DébüS

Twintig gedwongen sollicitaties en vijf maanden ww later is het zover. Een uitnodiging voor een gesprek. Dit keer voor een baan die me niet eens zo afschuwelijk lijkt. Best leuk eigenlijk zelfs. Een baan in de stad. Ik verzamel het meest presentabele setje kleren dat ik heb hangen in de kleine kast van mijn bescheiden studio in een oud bejaardenhuis waar het altijd ruikt naar huidplooidampen en iemands laatste adem en ga erop uit.

Het is ongeveer een half uur naar de halte, dan twintig minuten met de bus en dan nog vijf minuten lopen om bij het kantoor van Willem Klokhuis te komen. Ik heb niets gezegd over zijn achternaam in mijn sollicitatiebrief, ook al had ik dat wel gewild. Ik was bang dat hij zou denken dat ik overvriendelijk was en daarmee een slijmbal.

Het digitale reclamebord in het hokje hapert tussen twee advertenties en flikkert en flitst steeds in mijn ooghoek. Het uithangbord met de aankomsttijden leest acht minuten tot mijn bus er is. Ik doe mijn koptelefoon op en zink in de muziek.

Twee tracks later en het valt me op dat het bord aan de overkant van de straat is uitgevallen, of misschien had hij het de hele dag niet gedaan. Er zijn geen bustijden te zien, maar de klok daarboven leest kwart voor twaalf. Uit interesse kijk ik naar mijn eigen bord om te zien hoe lang het nog gaat duren voor mijn bus er is.

Acht minuten.

De tijden worden tegenwoordig digitaal en via satelliet gps wifi-tooth doorgegeven dus het is waarschijnlijk dat er een driftkikker was bij de vorige halte of een rolstoelgebruiker die de uitschuifhelling nodig had en dat het verkeer wellicht iets chaotischer was geweest vandaag dan het normaal gesproken was. Zo lang hadden de nummers ook niet geduurd en volgens mij was de echte tijd op de borden wel vooruitgegaan. Niet dat ik nog zeker wist hoe laat ik hier kwam staan, maar dat het nu kwart voor twaalf was leek redelijk te passen bij mijn inschatting. Ik besluit nog een nummer op te zetten en expres niet naar de tijd te kijken totdat het lied is afgelopen.

Na het tweede refrein komt er iemand aanlopen die aan de overkant gaat staan, bij de andere bushalte. Door de opbouw van de bridge heen hoor ik zodra ze in het hokje plaatsneemt een geronk opkomen van rechts. Ik kijk op en zie een bus aankomen. De dame kijkt naar links, glimlacht bij de toevalligheid van haar timing en stapt de bus in wanneer die nog geen tien seconden na haar aankomst arriveert. Alsof hij tot bestaan was gecommandeerd door haar aanwezigheid.

Het is nu minstens een kwartier sinds ik hier aankwam. Ik heb geen appjes, maar ik kijk alsnog een paar keer en veeg wat door de lijst, ik klad wat zinnen in een memo, lees het screenshot dat ik heb gemaakt met het adres van mijn contactpersoon, kijk naar een foto die me ooit blij maakte en nu hoogstens bitterzoet en vervolgens kijk ik weer naar het aankomsttijdenbord.

Acht minuten.

Maar dit is onmogelijk. Dit kán niet. En ik kan nu ook niet meer weg. Wat als alleen de tijden verkeerd zijn, maar de bus wel echt onderweg is? Het is tien minuten lopen tot de volgende halte en als ik halverwege ben en hij dan langskomt sla ik mijzelf voor mijn kop. Dat kan ik niet riskeren. Als ik iets anders had willen doen dan had ik dat tien minuten geleden moeten doen, toen ik nog niet wist hoe groot het probleem was. Nu is het te laat. Te laat, te laat, te laat. De woorden echoën nog door mijn hoofd terwijl ik de spanning en schaamte begin te voelen van te laat komen bij een belangrijke afspraak.

Ik zou ze kunnen bellen, maar wat zeg ik? Ik sta al een kwartier op twee minuten te wachten? De bus komt niet? Ik heb blijkbaar ook geen idee wanneer hij wel zou moeten komen, dus ik kan ze helemaal niets vertellen behalve dat ik misschien te laat ga komen voor onbepaalde tijd. Ik wil niet als besluiteloos of onwetend overkomen op mijn nieuwe geldschieter. Beter te wachten tot ik meer zekerheid heb voordat ik bel.

Zes minuten.

Oké, hij kómt dus wel! denk ik met een gevoel van opluchting. Dat moet wel, anders was het getal niet omgeslagen. Mijn telefoon geeft aan dat het zojuist twaalf uur is geworden. Het gesprek begint over een half uur. Als het bord nu klopt ben ik één minuut te laat, wat het niet waard is om voor te bellen, dat laat een grotere indruk achter dan die enkele minuut te laat binnenwandelen. Als ik doorloop zijn het waarschijnlijk zelfs maar een paar seconden. Dat zou ze niet eens opvallen. In plaats van te laat zou ik juist perfect op tijd zijn. Punctueel. Niet te vroeg, zoals nerveuze mensen, niet te laat zoals lakse mensen, maar gecalculeerd precies op tijd. Zoals de beste mensen.

Er komt weer iemand aangelopen die plaatsneemt op het bankje tegenover mij en zodra hij dit doet hoor ik hetzelfde geronk opdoemen van rechts, wat leidt tot dezelfde aangenaam verraste blik op het gezicht van de man als die ik eerder had gezien op het gezicht van de dame.

Voor de bus kan stoppen ren ik naar de overkant en ga klaarstaan waar de man staat. De deur schuift open en een oude man achter het stuur knikt de man goedendag.

‘Meneer,’ vraag ik met voelbare stress in mijn stem.
‘Wat kan ik voor u doen?’ Komt er terug.
‘Weet u iets over de andere bus? Wanneer komt de bus aan de overkant? Ik sta al een half uur te wachten.’
‘Ah, de andere bus? Nee, geen idee. Dat is een terugwegbus. Ik ben een heenwegbuschauffeur.’
‘Ehh, dus u weet er niets van?’
‘Nope, dat is niet mijn afdeling, sorry. De andere kant van de weg is een heel ander departement.’
‘Maar ik moet ergens heen… Hoe moet ik dan…’
‘Oh, je moet ergens heen?’
‘Ja.’
‘Maar weet je wel zeker dat je die bus moet hebben en niet deze? Dit is de heenwegbus.’
‘Gaat de terugwegbus niet ook ergens heen dan?’
‘Jazeker, maar het is wel de terugweg, dat je het weet.’
‘Oké, maar ik moet echt die kant op, dus…’
‘Wat jij wilt,’ glimlacht hij me toe, waarna hij me met zijn ogen verzoekt een stap naar achter te doen zodat hij de deuren weer kan sluiten en weg kan rijden.

Vijfentwintig minuten later resteren er schijnbaar nog drie minuten voordat de bus er is en gaat mijn telefoon.

‘Goedemiddag, meneer Remora?’
‘Ja, daar spreek je mee. Meneer Klokhuis?’
‘Ja. Meneer Remora, wij hadden u eigenlijk vijf minuten geleden hier verwacht.’
‘Ik begrijp het, en mijn excuses. Ik wacht nu al een uur op de bus en hij komt maar niet en ik snap het niet, er staat nu al zo lang acht minuten, zes minuten, nu is het eindelijk drie minuten, maar ik weet niet wat dat betekent, het kan zomaar nog een halfuur zijn en ik wist niet precies wat er aan de hand was dus ik-‘
‘Meneer, was er geen andere manier waarop u had kunnen reizen?’
‘Ik bedoel, nu ik dit weet had ik liever een taxi genomen, maar het geld groeit me niet op de rug.’
‘Maar je hebt niet het initiatief genomen om naar een andere oplossing te zoeken, of om ons even te bellen?’
‘Ik… Ik ben naar de halte gegaan, dat is initiatief… Ik heb gesolliciteerd…’
‘Ja en dan vervolgens kom je niet opdagen.’
‘Maar ik kan er niets-‘ Ik stop mijzelf halverwege de gedachte, want dit was een werkgever, er was altijd iets dat ik eraan had kunnen doen. ‘Kunnen we anders het gesprek nu telefonisch doen?’
‘Ik weet niet of dat nog nodig zal zijn. We zijn niet op zoek naar iemand die afwacht, we zoeken naar een hands-on proactieve touwtjespakker. Ik zal het je zo zeggen, meneer Remora: Als de andere kandidaten het allemaal laten afweten dan hoor je nog van ons.’
‘Goed,’ zei ik met meer verheuging op die minieme kans dan ik had gewild op dat moment.

Meneer Klokhuis hangt op met de tegenwoordig spreekwoordelijke klik van de hoorn en zodra het gesprek plaatsmaakt voor stilte hoor ik van links een geronk opkomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s