoon, nog een bevuild geweten, daarentegen zijn wij, ten aller tijden, opdat het ambacht dat acht van ons, onpartijdig gebleven in ons beleid en het traject van de totstandkoming van zijnde beleid. Het is nooit onze intentie geweest om iets te doen dat niet goed was.’

Een windmolen wentelt alsof aangewakkerd door de wind die hun wijsvinger over de rand van hun duim schuift en tegen de wiek pingelt als een treiteraar bij een oorlel zou doen. De bliksemschichten flitsen van de kerktoren recht de hemel in en de goedgelovigen onder ons prostreren zich als symbool van hun overgave op de grond. De hoge gebouwen wankelen onder het seismische gedrang van ongeduldige aardplaten, de elektriciteitspalen die meer weghebben van gigantische mechanische geraamtes houden eindeloze touwtjesspringwedstrijden met de kabels die tussen hun gestalten bungelen. De mensenmassa’s mobiliseren zich sporadisch door het land, op weg naar hun geliefden en vertegenwoordigers, en de anderen wachten vol overtuiging op het einde.

‘Nu zijn wij, in het licht van recentelijk vrijgegeven documenten en uitlatingen, bereid concessies te maken jegens onze aanklagers, en hoewel hier geen sprake zal zijn van enige pecuniaire of anderzijds praktische vorm van reciprociteit aan de kant van de beschuldigde, placht ik toch te getuigen van een welgemeende en ondersteunende sensatie van sympathie voor een ieder die zich mogelijkerwijs getroffen voelt door de gemaakte keuzes, een sensatie waarover ik plechtig durf te poneren dat hij linea recta, direct, rechtstreeks, zonder poespas, gezeur, gezanik, gezeik of omwegen vanuit onze harten komt.’

Het dak van het parlementsgebouw wordt eraf gerukt door een onzichtbare hand, de wolken scheuren open en onthullen een donkerrode zon die heter voelt dan de warmste Nederlandse zomerdag. Overal waar de minister kijkt lijkt het aardoppervlak te smelten, om haar heen glinsteren de troebele golven die je boven een zongebombardeerde snelweg ziet. Een krijs die afkomstig is van een dier dat geslacht wordt loeit over de polders heen als het maandelijkse luchtalarm, de mensen voelen een compressie op hun hoofd en nadat ze hun laatste seconden hebben gevuld met zorgen en paniek spetteren hun hersenen tegen de binnenwand van hun schedels. De duivel zelf surft door de apocalyptische avondlucht en schaterlacht de schelle kreten van mortiergranaten, geluiden die, wanneer ze dichterbij komen, zich manifesteren in solide vorm en alles verschroeien dat nog niet zwartgeblakerd is. Boven het parlementsgebouw laat hij zichzelf naar beneden vallen en met een redelijke Richterscore landt hij op een paar meter van de minister vandaan. Zijn gruwelijke gelaatstrekken doen de minister niet schrikken. In zijn hand houdt het gehoornde figuur het contract dat hij zorgvuldig heeft opgesteld in de diepste regionen van het schaduwrijk. Zijn kraaienpoot staat eronder gekrabbeld en hij wacht op een wereldlijke partij die de gratie zal verlenen zijn koninkrijk te huisvesten op het oppervlak. Welk land beter dan Nederland, denkt hij. The nether lands, reserved for the nether world. (Engels is de duivels moedertaal)

De minister rukt het contract uit de klauwen van de hoofddemoon, tekent het zonder te lezen en rent vol enthousiasme naar buiten, waar ze luidkeels over het binnenhof roept dat de hel op aarde hier gebracht is door de heer Satan zelve en dat de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging van de twaalf verenigde nederprovinciën hier echt amper iets mee te maken hadden. Echt op zijn meest heftig en zwaarst uitgedrukt, was het einde der tijden misschien iets van tien procent onze schuld of zo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s