De Naakte Waarheid

Een commanderend metalen gegons vliegt de daken rond en vult de februarilucht met warme klanken van een koude bronzen bel. Mensen zijn een rij aan het vormen voor de ontologische gaarkeuken – Armoede is snel aan het stijgen in Nederland, met miljoenen mensen onder de armoedegrens.

Jaapie – een van de mensen – voelt zich niet thuis in het huis van de ongeduldige Joden. Gregoriaans gezang maakt hem misselijk en monotoon predikergekwijl over de vleesgeworden HEER is het dichtst dat hij bij de definitie van de hel komt. Als God mijn hart kent, waarom zit ik hier dan? denkt hij. Er is hier geen viering van het leven, geen dansen in het licht van het absolute, maar een dogmatische ontkenning van menselijke vrijheid en met het brandende gevoel in zijn onderrug vanwege de robuuste houten banken die even buigzaam zijn als de oorlogsgod die hier vereerd wordt besluit Jaapie niet meer te geloven in de twijfelaar aan het kruis. Mocht het later anders blijken te zijn zal Hij hem toch wel vergeven. “Een Kareltje gooien” noemt Jaapie het zelf. Een verwijzing naar Koning Karel de Grote die zich op zijn sterfbed liet dopen en bekeren, waarmee hij gereinigd werd van al zijn zonden en linea recta naar het Paradijs kon opstijgen bij het laatste sluiten van zijn ogen.

Jaapie kijkt het gebouw rond. Daar vooraan staat een man volledig in zwart gehuld op de meest saaie en onmenselijke manier – zonder persoonlijkheid, enthousiasme of ziel – met een Bijbelstem te spreken over de dood en al onze plichten voor we mogen gaan. In een gestaag maar constante stroom van plezierdodende woorden zuigt hij alle hoop op een leuke zondag uit de congregatie die hier oncomfortabel zit en zijn bek houdt, want het leven zou eens comfortabel en omarmend zijn voor de verandering. Iedereen knikt netjes, zucht niet en leeft van Adam tot adem tot adem met een amen ertussendoor terwijl ongeïdentificeerde anusdampwalmen de aandacht van de ongeïnspireerde vals gezongen psalmen afleidt.

Hij kijkt de gezichten rond om te zien of hij iemand schuldig ziet kijken en ja hoor.

Ze schamen zich echter meer voor wat ze niet kunnen voorkomen dan waar ze voor gekozen hebben. Het lichaam is vies, maar een dissonant kattengejank op een diatonische tuuuuuuuuuuuuuuu – duuuuuuuuuuuuu – duuuuuuuuuuu, daar zit toch wel echt een dosis God in, compleet van A tot O.

Geschapen in zijn evenbeeld, denkt Jaapie. Zou God een anus hebben? En zou Hij ruften laten? Hoe ziet een ruft van God eruit? Het moet een gigantische knal zijn die Zijn gesloten kringspier in een nanoseconde doet openbarsten, direct weer sluit en in dat ene moment de volledige inhoud van Zijn endeldarm de eeuwigheid in blaast. Zou Hij zich ook schamen soms? Probeert Hij ook de schuld af te schuiven op een andere omnipotentie, of wacht Hij stilletjes af in de hoop dat niemand ons ruikt? En belangrijker nog, wat heeft Hij gegeten? Zijn wij de mestkevers op Gods kosmische berg stront? Onze grootste sterren heetten ten slotte “The Beatles” en “The Rolling Stones”, wat verdachte beelden van kleine kevertjes met ronde keutelkeitjes oproept. Jaapie nestelt zijn billen nogmaals op de bank in de hoop ze iets warmer te maken, maar tevergeefs.

De dominee zit midden in zijn zin en begint zijn woorden te verbuigen. Zijn ogen rollen terug in zijn hoofd terwijl er schuim rond zijn lippen begint te verschijnen en zijn bovenlichaam spasmes vertoont. Iedereen is in afgrijzen en een paar mannen in een zwart pak die op de tribune van de onverzadigbare somberheid zitten komen naar voren gerend om de man die nu naar de grond gevallen is en convulsief ligt te wringen bij te staan. Ze roepen onze vader en lijken het helemaal niet meer eens te zijn met Zijn mysterieuze wegen. De nuchtere verslagenheid waarmee een goed gehaaste Jood zijn constante nederlagen ondergaat, die placebotrots die hij vindt in het hebben van de meest door-de-zweep-opengereten rug is abrupt verdwenen nu iemand voor ze aan het sterven is. Jaapie heeft nog nooit iemand dood zien gaan en al helemaal niet de dominee en hij vraagt zich af hoe de schapen het gaan vinden wanneer Gods babysitter onvermijdelijk in zijn gewaad schijt en alles weer ranzig en walgelijk is en dat stalen gelaat dat zegt ‘tweeduizend jaar dode Palestijnen hadden wél gelijk!’ plaats moet maken voor… Voor wat eigenlijk? Jaapie wilt erachter komen.

Helaas, voor het beantwoorden van zijn nieuwsgierigheid dan, staat de dominee weer op met een schone poeperd en een verontrustte blik. De zaal lijkt een bijzondere indruk op hem te maken en hij kijkt vluchtig naar zijn handen en polsen, dan gaat hij met zijn handen door zijn haren en rond zijn kin. Hij kijkt naar zijn voeten. Dan weer omhoog. Hij sluit zijn ogen en zinkt in een eindeloze concentratie, alsof hij in een seconde de wereldgeschiedenis aan het downloaden is, schudt zijn kaak van links naar rechts en tilt zijn oogleden op om een traan te onthullen. Dan kijkt hij nog een maal naar beneden en in een reactie van afkeer ontdoet hij zich van zijn zwarte gewaad om een naakte torso te presenteren met een litteken in de rechterzij.

‘Wat zijn jullie in Godsnaam aan het doen!?’ Roept hij zo hard mogelijk zonder gefrustreerd te klinken.

De kudde is muisstil. Jaapie heeft geen idee wat er gebeurt. De zwarten die rond het figuur voormalig bekend als de dominee staan kijken huiverig toe met blikken van afschuw op het naakte lichaam van hun herder.

Een paar mensen kijken een beetje ongemakkelijk van links naar rechts met hun ogen. Dan roept iemand van achterin de kerk:
‘Het is de tweede komst van Gristus!’

Het publiek begint zichzelf acuut te kastijden over iedere kleine onzekerheid die ze in de afgelopen paar uur hebben gehad en alle diepgewortelde spijtigheden uit hun menselijke verleden terwijl ze het ergste vrezen, hoewel hun lot misschien al vóór hun geboorte bepaald was.

‘Nouja, de derde. Ik was ook nog een keer in Seville, maar laten we het daar niet over hebben.’ Zegt de man terwijl hij de banken passeert richting de grote deur.

De dominee begint naar buiten te lopen, poedelnaakt door de midwinterochtend. De banken worden weer overwonnen door de bijtende kou nadat de mensen op zijn gestaan om de man te volgen. Buiten staat hij op zo’n twintig meter van de deur terug te kijken naar het kolossale gebouw, als een klein kind vol bewondering. Een paar sneeuwvlokken dalen neer op de daken, de lantaarnpalen en het trottoir.

‘En het is trouwens niet de laatste komst zo te zien. Hoe zijn jullie allemaal zo rijk hier, man? Jeruzalem is er niets bij. Waar zijn we eigenlijk?’

‘Utrecht.’ zegt een jongeman met een bril en lieflijk krullend bruin haar. Jaapie herkent hem als de dader van eerder.

‘Utrecht?’ Antwoordt de dominee met een vraag.

‘Ja, in Nederland. Ehh, Germania in Uw tijd,’ De jongen krabt wat aan zijn kruin.

‘Germania? Dat klinkt als een Latijnse naam.’ Zegt de dominee met wat achterdocht.

‘Ja, dat was het ook. De Romeinen hebben deze stad gesticht. Ze hebben hier zelfs nog een muur gebouwd, als U iets die kant oploopt ken U nog op de grond zien waar die gestaan heb.’

‘Wat, wanneer gebeurde dit? Wanneer is het gebouwd?’

‘Het jaar veertig na U. Dus zeven jaar na Uw, ehm. Voordat U weer terugkeerde.’

‘Is het door keizer Tiberius gesticht?’

‘Nee, zijn zoon die de troon na hem kreeg, Caligula heette hij.’

‘Was Caligula wat? Heb ik iets teweeg gebracht in het rijk?’ Vraagt de dominee hoopvol.

‘Hij was schijnbaar een volslagen idioot. Caligula werd vroeg in zijn leven kaal, maar had wel heel veel lichaamshaar. En daar was ‘ie onzeker over. Dus verbood hij iedereen in zijn nabijheid om het woord “geit” te zeggen en iedereen die wel een kop haar durfde te hebben terwijl hij in de kamer was werd geschoren.’

‘Oh. Maar het rijk?’

‘Hij ehm… Hij heeft zijn paard een zetel in de senaat gegeven en alles ging niet bepaald optimaal daarna.’

‘Oh…’ Zegt de dominee zachtjes.

‘Ja…’ De jongen rekt het woord uit en kijkt naar de grond.

‘En mijn Woord?’

‘Oh dat hebben ze echt pas een paar honderd jaar daarna belangrijk gemaakt.’

‘Wie zijn ze?’ Vraagt hij.

‘De Romeinen.’

‘Maar wacht, de Romeinen hebben dus gewonnen!?’ Roept de dominee verslagen.

‘Nouja, ja, voor een paar honderd jaar na U wel ja. Maar de Romeinen zijn uiteindelijk weggegaan hoor. Rome staat nog, prachtige stad schijnbaar. U zou er een keer heen moeten gaan, hoewel ik niet weet of ze staan te popelen om U daar te zien. Maar de stad is meerdere malen geplunderd en verschillende delen van het rijk hebben zich vrijgevochten. En na nog wat eeuwen en ziektes en kunst en oorlogen en andere dingen zijn we hier.’

‘Maar de gebouwen zien er nog vrijwel hetzelfde uit als toen.’

‘Ja, ja klopt, we hebben na duizend jaar iets anders toch besloten dat de Grieks Romeinse architectuur het fijnst was.’

‘Maar waarom volgen jullie mij hier dan nog al die jaren later? Hoe kunnen jullie mij volgen in een Romeinse stad? Die bruten hebben mij vermoord!’

‘Oh, nou, de Romeinen zijn de enige reden dat we überhaupt ooit van U gehoord hebben. Schijnbaar heeft U rond het jaar driehonderd een zekere keizer Constantijn bezocht in een droom met een teken in de wolken waardoor hij een slag bij een brug won en toen heeft hij het hele rijk bevolen Christelijk te worden. Voor die tijd geloofden de mensen in allerlei dingen. Hier in Nederland waren het natuurgoden, Donar en Freya bijvoorbeeld, die tegenwoordig alleen nog terug te vinden zijn in de namen van de dagen van de week.’

‘En na die overwinning zijn de Romeinen mijn boodschap alsnog gaan volgen? Pacifistisch spirituele revolutionairen geworden en daarmee hebben ze steden als deze kunnen maken wat ze nu zijn?’

De jongen lacht openhartig om de haast schattige onschuld van de dominee en zegt:
‘Nee, natuurlijk niet. Ze maakten een machtsmonopolie en vereenzelvigden de essentie van de enige God met het idee van de absolute monarch en gebruikten Uw pacifisme om mensen waardigheid te laten zoeken in hun onderdrukking terwijl een kleine tien procent daadwerkelijk leefden als goden voor hun tijd en amper belasting betaalden omdat ze adellijke of geestelijke privileges hadden. Het werd een soort verheerlijkte omgekeerde zelfmoordcultus, omdat zo lang mogelijk leed verdragen zaliger is dan direct de pijp uit gaan. Wat een geweldige filosofie is als negentig procent van de bevolking praktisch gezien een analfabetische slaaf is voor landheren. Christendom is mainstream geworden. En alles dat mainstream gaat wordt versimpeld tot het niveau van imbecielen en algemeen kut, ik weet niet of dat in Uw tijd hetzelfde was, maar het is zo goed als een natuurwet tegenwoordig.’

‘Bij de heilige Royaya G’i uda. Ik dacht dat mijn parabelen en preken bestand waren tegen dat soort manipulatie. Ik ben extra voorzichtig geweest omdat ik zag wat de Joodse leiders deden met onze oude profeten en hun boodschap. Hebben jullie mijn woorden nog?’

De jongen, Jaapie en het publiek proberen allemaal de naam op te vangen die de dominee net noemde, maar niemand besluit om het gesprek ervoor te stoppen.

‘Ja, een deel ervan. Uw verhaal staat in een boek genaamd De Bijbel, die over tweeduizend jaar tijd door tientallen mensen is geschreven. De laatste versie is zo’n vierhonderd jaar na Uw tijd uitgebracht, maar niemand behalve de elite kon het lezen voor de eerste duizend jaar. Dus wat er in die tijd allemaal veranderd en aangepast is, geen idee.’

‘Mijn Vader zat fout toen hij jullie vertrouwde met mij.’

… Niemand kan hier iets tegenin brengen, dus hangt de congregatie haar hoofd in schaamte en verwarring.

‘En mijn volk? Hoe is het met de volken van Israël?’

‘Ze zijn de afgelopen duizenden jaren over de hele wereld verspreid. Het grootse aantal Joden wonen in Amerika, een continent dat later is gekolonise… Ehm, ontdekt is, maar ze hebben ook een eigen staat in het oude Israël waar ze constant in half gewapend conflict zijn met de oorspronkelijke bewoners van het land.’

‘Maar wij zijn de oorspronkelijke bewoners van het land.’

‘Ja, maar zij ook. Jullie allebei, maar er zijn een hoop mensen bijgekomen na de.’ De jongen pauzeert voorzichtig.

‘De wat?’ Vraagt de dominee nieuwsgierig.

‘Na de, na de holocaust.’

‘Nogmaals?’

‘W-weet U daar niet van?’

‘Nee. Vertel.’ En hoewel er geen hintje dreiging in Zijn stem zit begint de jongen aarzelend en stotterend het verhaal van de holocaust te vertellen aan de dominee die zijn gezicht in bochten en kreukels worstelt om zijn emoties ergens kwijt te kunnen bij het horen van de details. Vol absolute walging en een existentiële angst kijkt de dominee naar de jongen die nerveuzer en nerveuzer wordt.

‘Bij de heilige Seo Yun Kim! Wat is er in hemelsnaam mis met jullie!? Ik ben hierheen gestuurd om jullie paradijselijke voorbeeld te zijn als mens. Om de vaders van de zonen te scheiden, om het zwaard van wijsheid dat altijd aan twee kanten moet snijden tussen jullie in te steken. Zodat de vader mag onderwijzen en met de tijd zijn zoon hem zien overstijgen en verslaan, wat de vader in zijn diepste zal pijnigen – wetend de uiteindelijke onbeduidendheid van zijn bestaan – maar hem trots zal maken op de grandioze prestatie van zijn dienst aan God en de bevordering van al het in-zijn-evenbeeld geschapene. Jullie hebben één zoon gevolgd en het daarbij gelaten. Jullie hebben jullie broeders vermoordt ruziënd over mijn goddelijkheid. Jullie hebben de kerk geruïneerd! Het lijkt wel een paleis! Als een kameel door het oog van de naald, broeders! Hebben we niet nog een bericht gestuurd over het idee van een vijfde van je welvaart afstaan aan de armen? Pa had Gabriël zelf gestuurd om het te vertellen volgens mij, of is dat niet doorgekomen? Hoe hebben jullie jezelf zó laten misleiden?”

‘De heilige wie? sorry?’ Vraagt de jongen nu dan wel aan de naakte man, aangezien hij niet zo één twee drie een antwoord heeft op de dominee zijn andere vragen.’

‘Oh, Godsallemachtig, natuurlijk dat jullie niet eens de belangrijkste heiligen kennen. Weet je wat, laat maar hangen joh. Ik zie jullie wel weer op een ander moment van de eeuwigheid. Tot die tijd, zoek een andere God om te aanbidden. Hij is niet gediend van dit soort onzin. Jullie zijn vergeven, succes.’

En daarmee rollen de ogen van de naakte man wederom terug in zijn schedel en staat er ineens een rillende, beschaamde meneer voor enkele honderden mensen die hem weer herkennen als hun dominee. Het Dom plein is geruisloos op de ijzige wind na.

‘Het was gewoon een truc!’ Buldert iemand uit de menigte ineens.
‘Deze gek probeert ons van het geloof te stoten!’ Volgt iemand anders.
‘En hij is naakt!’ Schreeuwt een vrouw.
‘Zonde!’ echoot een zwarte, nu comfortabel genoeg met de kudde tegenover één iemand om te durven.
‘Het is zo’n smeerlap! Blijf bij onze kinderen uit de buurt!’ Komen bezorgde ouders tussenin.
‘Jíj geeft ons geloof een slechte naam! De echte Jezus houdt van iedereen!’ Roept Jaapie voor de lol.

De dominee wordt in zijn blootje achtergelaten op het plein door een boos weglopende menigte. Met de politie op de zaak gezet en met alle aantijgingen tegen andere geestelijke autoriteitsfiguren tegenwoordig lijkt het iedereen veiliger om deze man te voorzien van drie dagen achter tralies en een levenslang TBS traject.

Jaapie ging daarna nog eens bij hem op bezoek in de inrichting om te vragen wat de voormalige dominee nog wist van die ochtend, maar de dominee zei dat hij zich niets meer herinnerde van die tijd en dat als hij ergens cruciaal de fout in was gegaan het niet in zijn macht lag om daar iets aan te veranderen.

‘Het beste dat ik kan doen is mijzelf verlossen, zonder anderen in acht te nemen. Want God weet wat er in mijn hart schuilt en het lijden in de wereld is niet mijn schuld, noch is het leiden van de wereld mijn verantwoordelijkheid.’ Zei hij trillend in een hoekje als laatst tegen hem, voor Jaapie weer naar huis ging.

De bel loeit nog steeds iedere zondag voor het begin van de ongeduldige joden dodenmars, maar Jaapie leest liever thuis tegenwoordig. Met een warme kop thee en zijn dekens zo geordend dat het voelt als een warme knuffel. En hij zingt wat hij wilt, want dat is wat God zou willen voor hem als Hij echt van hem hield.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s