Ik ging een keer naar Esfahan

20161129_153523

Wat moet ik hier in godsnaam over zeggen dan? 

Moet ik dwepen met de lang verloren levens die ooit gebeden hebben in de moskee? Of praten over hoe een andere man hier zat en zichzelf even vergat toen dezelfde adhan zijn zang over de tuinen deed galmen? Hoe dit alles is dat U ons beloofde, plaats van myriade strofen even snel vergeten als ik zo meteen zal zijn?

Wat wil je van me, Esfahan?

Moet ik tranen laten vallen en hopen dat het een zaadje in je ziel plant? Dat ik in de rij kan gaan staan achter Hafez, Sa’adi en Khayyam? Dat de vogels nog één keer bij elkaar komen om te spreken over hetzelfde groen dat te bewonderen was in ogen van maagden, die hier eens hun eer ter zijde legden voor een zelfde zijden tong? Of mag ik ook gewoon genieten van deze ondergaande zon? Mag ik ook in stilte kijken naar de koepels en de daken?

Waarom kan ik je niet met rust laten?

Ik zou je zo graag de mijne maken en je eindeloos onder een sluier verstoppen. Mijn ogen uitsteken en voor altijd in fantasieën leven, al waren ze maar een beetje gebaseerd op een halve waarheid. Ik wil dat je me aankijkt terwijl ik je dit aanreik, niet worden vergeleken met allen die hier vóór mij leefden. Ik wil enkel en alleen van jou zijn al is het maar voor even. Ik wil hard tegen je schreeuwen, ik wil wenen op je pleinen. Ik wil spugen op het graf van hem die jou als eerste lief had. Ik wil kijken naar de eeuwen die achter je liggen en weten dat ze allemaal moesten leiden naar mij. Ik wil dat je nimmer en te nooit meer naar iemand anders zult gluren. Ik wil je vernietigen, omdat ik bang ben je te verliezen. Kun je wel worden bedrogen door iets dat je nooit bezat? Ik wil worden voorgelogen, al geloof ik het maar even en mijn leven naast me leggen voor het winnen van je hart.

Dus.
Al met al.
Esfahan.
Redelijke stad.

 

20161130_113203.jpg

Er keek een meisje naar me terwijl ik op een droge rivierbedding stond.

Ze staat in de boog van de brug en kijkt me aan met een bordeauxrode hijab en een marineblauw gewaad, met haar ellenboog nonchalant leunend tegen de muur en een hand op haar slaap. Het wordt tijd dat ik ga, maar ik blijf eventjes staan. En glimlach.

Ze grijnst uitnodigend, warm, maar van een afstand. Ik vraag me af waar ze van afstamt, maar zet de gedachte van me af en wandel verder met dezelfde lach vastgeplakt op mijn gezicht.

Ik moet iets schrijven over jou, maar ik heb er geen zin in. Er was even een momentje met een meisje en een brug. Ik zie d’r nooit meer terug en dat is precies waarom het überhaupt gebeurde. Het was leuk geweest voor poëzie hoe ze me even op kon beuren, panacee voor melancholie, maar ik was helemaal niet treurig, dus wat zeur ik? Dit hele gebeuren vloeit niet lekker, de tekst en de rivier beide, maar wat als dat de bedoeling is? Wat als de droogte hopeloos lijkt en iets dat ooit zoveel blijheid gaf ineens verdwijnt? Hoe druk je een kutgevoel uit met mooie woorden? Je moet hiervan walgen, maar een enkele mooie zin vinden, dan ken je mijn gevoel. Snap je al wat ik bedoel?

E le men ten
20161130_150241De Zagros steekt als een stegosaurus20161130_150719
de ruggengraat van een aardse plaat
met stenen in zijn maag
om vegetatie te vermalen

De Zoroastriaanse vlam,
adem die alles weg kan vagen
eeuwig hier bewaard
als de bewaker tegen Ahriman

Water reinigt diepe dalen,
zuivert een gehavend man
en sijpelt door de tuinen
naar de Shah van Esfahan

En de wind die zal ons verder dragen,
verder gaande als onze dagen
eenmaal zijn geleefd
met ongeëvenaard elan.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s