De verkrachter

De verkrachter staat op, krabt aan zijn scrotum, ruikt aan zijn vingers en wandelt naar de douche. Hij poetst zijn tanden, wast zijn haar en gaat zonder ontbijt de deur uit richting werk. Hij heeft een fulltime baan met veel vrouwelijke collega’s. Eén daarvan heeft hem wel eens “sexy” genoemd, maar ze is nogal oud en de verkrachter houdt meer van vrouwen rond zijn eigen leeftijd. Na werk fietst hij naar huis, eet een appel en steekt een sigaret op. “Tijd om erop uit te gaan” zegt de verkrachter even later tegen zichzelf en hij spuit een geurig alcoholmixje in zijn baard en achter zijn oren eer hij zijn goede shirt aantrekt en naar het centrum gaat.

In het centrum kijkt hij radeloos om zich heen terwijl de ene na de andere vrouw zijn aandacht commandeert. Overal waar hij zijn blik plaatst is iets te zien dat zijn hart sneller doet kloppen en zijn ogen draaien als een malle rond in hun doppen om al het vlezige genot te kunnen absorberen. Er zijn vrouwen met opvallende lokken, topjes, navels, kuiten, huidplooien, kraaienpoten, G-strings en berberbroeken. Ze zijn betoverend mooi en de verkrachter wenst niets liever dan met zijn hand over hun glanzende rondingen te wrijven en zijn verlangens te laten behartigen door hen als de koning van de duizend-en-één nachten. Hij voelt het kietelen van binnen, een gevoel waar hij nog steeds niet helemaal comfortabel mee is. Hij bekijkt een ieder die passeert van top tot teen en blijft ergens tussen die twee in hangen. Het gekietel wordt een kneden en de verkrachter kan zijn gevoelens niet langer negeren. Gelukkig weet hij waar hij zoeken moet voor de makkelijkste slachtoffers: De eeuwige jachtvelden vol nietsvermoedende deernes en makkelijk te misleiden meisjes.​

De verkrachter komt de kroeg binnen en begint te scannen. Een meisje in een groene jurk met een bruine pony en sproetjes op haar jukbeenderen staat aan een tafeltje wat ongemakkelijk om zich heen te kijken. De verkrachter bestudeert zijn doelwit en ziet dat ze met vriendinnen staat, maar niet betrokken is bij het gesprek. Ze is kwetsbaar. Hij zou haar kunnen benaderen, doen alsof hij toevallig langs haar moet, wat leuzen en opgepoetste waarheden kunnen spuien en binnen de kortste keren zou ze van hem zijn om mee te doen wat hij wilde, te gevleid om hem door te hebben en te druk bezig met zijn fallische wapen om te kunnen protesteren.

Het gevoel neemt toe.

Hij gaat op een kruk zitten om te achterhalen hoe hij haar moet benaderen. Hij wenkt de bediende, bestelt een Jack Daniels, a real rapist’s brew, en begint zichzelf met het glas in de hand te camoufleren aan de bar. Hij denkt aan mogelijke openingen, want hij weet dat de seconden na het eerste contact cruciaal zijn. Als hij wil slagen zal hij gevat moeten zijn en zijn intenties moeten maskeren, want als ze hem doorheeft zal ze direct weigeren als een vis die rond een dobber zwemt en dan ineens een gek op de oever lippenlikkend aan zijn hengel ziet rukken. Maar als hij slaagt kan hij nog voor het eind van de avond zijn kibbeling in haar knoflookbakje dompelen en met zijn Hollands nieuwe in haar zuiderfuik duiken.

De verkrachter heeft daarom gedurende zijn leven een gigantische collectie van triviale kennis opgedaan, belachelijke trends gevolgd en zich verdiept in vele dingen waar hij absoluut geen enkele persoonlijke interesse in heeft, maar waarvan hij weet dat vrouwen er waarde aan hechten, precies voor dit soort momenten. ​

Hij maakt zich klaar om op te staan, maar iemand stoot tegen zijn been. Ze morst bier over zijn schouder en biedt hevig haar verontschuldigingen aan terwijl ze zich met dezelfde hand die sorry zegt voorstelt als Leonie. Raymond Penningmeester, de verkrachter, van zijn voetstuk gebracht door het onderbreken van zijn plannen en de emotie in Leonies ogen antwoordt: ‘Raymond. Zeg maar Ray.’ ​

‘Ray, je hebt Jay Dee, toch? Laat me het goed maken door een nieuwe voor je te halen. Het is het minste dat ik kan doen en deze is toch bijna leeg zie ik.’​
‘Oké.’​

Voor hij er erg in heeft neemt Leonie plaats op de kruk naast die van hem. Ze draagt een elegant rood jurkje met een open rug dat om de een of andere reden niet natuurlijk overkomt op Raymond. Hij probeert een plan van aanpak te maken met betrekking tot deze vrouw, maar voor hij iets bedacht heeft zit hij midden in het gesprek.​

‘Wat doe je hier alleen?’ Vraagt ze.​
‘Ik eh, weet niet, ik had gewerkt en ik had zin in wat drinken, mijn vrienden zijn, ik had ze gebeld, maar ik dacht ik ga gewoon een keer alleen, kan gewoon ook, haha, toch?’ ​
Ze lacht en haalt een dwalende pluk haar van haar wenkbrauw die ze veilig achter haar oor stopt terwijl ze oogcontact houdt en zegt:​
‘Je hoeft je niet te verontschuldigen hoor, ik wilde je gewoon ongemakkelijk maken.’ En met die laatste woorden verschijnt er even een hand op Raymonds dijbeen, vlak boven zijn knie. De verkrachter wordt een beetje warm van binnen. Leonie ziet er niet uit als zijn gebruikelijke doelwitten, maar het enthousiasme in haar motoriek en de lampjes in haar helderblauwe zielspiegels wakkeren een ongebruikelijke interesse in hem aan. Ze gooit nonchalant twee vingers de lucht in en de barman komt langs. Hij glimlacht naar Leonie en ze overhandigt hem speels haar briefje van twintig, wat Raymond onzeker maakt. Een paar seconden later heeft hij een nieuw glas Jack Daniels voor hem staan en nipt Leonie van een onbekend uitziende likeur waarvan ze een slokje aan hem aanbiedt. Het is verraderlijk bitter en het brandt rond zijn adamsappel, maar eenmaal naar beneden gedwongen begrijpt hij de allure. ​

‘Lekker?’​
‘Ja, het is best wel te doen. Een beetje sterk, wat bitter, maar wel lekker,’ pleit Raymond.​
‘Zoals ik van mijn mannen houd,’ zegt Leonie over de rand van haar glas vlak voor ze nog een slok neemt.​
‘Wat?’ Hij hoort het niet helemaal.​
‘Hm?’ komt er geneuried uit haar volle mond. Ze slikt, zet het glas neer en gaat verder.​
‘Je bent goed gekleed trouwens, je shirt ziet er leuk uit.’​
Raymond giechelt haast, maar bedwingt zijn emoties op tijd. ‘Haha, dank je. Mooie jurk heb je.’​

‘Dank je en geen dank. Het complimenteert je ogen goed, vandaar.’ Hij ziet Leonie zijn gezicht in zich opnemen door over al zijn kenmerken en onopvallendheden te gaan met haar ogen. Het lijkt of zo op speurtocht is naar iets specifieks, maar Raymond weet niet wat en hij wilt er niet verder over nadenken. Het is fijn om door iemand bekeken te worden als object van interesse en hij geniet ervan. Ze voelt oprechter aan dan de meeste mensen, al helemaal het meeste kroegvolk denkt Raymond.​

‘Wat doe jij hier eigenlijk alleen?’ ​
‘Ik liep langs en dacht waarom niet. Misschien dat er iets leuks te vinden is binnen.’​
‘En?’ Vraagt de verkrachter met nieuw zelfvertrouwen door het shirtcompliment, ‘iets gevonden?’​
Ze knippert een paar keer terwijl ze hem toptotteent, eindigt met haar focus recht op zijn iris en zegt: ‘Misschien,’ waarna ze vluchtig een voortand in haar onderlip zet.​

Raymond weet niet waar hij het zoeken moet. Hij ontsnapt aan Leonies oculaire houdgreep en ziet achter haar nog steeds het meisje met de pony en de sproetjes staan. Het valt hem nu pas op dat het meisje een tattoo in een vreemde taal om haar pols heeft. Hij kan de sierlijke lussen en kenmerkende puntjes onder en boven de letters onderscheiden, het lijkt op Arabisch. maar het lezen is absoluut onmogelijk van deze afstand. Wat staat er? Waarom Arabisch? Waarom rond de pols? Spreek ze Arabisch? Zou ze fan zijn van Sa’ad Lamjarred? Hoe zou ze heten? ​Layla misschien… Of Sjeherazade…

Weer een hand. Op zijn schouder dit keer. Zijn natte schouder. Raymond ruikt de bierdamp die van zijn goede shirt afkomt. ‘Sorry nogmaals daarvoor,’ zegt Leonie. ‘Als je iets anders aan wilt trekken kan dat trouwens hoor, ik heb een paar truien thuis die me toch niet passen. We kunnen ze halen, ik woon hier om de hoek.’ Ze tikt een paar keer met de zijkant van haar schoen tegen die van hem terwijl ze het zegt en staat op voordat Raymond antwoord kan geven. Hij heeft amper tijd om na te denken over hoe en wat hij precies wel of niet wilt, maar een verkrachter kan geen dame weigeren, dat is hoogverraad tegen de broederschap. Hij zou zich het lulletje voelen in iedere toekomstige verkrachterchillings met zo’n verhaal. En daarbij is Leonie niet zomaar op zoek naar wie dan ook. Het lijkt d’r om hém specifiek te gaan.​

‘Oké.’​
‘Cool, laten we gaan.’ Ze keert hem de rug toe onderweg naar de deur en de verkrachter is buiten zinnen door het ontblootte, door-de-zon-gekuste vlees dat tussen de twee rode touwtjes die over haar schouders getrokken zijn bestaat. Meer hoeft het ook niet te doen om tot deze reactie te leiden, het zien van zoveel vrouw is genoeg. Weer komt dat gevoel bij hem op, iets opdringerigs dat veroorzaakt wordt door een diep geworteld verlangen en miljoenen mogelijke toekomsten. Bij de deur draait ze zich om met haar handen in elkaar gevouwen rond bekkenhoogte en kijkt vol verwachting naar hem om haar te volgen. Raymond en de verkrachter volgen haar gefascineerd en gulzig de straat op. ​

‘Ik woon die kant op, het is sneller als we langs de singel lopen.’​
‘Prima.’​

Het water ligt kalm in de deemsterige nacht. Een dichte mist maakt het pad niet langer dan vier meter per zichtsveld en in de wolken zijn lichte wazen te zien waar lantaarnpaallampen horen te hangen. Er zit niemand op de vele bankjes en er is geen mens op het pad te bekennen. De verkrachter kan niet wachten, maar besluit zijn handen thuis te houden voorlopig. Het is niet het moment. Ze is er nog niet klaar voor. Maar god wat zou hij graag willen. Hij kijkt langs haar rug naar beneden en zijn boxershort strekt wat mee met zijn fantasieën. ​

Ze tikt een keer tegen zijn vingers aan, hij schrikt niet terug. Ze pakt zijn hand en beweegt hem naar haar lichaam, maar zegt niks. Hij voelt de drempel van haar heupen, dan de diepte van haar schoot. Ze lopen langs een klein elektriciteitsgebouwtje wanneer Raymond een schouder voelt en tegen de deur wordt geduwd waar een bliksemschicht opstaat met het woord GEVAARLIJK eronder. Leonie kijkt naar hem. Er is een spottende meedogenloosheid in haar ogen ontstaan en iedere langzame stap die ze richting haar doelwit zet brengt de verkrachter iets meer in verlegenheid. Ze komt vlak voor hem staan en drukt zichzelf met haar borsten tegen zijn lichaam aan omhoog tot ze oog in oog komen. Ze brengt haar mond naar zijn oor en hijgt een bevel dat gepaard gaat met haar wijsvinger die langzaam haar jurk omhoogtrekt voor hem:​

‘Lik me.’ ​

Ze zoent hem net lang genoeg om een hand op zijn hoofd te plaatsen en hem zonder weerstand naar beneden te duwen terwijl ze haar voet op zijn schouder zet. De verkrachter is in paniek, hij is een half uur voorspel gewend om zijn slachtoffers te laten vergeten dat hij een misdaad op ze aan het plegen is. Hij kan de situatie niet meer bevatten en verlaat het lichaam van de bepoeste jongeman die er alles aan doet om te onthouden dat een clitoris een soort hypergevoelige mini eikel is en vanuit dat axioma improviseert met zijn tong. Ze dirigeert hem met haar hand in zijn haar en schuurt in korte stootjes met haar bekken haar lippen tegen zijn gezicht aan. Ze begint tevreden te zuchten en wisselt het af met enkele binnensmondse en luidkeelse kreunen, want er is niemand in de buurt om ze te horen. Met het puntje van zijn tong raakt Raymond in een rap tempo een paar keer haar plekje wat hem twee handen op zijn schedel oplevert die zich als kattenklauwen nestelen in zijn haar en hem van adem beroven, zijn neus dichtgedrukt tegen haar venusheuvel. ​Ze zet na een tijdje haar beide benen weer op de grond, trekt zijn hoofd naar achteren, kijkt op hem neer met een serieuze blik en eist:​

‘Neuk me.’​

Raymond kan niet anders dan gehoorzamen. Hij floept zijn tollie uit zijn broek en zoent de roodgejurkte nymf terwijl Leonie zijn goede shirt kapotscheurt en hem met zijn rug terug tegen de deur gooit. Wacht, waarom ik eigenlijk? denkt hij voor het eerst.​

‘Vangen,’ zegt ze voor hij zijn gedachte af kan maken. Ze springt op hem af en vouwt haar benen om zijn middel. Hij vangt haar net boven haar heupen op en laat zich overmeesteren door de passie van haar bewegingen. Hij komt, maar ze gaat lustig door. Ze vertelt hem zonder woorden dat ze niet weggaat voor hij uitgeput en leeg is. Raymond komt uiteindelijk nog een keer onder het animale gebrul van Leonie die nog steeds niet verzadigt lijkt. Ze glijdt van hem af en ziet de jongen op adem komen. Ze tilt zijn kin op met dezelfde wijsvinger van eerder en kust hem alsof het de laatste is die ze ooit zullen delen samen.​

‘Is dat het?’ Vraagt ze luchtig terwijl ze nog een keer over zijn lichaam gaat met haar hand en zijn shirt volledig uittrekt.​
‘Voorlopig wel, maar geef me een half uur en ik kan weer hoor.’​
‘Nee dank je.’​
‘Sorry?’​
‘Ik heb geen tijd om te wachten, ik ga weer verder.’​
‘Wacht, maar, wil je niet nog een keer afspreken?’
Leonie begint haar jurk weer goed te doen en d’r haren op orde te maken en zegt: ‘Waarom? Er zijn zoveel van jullie.’
‘Maar ik zou je graag nog een keer willen zien. Wat doe je eigenlijk zoal? Studeer je? Werk je? … Was ik niet goed genoeg?’ Raymond betrapt zichzelf op het hebben van de beste avond van zijn leven en kan dit niet loskoppelen van Leonie. Hij snapt niet wat ze bedoelt, waar gaat ze heen? Wat heeft hij fout gedaan?​

‘Je bent een lieve jongen, Raymond. Daar houd ik niet van. Het ga je goed.’​

Ze loopt met zijn vieze, gescheurde goede shirt de mist in en binnen enkele seconden is ze volledig verdwenen. Hij blijft verbijstert achter. Kijkend naar zijn bovenlichaam voelt hij haar aanrakingen als fantoomvingers nog aanwezig op zijn huid. Hij kijkt om zich heen en ziet niets behalve wolken met waterige lantaarnlichten. Het is koud.

Hij ontwaakt uit zijn droomstaat en beseft zich dat het voorbij is. Dat dit het einde is van het verhaal, dat zo iets nooit meer gaat gebeuren en dat de persoon verantwoordelijk voor de beste avond van zijn leven hem niet wilt. Sinds hij nog maar een kleine verkrachter was heeft hij gedroomd van iemand die hem de dingen kan laten voelen die Leonie uit hem kreeg en nu het voorbij is raast er een mix van trots, schaamte en hopeloosheid door zijn maag. Hij wilt haar terug. Niet de seks, haar lichaam of het lippenbijten, maar dat gevoel in de kroeg. Die eerste hand en de lok haar achter haar oor. ​Dit was mijn enige kans. En ik heb hem verneukt.

Bij de volgende verkrachterchillings zit hij met een pilsje in zijn hand hard te lachen om voetballende auto’s die vechten met gewapende tieten. Al zijn verkrachtervrienden brullen gewelddadige patriarchale plezierkreten en schreeuwen opschepperig over hun vaginale overwinningen. Wanneer de ronde echter bij hem belandt blijft hij stil. Er is niet zo veel gebeurd de afgelopen tijd zegt hij.
‘Vier letters één woord voor Ray P hier: H-O-M-O HOMOOOOOO, HOMOOOOOO,’ de rest van de verkrachters beginnen mee te scanderen.
Onze verkrachter voelt zich in zijn trots gekrenkt en wilt op dat moment zo hard en zo bombastisch mogelijk declareren dat hij een of andere dorstige minx tot wel tweemaal heeft volgejakkert in de mist, recht in de kut met die lul, maar Raymond blijft stil en schaamt zich voor zijn woorden zodra hij ze bedenkt. Hij kijkt de kring rond naar de testosteronpompende penispoppen die liederen als ‘Ik wil alleen maar ANUS. ANUS! ANUS! ANUS!’ verzinnen en realiseert zich de waarheid in Leonies woorden en waarom ze zo min mogelijk met zijn soort te maken wilt hebben. Er zijn er zat en ze willen allemaal te graag.

De verkrachter komt nauwelijks nog aan het woord deze dagen. Zelfs wanneer hij in de zomerzon langs de grachten banjert ten midden van al het vrouwelijk schoon dat een studentenstad te bieden heeft zwijgt hij uit voorzorg. Het is voornamelijk Raymond die daar loopt. Sipjes en alleen, denkend dat het zijn schuld is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s