Wiens Gebied, Diens Gebed

1
Het was helemaal geen maandag, toch? Misschien ook wel. Maar was het ook twaalf uur? De afgelopen week was hij meerdere malen ’s nachts opgeroepen voor een spoedgeval en het was zo warm geweest dat hij lastig in slaap kon komen ’s middags, zelfs met de ventilator aan het voeteind van zijn bed. Welke dag het precies was ging soms verloren door de korte middagdutjes en lange nachten. Hij leunde af en toe tegen een muur, wreef in zijn ogen en wandelde daarna verder door de brede witte gangen.

In de volgende kamer bleef hij even staan en keek naar de jongen op het bed die een Donald Duck aan het lezen was. De kleine blonde jongen was twee maanden geleden binnengekomen, had hem na het voorstellingsgesprek een knipoog gegeven en gezegd: ‘Komt wel goed toch, dokter?’ Zijn vader die naast het bed zat keek hoopvol naar de dokter en zei: ‘Nou, volgens mij komt dat wel goed hoor, Tim. Kijk eens wat voor spullen ze hier allemaal hebben staan. Als dat je niet beter gaat maken weet ik het ook niet meer.’ Stefan had de jongen zijn kans op herstel positief ingeschat. Tim praatte graag over voetbal. Hij was ook voor PSV, net als Stefan. Hij wilde brandweerman worden later, want hij had een keer een gigantische brand in een flat vlakbij zijn huis geblust zien worden door grote mensen in dikke pakken die op ladders klommen en water spoten. Hij wilde ook mensen redden vertelde hij. Om te oefenen had hij een keer de struikjes in de tuin aangestoken en met de tuinslang gereed stiekem gewacht tot zijn ouders iets zouden merken, zodat wanneer ze de vlammen zagen ze écht zouden schrikken en hij écht een kleine held zou zijn.

Maar zijn kansen op overleven werden steeds geringer. Het kwam waarschijnlijk niet goed. Alweer niet. Hij moest het hem vertellen. Hij had één keer in een van zijn eerste jaren als jonge arts een kind valse hoop gegeven. De emotie die was te lezen van het gezicht van Noeri, de voorgelogen jongen, had Stefan nooit verlaten. Vlak voor zijn dood had de patiënt wat stom voor zich uitgekeken, alsof iedereen in de ruimte een grap snapte behalve hij. Daarna volgde een blik van onbenul en een zekere cynische hopeloosheid die vaak onterecht als “volwassenheid” werd geduid. Stefan was zelf net vader geworden. Maar zijn vermoedens en wensen gingen tegen de wetenschap in en de wetenschap kreeg gelijk. Hij had gelogen over de slagingskans van de behandeling, ingedekt door het feit dat negentig procent kans op herstel nog steeds fataal kon zijn. Hij keek naar Tim en zag Noeri voor zich. Patiënten kwamen en verdwenen, ouders huilden en schreeuwden soms en verdwenen daarna ook, behandelingen slaagden en faalden, hoop werd geboren en stierf. Alles wende uiteindelijk wel en zo was ook de cyclus van het ziekenhuis iets routineus geworden voor hem. Maar die valse belofte, die leugen teisterde nog steeds zijn geweten.

Noeri had eigenlijk al opgegeven toen hij zijn haren uit zag vallen. De behandeling waardoor hij langzaam maar zeker de controle over al zijn ledematen begon te verliezen terwijl zijn cellen opgegeten werden door een radioactieve soep maakte zijn verlangen om te leven niet sterker. Maar hij was geïnspireerd de dood te ontduiken door de woorden van de dokter. Zijn woorden. Hij was de enige reden dat dit kind nog had durven hopen. Hij zwoor na dat moment bij zichzelf altijd koel te blijven en direct te zeggen wat er in het verschiet lag voor de zieken. Om zo diep mogelijk in zichzelf te porren en de naakte waarheid te spreken, of in ieder geval de waarheid die hij zag. Toen hij het luchtalarm hoorde doorgaan en eindelijk had gerealiseerd dat het écht geen maandag was keek hij met een kleine glimlach naar de jongen en zei: ‘Maak je geen zorgen, Tim. Wat het ook is, het is niet ons probleem. Rust lekker uit vandaag, dan praten we morgen over de rest van je behandeling.’ Hij hing een nieuwe zak aan het infuus, zei ‘Tot morgen’ en ging verder met zijn werk.

Op de gang kwam hij collega’s tegen die doodsangsten uitstraalden en met open schichtige ogen en een vlotte pas zich van hot naar her haastten, want de patiënten hadden voorrang. Hij wandelde er kalm tussendoor, half door vermoeidheid en half door een nieuw gevonden wil om sterk te blijven voor anderen. Hij bood alle voorbijgangers een rustige glimlach om zich aan vast te houden terwijl hij naar de volgende patiënt liep. ‘Wat moeten we doen?’ ‘Ik moet naar huis! Zoë is op school!’ ‘Ik wist het, het was zo… Oh nee, oh nee!’ ‘Het is het einde.’ ‘Ze hebben ons gewaarschuwd, o mijn God o mijn God…’ ‘Nee, ik kom er zo direct aan. Ik moet mijn dienst afmaken, het spijt me, pap,’ ‘Wat gebeurt er!?’ klonk het om hem heen. Hij vermoedde dat het de Russen waren. De afgelopen jaren was er een haast onuitputbare stroom van angst en bedreigingen in de media te zien geweest over Groot Rusland en het einde van beschaafd Europa. Onze kernwaarden en vrijheid werden bedreigd door een ijverig plottende grootmacht. In Rusland werden homo’s in elkaar geslagen, politici vermoord, journalisten opgepakt, hadden een paar geniepige rijkaards meer macht dan alle mensen bij elkaar en er zat een dictator op de troon die stukje bij beetje alle landen om hem heen aan het opslokken was. Het begon bij de Krim en ging verder in Oekraïne, de rest van Europa moest op zijn hoede zijn. Met de gebeurtenissen in de Verenigde Staten van gisteren in zijn achterhoofd kon Stefan haast niet anders concluderen dan dat de Russen binnengevallen waren. Toen hij in zijn pauze op zijn telefoon keek zag hij dat dit daadwerkelijk het geval was. Rusland had zojuist Nederland ingenomen, ze zeiden in vrede te komen. Hij berichtte zijn vrouw Eva en zijn zoontje Robin om te vragen of ze veilig waren en iets hadden gemerkt of gezien. Eva belde hem en zei dat alle scholen direct gesloten waren en de leraren en kinderen naar huis gestuurd. Ze zat met Robin thuis en was ongedeerd. ‘Wat moeten we doen?’ vroeg ze, waarop hij antwoordde dat zolang ze binnen bleven er niets kon gebeuren en dat ze vanavond zouden kijken hoe het nu verder moest. Maar vooral dat ze zich geen zorgen moesten maken.

Dus dat was Poetins plan geweest, dacht hij. Breng een idioot aan de macht in Amerika, laat hem het systeem ontrafelen, de bevolking polariseren als nooit tevoren en gebruik de naïviteit van een seniele megalomaan om Europa te pakken nadat de VS gevallen waren. Er was vast wel iemand die dat goed voorspeld had en nu kwam pronken op het nieuws. En ja hoor, daar was hij al: Pieter Proost, expert. ‘Vanaf het Obama tijdperk was eigenlijk het schisma met Poetin al duidelijk, dat een gedecentraliseerd Amerika de kans zou bieden aan manipulatie van buitenaf leek dan ook in het verschiet te liggen. Het proto-neoconservatieve pro-bono populisme van Turrump leende zich hier uitstekend voor. Deze specifieke loop van omstandigheden, zoals ze zich hebben doen geschieden in de afgelopen tijd, leek mij daarom ook onvermijdelijk in het licht van het verleden, geordend en begrepen zodoende dat gedaan is in mijn optiek.’ Als Pieter niet, dan Peter wel, of Piet. Het deed er allemaal niet toe. Het punt was: Trump had gewillig een buitenlandse macht laten klooien met de Amerikaanse verkiezingen, wat gelijk stond aan hoogverraad. De straf voor hoogverraad was de dood. En aan de dood ontkwam niemand. Ook de vrijpostige poespakkert niet.

Nu Donalds vadsige romp bungelde zoals ooit zijn lotgenoot Saddam had gedaan en de Verenigde Staten direct in een burgeroorlog verzeild waren geraakt was er weinig meer dat Europa beschermde tegen de droom van een groot Rusland behalve Franse arrogantie, Britse koppigheid, misschien wat Italiaans onbenul of Duitse deja-vu gevoelens. Maar die landen mochten voor zichzelf vechten. Stefan had het toch niet zo met de Italianen en hij kreeg nog geld van een Fransoos. Nederland was te klein om zo trots te zijn dacht hij. De Russen hadden geen bombardementen, razzia’s of veldslagen nodig voor de bezetting en er was geen ritmisch hakgeroffel van zware laarzen te horen in de straten zoals de vorige keer dat het land werd opgepikt door een nabijgelegen grootmacht. Hij had vrijwel onverstoord zijn werkdag voort kunnen zetten en voor zover hij zich kon bedenken had Rusland geen reden tot volkerenmoord of iets dergelijks in West Europa dus zei hij iedereen op werk gerust gedag en tot morgen.

2
Na werk ging hij naar huis, kuste Eva die er nog steeds bezorgd uitzag en speelde twee tegen twee Rocket League met zijn zoontje Robin die vroeg van school naar huis mocht vandaag en daar bijzonder blij mee was geweest. In de ochtend had hij geschiedenisles gehad over de Gouden Eeuw en de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje. Robin hield van geschiedenis dus hij vertelde zijn vader over de dapperheid van Willem. Hoe hij vogelvrij was verklaard, maar toch terugkeerde naar de Nederlanden om te vechten tegen de Spaanse onderdrukking, zelfs nadat iemand hem had geprobeerd te vermoorden in Antwerpen. Hoe hij de provincies had weten te verenigen en het pad had gebaand voor de meest welvarende eeuw in de Nederlandse geschiedenis. Hij luisterde aandachtig en genoot van het plezier van zijn zoontje, ook al had hij dit verhaal al tachtig keer gehoord. Eva stond achter Robin, met haar handen op zijn schouders en keek angstig.
‘Zullen we dan maar patat eten vanavond? Ik denk niet dat mama zin heeft om te koken en ik ben kapot van werk.’
‘Ja!’ juichte Robin. ‘Mag ik weer zelf een hamburger maken?’
‘Alleen als je er ook een voor je moeder en mij maakt. Je bent twaalf nu, jongen. Tijd om een man te worden en voor je ouders te koken.’
‘Ik maak de lekkerste hamburgers van de hele wereld.’ zei Robin trots.
‘Dat wil ik nog wel eens zien.’ Zei Stefan en hij zette de frituurpan aan.
‘Dat kun je niet zien, pap, dat moet je proeven.’
Hij plofte naast Eva neer op de bank, zette het journaal aan waar een nieuwslezeres een boodschap oplas die door een buitenlands persbureau werd gedicteerd. Ze vertelde dat Nederland overgenomen was door een uitmuntend uitgevoerde invasie van het Russische leger, dat het had gecapituleerd en nu een provincie was van het grootste rijk dat moeder Aarde ooit gekend had en zou kennen. Wederom werd herhaald dat de Russen in vrede kwamen. In ander nieuws was er in Utrecht een Lesbisch stel uit hun buurt verhuisd omdat ze al een jaar lang uitgescholden en bedreigd werden als ze hand in hand over straat liepen en zou het morgen nog warmer worden dan vandaag. Maar in het weekend kwam eindelijk regen werd beloofd.
‘Wat moeten we doen, schat? Oh God wat moeten we doen?’ Zijn hoofd rustte op dat van haar, dat op zijn schouder lag.
‘Je haar ruikt lekker. Nieuw spul gehaald?’
‘Fijn dat je ook op de kleine dingen let, en ja het is nieuwe conditioner, maar waar gaan we heen, Stefan? wat moeten we doen?’
‘Boodschappen halen, Robin naar school brengen, naar werk gaan, netflix. Dat soort dingen.’
‘Stop met grappen hierover.’
‘Ik ben serieus.’
‘Je denkt dat dat zomaar kan?’
‘Waarom niet?’
Ze fluisterde luid: ‘We zijn verdomme binnengevallen door de Russen.’
‘Ja, maar het is niet alsof we in oorlog zijn met ze of wel? Hebben we überhaupt teruggevochten?’
‘Niet dat ik heb gehoord nee. Maar er zijn sowieso idioten die dat wel gaan doen.’
‘Je hebt gelijk. Laten we hopen dat het bij een paar idioten blijft. Zolang we ze niet boos maken kan ik me niet voorstellen dat ze zo erg voor ons zullen zijn.’
‘De Rússen, lieve schat. De Rússen. Weet je hoe ze mensen behandelen in Rusland?’ Vroeg Eva retorisch.
‘Niet veel beter of slechter dan ze doen of deden in Amerika ga ik van uit, maar daar hadden we hier ook niet zo veel last van.’
‘Ik denk dat Rusland wel een tikje slechter is dan Amerika was hoor.’
‘Ze hebben wettelijke slavernij, de helft van het volk zit onder de armoedegrens wat verbijsterend genoeg de obesitasepidemie niet hindert, iedereen is tot de tanden bewapend en tegenstanders van de staat worden opgeblazen door op afstand bestuurbare moordmodelvliegtuigjes. Klinkt als een geweldig land.’
‘Je kunt er ten minste zeggen wat je wilt zonder koud gemaakt te worden door je eigen overheid.’
‘Zolang het niet een universitaire campus in 1970 is wel ja, anders wordt je doodgeschoten door the national guard omdat je vreedzaam protesteert tegen de Vietnam oorlog.’
‘Is dat vaker gebeurd?’
‘Niet dat ik weet, maar dat heeft de VS ook niet nodig, omdat ze zo racistisch zijn dat je vijftig jaar geleden doodgeslagen kon worden voor het fluiten naar een blanke vrouw. Je hoeft het niet als overheid te doen als het volk zelf bloeddorstig genoeg is.’
‘Emmett Till is nu meer dan vijftig jaar geleden, Stefan.’
‘Maar je denkt toch niet dat racisme een land verlaat zodra de president een handtekening zet of wel?’
‘Nee, natuurlijk niet, maar er is vordering en dat probeer je te ondermijnen door gruwelen uit het verleden rond te gooien als bewijsstukken voor hedendaagse haat, dat helpt niet. Je moet mensen de tijd geven. Een wettelijke basis biedt ruimte voor vooruitgang, dan kunnen de onderdrukten zich ergens op beroepen wanneer ze worden gediscrimineerd. Dat is de eerste stap tot volledige integratie.’
‘Wat ik probeer te zeggen met die voorbeelden is dat mensen er in die tijd toe in staat waren, omdat ze wisten dat het volk zulk geweld goedkeurde. Het Amerikaanse volk kan net zo meedogenloos zijn als alle angstbeelden die wij hebben van de Russen, dat was mijn punt. Maar je hebt gelijk, een officiële erkenning van je menselijkheid is de eerste stap.’
Moet je nagaan als er letterlijk in de wet staat dat jij minder bent dan de rest van je land, omdat je de verkeerde kleur moeder en vader hebt,’ Eva schudde haar hoofd.
‘Oh en vergeet niet dat je net iets beter bent wanneer alleen je moeder de verkeerde kleur heeft, want dat betekent dat een blanke man zijn natuurlijk recht heeft genomen en een van zijn vieze, duidelijk minderwaardige, onintelligente en uitermate lelijke –  maar op de een of andere manier alsnog seksueel begeerlijker dan zijn ivoren huissloof –  slavenvrouwen heeft verkracht. Het is borderline nazi hoe die staat gerund werd en wordt.’
‘Dat is onzin, Stefan en dat weet je.’

‘Oké, oké. En ik ben een beetje aan het overdrijven omdat ik boos wordt van dit soort dingen, maar er zijn mensen ontslagen omdat ze het woord niggardly gebruikten op werk en het woord is in veel plaatsen verboden doordat er constant mensen emotioneel van werden en er ruzies door ontstonden.’
‘Eh, ja. Vind je dat niet logisch?’
‘Ja, maar het heeft niets te maken met wat je denkt. Het komt oorspronkelijk van het Oud Noorse nigla wat betekent dat je moeilijk doet over kleine dingen.’
‘Maar jij snapt toch ook wel waarom dat een probleem is?’
‘Sterker nog, daar wilde ik heen. Als mensen in tranen uitbarsten en ontslag eisen bij het horen van een willekeurig woord dat lijkt op een woord dat werd gebruikt voor het ontmenselijken van hun ouders en grootouders, is het land misschien niet zo geweldig als het klinkt. Het zal ongeveer hetzelfde zijn bij Rusland, alleen horen we juist meer over hun onderlagen omdat Rusland de vijand is en waarom zouden we goede dingen over de vijand willen horen?’
‘Sinds wanneer ben jij zo’n fan van Rusland?’
‘Ik ben fan van geen van beide. Het zijn allebei wereldmachten en die zijn per definitie smerig. De grensgebieden zijn altijd een hel, kijk naar Midden-Amerika, het Midden-Oosten of de Kaukasus. Amerika en Rusland hebben over de jaren miljoenen mensen laten slachten en verkrachten om de macht te kunnen houden en dat blijven ze doen tot iemand sterk genoeg blijkt om ze te stoppen. We zaten tijdens Rwanda toch ook voor de tv ons af te vragen hoe het mogelijk was dat de hele wereld toekeek? Toen logen ze nog om de VN wetten te ontduiken. Irak precies hetzelfde, weet je Abu-Ghraib nog? En is Guantánamo Bay nu al dicht? Zowel Amerika als Rusland zijn terroristische staten, ieder menselijk rijk op aarde tot nu toe is terroristisch geweest in hun meedogenloosheid richting vijanden. Je gehoorzaamt of je sterft. Van Caesar tot Balkenende, financier je land met bloed en ellende van anderen. Dát is de VOC mentaliteit. Maar Europa is in het huidige politieke klimaat het veilige achterland en dat zal het voorlopig blijven denk ik, we zijn te waardevol om te verwoesten. We zijn Griekenland voor hun Rome. Dat is waarom ik niet bang ben.’
‘Ik denk dat je er veel te simpel naar kijkt.’
‘Ik denk dat jij je te veel zorgen maakt. Het ene rijk volgt het andere op, dat is hoe het gaat. Misschien wordt het iets beter, misschien iets slechter. Het wordt gewoon anders. Zolang ze ons laten leven zie ik geen probleem met wisselen van belastinginner. Wiens gebied, diens gebed zeiden ze vroeger. Of nouja, Cuius Regio, Eius religio was het toen nog, aangezien we ook veroverd waren door de Romeinen.’
‘Doe niet zo stom, Stefan. Zie je echt de ernst van de situatie niet in of probeer je me gewoon boos te maken? Dit is het begin van een nieuw tijdperk, met een beetje pech de derde wereldoorlog en jij doet alsof er niets aan de hand is.’
‘Ik probeer je te laten zien dat zolang wij er geen probleem van maken er geen probleem is. Stel Rusland neemt heel Europa over. Wat dan? Wat gaan ze doen met Nederland? Gaan ze de havens opblazen? De kassen, de akkers of de snelwegen kapotmaken? De bevolking uitroeien? Waarom zouden ze ons iets aan willen doen? We hebben zeventien miljoen mensen die redelijk weten hoe alles werkt hier. Weet je hoe veel geld wij opleveren voor een regering? Als wij ons overgeven is er geen reden voor oorlog en kunnen we gewoon verder gaan met onze levens. Het gaat de regering toch alleen maar om geld zeg je zelf altijd, dus wat maakt mij het uit aan wie ik de helft van mijn loon afsta? Ik wil een gelukkig leven kunnen leiden in mijn eigen kleine wereldje, samen met jou en Robin. En ik denk dat degene die ons bang maken en aansporen tot oorlog de mensen zijn die het meeste te verliezen hebben bij een wisseling van de garde, namelijk de garde zelf. En we weten onderhands allemaal dat de minister president minder geeft om ons dan om een paar miljard aan multinationalpremies, dus voor zijn zetel ga ik niet vechten en de koninklijke familie verandert in een zootje asielzoekers zodra er ook maar een rotje op de Dam ontploft, dus voor hen doe ik het al helemaal niet. Ik heb jullie te verliezen, niet de Nederlandse staat. Ik woon hier gewoon toevallig. En als de Russen dat kunnen respecteren, respecteer ik hen.’
‘Bijna klaar pap en mam!’ riep Robin vanuit de keuken.
Hij keek naar Eva en zag een scala aan emoties flikkeren achter haar iris
‘Eva, luister. Kinderen blijven ziek worden en ook toekomstige Russische kameraadjes hebben een lerares aardrijkskunde nodig, niet? Wat gaan ze doen? Medici en docenten doodschieten? Wij redden ons wel, geloof me.’
‘En wat als hier ineens een zooi Russen komen wonen? Wat als we de Russische cultuur moeten overnemen?’
‘Maakt het echt uit? Niemand in de buurt spreekt Russisch. Ieder redelijk mens weet dat wij in ons leven geen Russisch meer gaan leren en als onze kleinkinderen dat wel gaan doen is dat hun zaak. Heb je ooit Middelnederlands geprobeerd te lezen? Kom je niet doorheen hoor. Die dingen veranderen constant.’
‘Echt, soms ben je te naïef voor woorden. Er gaan dingen veranderen en we gaan het voelen.’
‘Misschien wel. Poetin moet ook sterven uiteindelijk en wat er dan gebeurt weet niemand. In de geschiedenis is het vaak totale chaos wanneer een groot veroveraar sterft.’
‘Lang leve Poetin dan maar…’
‘Zie je, je begint het al te snappen. Laten we nu in ieder geval nog even genieten van Imperium Americana door wat hamburgers te eten.’ Hij lachte vriendelijk naar haar.
‘Ik houd van je, Stefan,’ zei ze iets minder ongerust, maar nog steeds met een onheilspellende gewichtigheid.
‘Ik ook van jou, lief. Altijd.’ Hij gaf haar een kus op d’r hoofd. ‘Serieus lekkere conditioner trouwens.’
‘Ik dacht ik maak mijzelf wat aantrekkelijker voor wanneer Pjotr en Ivan op de stoep staan om het overwonnen vlees te keuren.’
‘Goed punt. Ik moet nog een nieuw luchtje kopen voor Ivanka.’

Robin had frituurtalent. De burgers waren perfect krokant van buiten en mals tot de kern. De curry en mayo waren goed in balans en hij had stukjes kaas op het vlees gelegd terwijl het vet uitlekte boven de pan zodat het even de tijd had om goed rond het rund te smelten. Daarna had hij wat sla op het onderste bolletje gelegd en daar de cheeseburger bovenop geplaatst. Een mix van frisse lente en knapperige gefrituurde uitjes gaven dat extra beetje oempf van een echte thuisgemaakte burger. Robin zette de borden voor zijn ouders neer met extravagant doch vloeibare bewegingen van zijn armen.
‘Monsieur en Madame,’ zei hij met zijn tong tussen zijn voortanden als een echte Franse chef.
‘Ah wie wie, bon sjef é bon appetie dan maar.’
‘Het ziet er heerlijk uit, Robin. Goed gedaan,’ zei Eva.
‘Wacht, is dat lente ui? Sinds wanneer kun je uien snijden?’
‘Ik heb het opgezocht op youtube, pap.’
‘Goede jongen,’ mompelde hij door een volle hap burger.
Na het eten maakte Stefan schoon en begon daarna Robin naar bed te brengen die met Eva in de woonkamer het nieuws aan het kijken was. Er waren constante uitzendingen die dag.
‘Mama, zijn we veroverd?’
‘Ja, jongen.’
‘Net als door Spanje?’
‘Niet helemaal precies, maar wel een beetje.’
‘Moeten we gaan vechten in een oorlog net als Willem van Oranje?’
‘Nee, maak je niet druk. Jij hoeft nooit te vechten in een oorlog.’
‘Nee, Robin, daar ben jij nog te klein voor. Als er iemand moet vechten in een oorlog dan is het papa.’ Kwam Stefan tussenbeide. ‘Maar dat gaat niet gebeuren.’
‘Ik wil niet dat je gaat vechten in een oorlog, papa. En anders wil ik mee.’
‘Maak je geen zorgen, dat gaat papa ook niet doen. Wat papa wel gaat doen is jou naar bed brengen nu.’
‘Mag ik niet later opblijven omdat we veroverd zijn?’
‘Nee, maar je mag wel vroeger opstaan morgen als je dat wilt, omdat we veroverd zijn.’
Toen hij Robin ingestopt had ging hij op de rand van zijn bed zitten en zei:
‘De komende tijd gaan mensen misschien een beetje gek doen, dat komt omdat ze bang zijn dat er heel veel gaat veranderen in Nederland. Maar je hoeft niet bang te zijn. Papa en mama zijn hier altijd en bij ons ben je veilig. Snap je dat?’
‘Ga je echt niet naar de oorlog, papa?’
‘Nee, dat beloof ik.’
‘Anders ga ik mee hoor!’
‘Beloofd, dan mag je in mijn rugzak. Maar dan moet je wel goed uitgerust zijn. Dus welterusten.’
‘Welterusten.’
Hij gaf Robin een kus op zijn voorhoofd, zei dat papa en mama heel veel van hem hielden en ging terug naar beneden. Met Robin op bed ging Stefan weer op de bank zitten.
‘Is er nog wat nieuws op netflix? Of zullen we House of Cards nog een keer kijken?’
‘Het begint onderhands zo gek te worden als de werkelijkheid dus waarom ook niet.’
‘Laten we dan proberen met hetzelfde plezier naar de werkelijkheid te kijken, je weet maar nooit wanneer je abonnement wordt stopgezet.
‘Of wanneer de show eindigt.’

3
Een paar dagen gingen voorbij. Stefan had heerlijk gekookt, Eva had gulzig gegeten en hem daarna recalcitrant toegebeten dat hij maar beter ook een solide borsjtsj in zijn mars had. Ze hadden geleefd zoals alle andere dagen van hun leven terwijl de rest van Nederland langzaam acclimatiseerde en de paniek langzaam plaats begon te maken voor passieve verslagenheid.

De rest van Europa was onderhands gevallen. De meeste landen die dicht bij Rusland lagen hadden zich direct overgegeven, ook al werd ze veel steun van Frankrijk, Engeland en Duitsland beloofd. Ze hadden geen behoefte om hun grondgebied de dodenakker te laten worden die ze zich konden herinneren van de eerste twee wereldoorlogen en de veertig jaar daarna. Echt belangrijke spelers op het wereldtoneel waren ze niet geweest en dat wilden ze nu ook niet worden. In een aantal landen waren wel gevechten uitgebroken, zo werd op het nieuws verteld. De Fransen, evenzeer belaagd door herinneringen aan honderd jaar geleden, hadden linie na linie opgezet en ze tot de laatste man verdedigd. In het terugtrekken hadden ze akkers en andere voorzieningen verbrand maar het had weinig effect gehad. Er waren simpelweg te veel Russen en de atoombommen die overal klaar lagen konden niet gebruikt worden om het eigen land te verdedigen van een invasie. Iedereen had zijn vingers op de knoppen, maar niemand durfde als eerste te drukken. Al helemaal niet zolang Rusland constant bleef benadrukken op televisie en radiostations dat ze hun arsenaal niet in zouden zetten. Ze zeiden dat ze kwamen als bevrijders, niet als veroveraars.

Nadat de Europese landen zich allemaal over hadden moeten geven beloofde Rusland plechtig dat alle bevolkingen ongedeerd zouden blijven zolang ze Russische heerschappij zouden accepteren. De avond van de laatste overwinning was er een speciale nieuwsuitzending waar Poetin zelf een speech gaf vanaf het Rode Plein in de nieuwe hoofdstad van de wereld: Moskou. Iedereen op Aarde zat gespannen voor de televisie.

De kleurrijke ijshoorntorentjes van het Kremlin schenen vrolijk in de blauwe lucht achter de man die over de eindeloze menigte keek als een pitbull-terriër. Honderdduizenden juichende mensen wierpen zich met volle overtuiging aan zijn voeten. Er waren huilende mannen en vrouwen, bulderende jeugd en tevreden knikkende bejaarden. Baby’s werden trots opgehouden om gezien te worden door de man vooraan. Kijk naar de jeugd! Kijk naar de beloftes van morgen! Hij werd onthaald als een god. Na een minutenlang applaus bewoog hij de microfoon een klein tikje en viel het doodstil.



Zelfs in Nederland leek het ineens minder lawaaierig te zijn. Hij begon te spreken als een aardige man die toevallig net de halve wereld in zijn schoot geworpen had gekregen: ‘Bozhe moi,’ klonk licht verrast, haast schattig door de microfoon terwijl hij een klein lachje op zijn gezicht toverde. Het publiek scandeerde zijn naam. Hij zette wat volume bij zonder souplesse te verliezen en begon te spreken:

‘Russen, volken van Europa, volken van de wereld. Vandaag is een historische dag voor ons allemaal. Het is een historische dag omdat er een nieuwe tijd van vrede is aangebroken. Een vrede zoals de mensheid nog niet gekend heeft, op een schaal als nooit tevoren. Door het vlotte succes van onze dappere Russische soldaten zullen jullie niet langer meer zwoegen onder het juk van de Verenigde Staten en de tirannie van het losgeslagen liberalisme. Te lang heeft de mensheid machteloos toe moeten kijken hoe de wereld verdeeld werd door een paar staten. Hoe continenten werden leeggeroofd voor hun mankracht en mineralen zonder daar compensatie voor terug te zien. Hoe de planeet moest creperen onder het gewicht van oligarchische ijdelheid.

Te lang hebben wij geleefd onder de schijnvrede van de Verenigde Staten en haar bondgenoten die enkel konden bemiddelen door middel van dreigementen en enkel konden regeren door geweld en onderdrukking. Maar wie regeert door middel van angst heeft niet het hart van zijn bevolking achter hem staan. Wie rijkdom vergaart door uitbuiting verdient het niet welvarend te zijn. En wie niet zijn medemens in de ogen kan kijken en eerlijk kan zeggen: ‘Ik vecht voor jou’ is geen echte leider.

In de verte was een vogel te horen, hier en daar een kuch in het publiek. Hij ging verder:

Ook de West Europese staten, hebben zich schuldig gemaakt aan het onderwerpen van werelddelen voor eigen gewin. Maar ik geloof dat dit nooit de wil van de Europese volken is geweest. Ik geloof dat dit nooit de bedoeling is geweest van de barmhartige mensen van Europa. Want jullie zijn eervolle mensen, zo leert onze gedeelde geschiedenis. Het was de wil van een select gezelschap dat poogde de ziel van jullie trotse naties te vertroebelen. Die jullie een schamele voorspoed beloofde, maar uiteindelijk zelfs dat niet meer konden bieden. Niet langer meer. De tijd van onderwerping is voorbij en we staan nu samen in het ochtendgloren van een nieuwe dag. De fijnste dag in de geschiedenis van het menselijk ras.’

‘Ik snap dat u angst in uw harten draagt met betrekking tot onze natie, Rusland. Dat jullie over de jaren veel verhalen hebben gehoord, veel van onze zwaktes hebben gezien. Maar dat zijn onze zwaktes, zoals jullie ook jullie zwaktes hebben. Het is niet mijn bedoeling, noch de bedoeling van Rusland om onze fouten die van jullie te maken. Om onze tradities op jullie te forceren zoals vele anderen vóór ons gedaan hebben. Wij wensen enkel de vooruitgang van de mensheid naar een heldere toekomst en zagen geen reden meer om de oude garde te vertrouwen met deze toekomst. Ze hebben de planeet vernietigd en de volken verdeeld. Het is tijd voor verandering.

Onze culturen zijn door de jaren heen vaak in verschillende richtingen vertakt en uit elkaar gegroeid, maar ze bloeien allemaal uit dezelfde grond en die is goed van aard. Want de mens is overwegend goed van aard. En na mate wij leren samen te leven met elkaar zal deze goedaardigheid weer het voortouw nemen. Wij komen niet om te verscheuren, maar om te verbinden. Wij zullen weder vinden hoe het is om broeders te zijn. Broederschap is echter niet zomaar gegeven, maar moet langzaam gevoed worden met oprechtheid. En daarvoor is eerlijkheid van beide kanten nodig. Van het volk naar de staat en van de staat naar het volk. We moeten leren elkaar te vertrouwen om samen verder te kunnen. En dat heeft tijd nodig. Maar ook bewegingsvrijheid.’

Hij nam een seconde of vijf, liet zijn blik langzaam over de rijen van hoofden dwalen en keek daarna recht de camera in.

‘Er zullen daarom in het nieuwe Russische Rijk geen restricties gelden voor de journalistiek. Een vrij volk spreekt vrijuit en zal nooit hoeven vrezen voor represailles van de staat waar het onder leeft voor het zoeken naar de waarheid. Ook al eindigt hij of zij bij onjuiste conclusies, de vrijheid geldt niet alleen voor het juiste antwoord, maar juist voor de zoektocht naar de waarheid die ontspringt uit de vraag.’

‘Er zullen in het nieuwe Russische Rijk geen restricties gelden voor het beoefenen van godsdiensten. Religie is een fundamenteel gedachtegoed van de mens en de individuele relatie van een man of vrouw met een god of de goden is onschendbaar. Gebedsruimtes van iedere religie zullen geconstrueerd mogen worden naar mate er genoeg vraag naar is vanuit een gemeenschap en ook het onderwijs zal geen religie uitsluiten.’

‘Er zullen in het nieuwe Russische Rijk geen restricties gelden voor het huwelijk en de vele vormen van liefde tussen mensen. Voor de wet zijn alle mensen gelijk geschapen en verdienen zij dezelfde mate van respect met betrekking tot hun gevoelens en keuzes. Hieronder valt ook de keuze te kunnen trouwen met iemand waarvan je een leven lang kunt houden, ongeacht zijn of haar geslacht.’

‘En er zal in het nieuwe Russische Rijk geen discriminatie plaatsvinden tegen mensen gebaseerd op huidskleur of etniciteit. Wij geloven dat een volk wordt gedefinieerd door haar karakter, ongeacht door welk soort lichaam dit karakter wordt gedragen. Het is belangrijk dat we met onze tijd meegaan. Alle mensen ter wereld staan voor het eerst in onze geschiedenis direct met elkaar in verbinding. Waar een mens vandaan komt is niet meer te zien aan zijn of haar huidskleur of fysieke eigenschappen. Waar iemand vandaan komt is te ervaren aan het karakter van de persoon. Aan de waardigheid waarmee hij of zij zichzelf draagt. En zo zal een Russisch staatsburger van nu af aan geïdentificeerd kunnen worden. Niet aan de hand van zijn uiterlijk, maar zijn woorden en daden. Dat zal de adem van onze volksgeest vormen, het nobele karakter van onze burgers.’

Weer een stilte. Het was lastig om niet onder de indruk te zijn van de sereniteit die afstraalde van deze man. Deze enge dictator die ineens zo benaderbaar leek, zo gewóón, eigenlijk. Dat was het misschien wel. Hij leek op een vriendelijke vreemde of een goede vriend die extra deftig gekleed was vandaag. En een goede reden had voor een toost.
‘Wat ik daarom van iedereen ter wereld vraag is samenwerking. Samenwerking voor een betere wereld. Een menselijke wereld. Misschien onder Russische heerschappij, maar geleid door de volken die al zo lang stand hebben gehouden in de turbulentie van de tijd. Ik zeg jullie daarom nogmaals, eervolle naties der Aarde, een nieuwe tijd is aangebroken. Het zal de meest schone tijd van de mensheid zijn en onze glorie zal galmen door de geschiedenis zolang er mensen zijn om haar te waarborgen. Lang leve moeder natuur, lang leve moeder Aarde en lang leve moeder Rusland.’ Hij stak zijn hand op en een miljoen stemmen begonnen uniform met hem zingen. Zijn zangstem was warm en vol van volume:

Rossia, sviashennaia nasha derzhava,
Rossia, lubimaia nasha strana!
Moguchaia volia, velikaia slava
Tvoio dostoianie na vse vremena!

De klanken leken met de wind meegedragen te worden over heel Europa, de melodieuze adem uitgeblazen door honderdvierenveertigmiljoen Russen was genoeg om orkanen te vormen in andere continenten. De televisies schaterden. De woonkamers waren stil.
‘Denk je dat hij dat allemaal meent?’ vroeg Eva.
‘Ik mag aannemen dat hij zijn woorden meent. Maar zoals Catharina de Grote ooit tegen haar goede Franse vriend Voltaire zei: “Jij hebt het makkelijk, want je schrijft op papier, ik moet schrijven op mensenhuiden.” Politici zeggen allemaal dat ze goed willen doen en beter zullen zijn dan de vorigen, wat moeten ze anders?’
‘Eerlijk zijn?’ Oppert Eva nonchalant.
‘…’
‘…’
Een drietal seconden passeren, ze kijken elkaar bloedserieus aan. Stefan knijpt zijn ogen samen.
‘Oké je had me bijna, schat.’
‘Haha, ja echt, kun je het je voorstellen?’
‘In ieder geval, of het allemaal waar is wat Poetin daar net zei, ik weet het niet. Of er onverwachte onvermijdelijke omstandigheden zullen ontstaan die ze gaan dwingen het toch soms een beetje anders te moeten doen dan de vredelievende aanpak en ze hier en daar toch een dissident moeten vermoorden of een gebied plat moeten leggen voor veiligheidsredenen, hoogst waarschijnlijk. Zo doen mensen dat al jaren.
Stefan houdt zijn handen op en begint vingers te tellen bij iedere naam die hij noemt:
‘Dat deden de Chinezen, de Azteken, de Malinezen, de Zoeloe, de Grieken, de Oemmayyaden, de Romeinen, de Osmanen, de Perzen, de Britten, de Vietnamezen, de Khmer, de Mapa- de Majah- de Majapahit, sorry, blijft lastig. De Israëlieten, de Spanjaarden en de Nederlanders niet te vergeten, om er maar een paar te noemen. En ze hadden allemaal gelijk en ze kwamen allemaal in vrede tot ze dat niet meer deden en hun manier van dingen doen was altijd toch echt toevallig de beste manier van dingen doen en hun volk was altijd hét gekozen volk om de wereld te verlichten met hun aanwezigheid. We noemen het nota bene de Gouden Eeuw terwijl de VOC Indonesië mocht plunderen met een volledig uitgerust leger, zonder wetten om de lokale bevolkingen te beschermen. Kun je je voorstellen wat mensen doen in zulke omstandigheden? Dat is alsof je tegenwoordig Nike en Unilever diplomatieke onschendbaarheid geeft en ze met een superieur leger naar Afrika stuurt om zo veel mogelijk winst te maken. Wat denk je dat er gaat gebeuren? Om het in perspectief te plaatsen: er hangen nu al zelfmoordpreventienetten om de apple fabriek in China heen omdat te veel mensen uit het raam sprongen van ellende en dat is een land dat ten minste doet alsóf het wetten heeft. Er zijn geen aardige rijken op aarde, Eva. Nooit geweest ook. Er is uitbuiting, zelfverrijking en vervolgens misselijkmakende arrogantie en neerbuigendheid van de hardst parasiterende klasse tegenover hun volksgenoten, want de theeslurpende nootmuskaatetende grachtenpandpatsers mengelen niet met het proletariaat natuurlijk. Ze zijn te druk bezig met suiker in hun thee doen, want dat is belangrijk in zestienhonderdnogwat. Als God echt bestaat is iedere natie al vele malen tot een eeuwige hel verdoemd, omdat we ons telkens laten misleiden te vechten voor mensen die niets om ons geven en we elkaar haten voor hun profijt. Het enige waar we voor mogen bidden is dat de Russen ons niet zullen behandelen zoals wij hen behandeld zouden hebben.’

4
Stefan was met zijn rondes bezig in het ziekenhuis en stond op het punt te gaan kijken bij Tim toen er een kleine stoet auto’s voor het ziekenhuis stopte. Hij keek naar de zwarte bolides die altijd belangrijke mensen vervoerden. Er stapte een jong uitziende oude man uit de middelste auto die met een kleine entourage op de hoofdingang af kwam lopen. Stefan werd door zijn afdelingsleider naar beneden gewezen om de man te ontvangen en rond te leiden. ‘Een of andere Russische hoge pief,’ zei hij met wat argwaan. Stefan daalde van de trap bij de ingang van het ziekenhuis en reikte zijn hand uit naar de pief.
‘Stefan Veldman, sir. Nice to meet you.’
‘Boris Michaelovich Petrovsky, call me Misha. it’s a pleasure to meet you.’

De twee wisselden wat beleefdheden uit en begonnen de tour rond het ziekenhuis. Misha bleek de nieuwe minister van volksgezondheid te zijn en hij was hier om te komen kijken naar de medische voorzieningen die het rijk te bieden had. Stefan was op weg naar Tim en dat had voorrang op alles, dus nam hij de minister mee en brabbelde onderweg wat over de machines die er stonden en de algemene zorg die het ziekenhuis bood. Tims toestand was verder achteruitgegaan en Stefan wist dat het de terminale fase had bereikt. De behandeling had niet geholpen. Hij vroeg Petrovsky met een handbeweging bij de deur te blijven wachten en ging de kamer binnen. Tim had een Donald Duck vast en staarde wat leeg voor zich uit naar de pagina’s.
‘Hey, hoe gaat het vandaag, Tim?’ De jongen schrok wakker uit zijn dagmerrie en wist zijn mondhoeken nét iets op te trekken toen hij Stefan zag.
‘Niet zo goed, ik heb pijn in mijn arm en ik ben misselijk.’ Tim tilde zijn rechterarm een centimeter of twee op. Wanneer word ik nou beter, dokter?
Zijn ogen werden naar de vloer gedwongen door de verwachting in Tims stem. Moest deze vraag vandaag komen?
‘Wil je een pijnstiller voor je arm?’ Hij kon hem niet aankijken.
‘Nee.’ Met zijn kin vlak boven zijn borst vroeg de jongen aan zijn blauwe japon: ‘Word ik wel beter, dokter Stefan?’
Hij verslikte zich bijna in zijn eigen speeksel. Ja, ja dat wordt je, Tim. Je gaat een brandweerman worden later en een held zijn. Het kan nog. Het is vast een keer eerder gebeurd. Het was een keer eerder gebeurd, ook al was de overlevingskans 0,001 procent dan was het een keer eerder gebeurd. Zolang er een kans is hoef je alleen maar de tijd zijn werk te laten doen en het zal gebeuren. Tim kon de uitzondering zijn. Waarom zou Tim niet de uitzondering zijn? Hij stond op het punt zijn mond te openen toen hij zichzelf betrapte op een gevoel. Een gevoel van hoop. Hij stopte zijn gedachten.

Als hij Tim vertelde dat hij het ging halen en hij zou op wonderbaarlijk wijze gelijk krijgen dan was dat niet door zijn woorden, maar door stom toeval en goede medicatie. En als hij ongelijk kreeg had hij een stervend jongetje voorgelogen en laten hopen op overleven tot hij door zwakte zijn oogleden niet meer kon openen. Hij zou Tim verdoemen tot een dood waarvan het jongetje zou denken dat het zijn eigen schuld was, omdat de dokter had gezegd dat hij het halen kon. Zijn lijdensweg zou er een van constant verlies zijn en iedere dag een nieuwe klap in zijn steeds mager wordende gezichtje. Hij keek vluchtig door Tims papieren terwijl hij de moed bij elkaar raapte en zei:
‘Nee. Tenzij er een wonder gebeurt, maar daar mogen we niet op rekenen, Tim. Er is niets meer dat ik kan doen voor je behalve je comfortabel maken.’
‘Ga ik dood?’ Tim keek hem aan.
Hij keek terug. God, verdoem me.
‘Ja. Ik denk het wel. Het spijt me.’
‘Maar papa zegt dat ik beter kan worden als ik vecht.’
Weer die ene blik. Die blik van verslagenheid. Hoe had ik zo stom kunnen… 
‘Wie weet heeft hij wel gelijk. Ik ben ook maar een dokter, niet je papa.’ zei hij met directe spijt.
Daarna was het even stil.
‘Ik heb wel een paar keer met je papa gepraat. Je weet dat hij heel veel van je houdt hè, Tim?’
‘Ja.’ Maar ik ga dood.
Hij was even stil.
‘Wie is dat?’ vroeg Tim over de man die hij bij de deur zag staan.
‘Dat is Misha, hij is een nieuwe minister. Een Rus.’
‘Ik heb gehoord over de Russen.’ zei Tim. ‘Hij lijkt me wel aardig,’ zei hij daarna.
‘Hij lijkt mij ook wel een aardige man.’
Petrovsky maakte oogcontact met Tim, stapte de kamer binnen en zei met een warme stem:
‘Ghallo.’
‘Wauw, je kan Nederlands!’ zei Tim met meer energie dan Stefan de afgelopen tijd van hem had vernomen.
‘Ien klain bietje. Ghoeweet jai?’
‘Ik heet Tim. Hoe heet jij?’
‘Ghallo Tiem, iek Misha Petrovsky.’
‘Hoe gaat het, Misha?’
‘Mit mei goed, mit jau?’ Dit leek Misha’s eerste echte Nederlandse contact, hij oogde verheugd om zijn nieuwe taal uit te proberen.
‘Met mij niet zo goed,’ hij wenkte naar de slangen die uit zijn arm hingen.
‘Iek zie. Maar jai sterk, iek zie ook. Vandaag jai roest, morgen jai bieter.’
‘Ik hoop het wel. Maar dokter Stefan zegt van niet.’
‘Soms de dokter niet weejt wat is wat, Tiem. Jai geloven moet.’
‘Ik zal het proberen, meneer Misha.’

‘Iek ga nijet vergieten jou, Tiem. Iek dink jou bai bieden. God loesteren, God loesteren,’ zei Misha terwijl hij omhoog wees.
‘Dankje, meneer Misha,’ knikt Tim de minister toe.
‘Goed, ik ga hem de rest van het ziekenhuis laten zien. Ik zie je morgen weer, Tim. En het kan nooit kwaad om te vechten. Onthoud dat. Tot morgen.’
‘Tot morgen.’
Hoe vaak nog?

De rest van het ziekenhuis – op de stervende kinderen na, maar die vonden ze overal even naar – beviel Michaelovich zeer goed. Hij was enthousiast over de apparatuur, de voorzieningen en de werknemers die altijd met een doel leken te bewegen en uitgerust waren met het beste dat de medische wereld te bieden had. Hij vroeg wie hier de leiding over had en Stefan legde uit dat het ziekenhuis bestond uit een scala aan afdelingen met een scala aan teams met een scala aan instructies en jaren ervaring. Iedere afdeling had een manager die met het team besprak hoe en wat er gebeuren moest. Niemand was echt de baas, er was alleen een afdelingshoofd die probeerde zoveel mogelijk geld voor de afdeling te verzamelen en daardoor in competitie raakte met de leiders van andere afdelingen. Alsof er een collecte rondging voor iedere heilige in de kerk en de kudde mocht kiezen wie wat verdiende aan de hand van een vlot praatje en wat statistieken. Petrovsky leek zich te verheugen om hiermee aan het werk te gaan en ergens verraadde hij wat trots in zijn glunderen. Een ministerfunctie over Nederland was een van de beste dingen die je als aspirerend Russisch politicus kon krijgen zei hij. Alles ging zijn gangetje, je hoefde enkel de teugels in je handen te laten leggen en het land zichzelf te laten besturen. Alles was geregeld.
You know, Old Russia it’s very difficult to manage. But here is organized. Good system. I look forward to working in your country, mister Veldman.’ Hij schudde Stefan de hand, bedankte hem uitgebreid voor de rondleiding en wenste hem succes in de toekomst waarna hij vertrok met zijn stoet richting het volgende ziekenhuis op zijn doortocht.

5
Stefan reed naar huis en hoorde op de radio dat de Verenigde Staten een serieuze voorsprong hadden op Satan wat betreft de hel op Aarde brengen. Iedereen had wel een historisch akkefietje om op terug te vallen en geweld te rechtvaardigen. Het hele continent was een battle royale geworden van rovende milities, rassengenootschappen en idealistische sektes.

Het Noorden vocht tegen het Zuiden for old times’ sake. In de Zuidelijke staten begonnen Aryan nation en Klu-Klux-Klan leden zwarten te slachten, de zwarten verenigden zich en voorheen rivaliserende bendes namen volledige binnensteden over en vielen van daaruit de blanke buitenwijken binnen. Niet zonder competitie van Aziatische syndicaten en de verschillende maffia’s. Dit verspreidde de angst voor een white genocide en mobiliseerde meer mensen, wat meer mensen mobiliseerde.

In verschillende gated communities en suburbs werden blanke bewoners op brute wijze afgemaakt en beroofd door de bevolkingen van de getto’s. Er waren berichten over mensen die levend verbrand werden aan kruizen in hun eigen tuin. In Tuskagee, Alabama waren er groepen zwarten die massaal mannen en vrouwen lieten verkrachten door mensen met syfilis en andere seksueel overdraagbare ziektes. Gevangenissen over het hele land werden opengebroken en gesloopt, de bewakers geshanked en gemarteld. Er was een audiofragment van een woordvoerder van de gevangenen bemachtigd dat luidde: ‘We’re killing them for freedom because they tortured us for boredom. And even if some good ones die, fuck it the Lord’ll sort em’.‘ Miljoenen ex-gevangenen, hard als staal en meedogenloos gemaakt door jaren opsluiting trokken nu in genocidale groepen door het land op zoek naar een thuisbasis.

Een aantal voorheen rivaliserende Mexicaanse kartels waren het zuiden van het land binnengevallen en bezetten grote delen van Texas, California en Florida waar ze mensen drugs verkochten en bescherming aanboden tegen bedreigingen van buitenaf. De Texanen hadden hier weinig behoefte aan gehad en hun eigen wapens gepakt totdat de eerste stapels aan flarden gehakte lijken op de straten begonnen te verschijnen, een tactiek die de kartels vaak in Mexico hadden toegepast. Ironisch genoeg stuurde Mexico dit keer wél voornamelijk hun verkrachters naar het noorden.

Het leger was te verdeeld om de opstanden neer te slaan. Dertig procent van alle vrouwen en zeventien procent van alle mannen in het leger was zwart, zo’n achttien procent van alle mannen en vrouwen waren Spaans. Er was geen cohesie in te brengen nu het land gespleten was. Het machtsvacuüm dat Trump had achtergelaten was te groot. De rijken waren allang gevlucht, een trucje dat ze hadden geleerd van hun belastinggeld.

Canada had zijn grenzen op slot gegooid en probeerde humanitaire hulp te verlenen aan de noordelijke staten. Verder waagden weinig landen zich aan verlichting van de lasten. Het was een conflict dat op zo veel verschillende lijnen werd uitgevochten dat vrijwel iedereen altijd je vijand was en het zou te veel geld kosten om die mensen te redden, dus richtte de rest van de wereld zich op hun eigen problemen. Op belangrijke locaties voor grondstoffen waren zwaarbeveiligde Eurorussische enclaves opgezet, zodat niets van waarde in Amerika verloren ging. Het klonk verschrikkelijk. Gelukkig was het niet zijn continent. ‘In ander nieuws,’ er volgde een bericht dat ging over een knokploeg in Venlo die Russische soldaten had bekogeld met lege wodkaflessen en had geprobeerd op ze in te slaan met honkbalknuppels. De groep was neergeslagen door de overheid en daarbij was helaas een dode gevallen. Stefan grapte tegen zichzelf “Willen wij meer of minder Limburgers in Nederland?” en besloot nog even langs de McDonald’s te rijden en Mcflurry’s mee te nemen voor Robin en Eva.

Toen hij thuiskwam vertelde Robin dat hij die dag les had gehad over de oude Russische koning Peter de Grote, die in de zeventiende eeuw naar Nederland was afgereisd om de scheepvaart en handel te bekijken en bewonderen. Peter had een droom om Rusland een echt Europees land te maken en zocht daarom de meest vernuftige volken op om van ze te leren. Iets dat Peter altijd al had willen zien was een machtige Russische vloot. En er was één groep mensen die de zee echt onder de knie hadden, de Nederlanders. Op zijn vijfentwintigste reisde hij anoniem, alsof hij een gewone man was, door de lage landen. Hij had zo genoten van Holland dat hij bij zijn terugkomst in Rusland zei: ‘Als God mij de tijd geeft, zal ik van Petersburg een tweede Amsterdam maken.’ Robin vond het een interessante man zei hij.
‘Klinkt als propaganda,’ zei Eva licht geïrriteerd.
‘Alle geschiedenis is propaganda.’ Antwoordde Stefan schertsend.
‘Oké, maar dit klinkt als staatspropaganda. Wedden dat ze in Frankrijk praten over hoe geweldig hij Franse wijn vond?’
‘Als ze slim zijn wel. Maar in Frankrijk is Willem van Oranje ook een onderduikende gladiool die met geluk wat moerasgebieden wist los te wrikken van Filips, die echt wel wat beters te doen had met zijn legers, maar zo werd er in Nederland ook niet over hem gepraat.’
‘Dat is ook een beetje bagatelliserend vind je niet? Hij was niet zomaar iemand en Nederland was amper meer een moeras te noemen, Den Briel dan? En Peters Amsterdam was er toen ook al gewoon hoor.’
‘Oké toegegeven. En nu ik het zo zeg, waarschijnlijk heeft Frankrijk wel wat onderzoek gedaan naar Willem en onze militaire kunsten, aangezien zij ons ook nog een tijdje veroverd hebben. Maar onze grote held en vader des vaderlands Guillermo krijgt zelfs in Spaanse geschiedenisboeken maar ongeveer vijf regels en de rest van de wereld kent hem niet. Onze helden zijn in principe net zo belangrijk als alle andere helden waar we nog nooit van hebben gehoord.’
‘Er is toch niets mis met een beetje trots? Daarom herinneren wij onze helden en zij die van hen. Ik hoef niet de hele wereld te kennen, gewoon wat voor mij belangrijk is.’
‘Nee, klopt. En in alle redelijkheid, Willem heeft mensen laten vechten in zijn naam en gaf niet op na een aanslag op zijn leven, wat hem zeker aanzien geeft en een held maakt. Maar het enige dat hij echt heeft gedaan om Willem van Oranje te worden is geboren worden. Ik betwijfel of hij ooit sabel aan sabel heeft gestaan met de mannen die Nederland vrij hebben gevochten.’
‘En Peter de Grote wel dan?’
‘Ik denk het niet nee. Ik ken niet zijn hele levensverhaal, maar de reden dat hij tsaar werd is omdat hij uit een fortuinlijke schede gefloept kwam. Dat hij goed gebruik heeft gemaakt van zijn positie is respectabel, evenals Willem. Maar ik durf te wedden dat je de meeste koningen net zo makkelijk zwart kunt maken als je ze de hemel in kunt prijzen. Het is maar wie er voor de klas staat.’
‘Ik vind Willem van Oranje nog steeds beter dan Peter de Grote.’
‘Ach kom op, de man zijn laatste woorden waren in het Frans. Eet je Mcflurry.’
‘Het is dat ik deze dingen heerlijk vind, Stefan…’
Hij nam ook een hap van zijn Mcflurry, grijnsde naar Eva en zei toen tegen Robin:
‘We kunnen deze zomer wel een keer naar Rusland op vakantie gaan als je wilt. Lijkt je dat leuk, Robin? Ze hebben heel veel mooie steden daar en lekker weer – in de zomer dan – kunnen we gelijk zien of God Peter de tijd heeft gegeven om Petersburg als Amsterdam te maken.’
‘Ja!’ riep Robin direct enthousiast. Eva keek even naar Stefan en vulde aan:
‘En dan gaan we daarna op de terugweg een weekje langs Kroatië, goed?’
‘Oké!’ bevestigde Robin direct, blij dat de verschillende wensen van zijn ouders altijd leidde tot winst voor hem. Stefan glimlachte lieflijk naar Eva die haar tong naar hem uitstak en stemde toe. Rusland en Kroatië dan maar.

Toen de blijdschap van cadeaus weer plaatsmaakte voor de norsheid van veroverd zijn en het echte avondeten – spare ribs – op was, keken Eva en Stefan nog wat Game of Thrones. Eva merkte op dat iedereen eigenlijk alleen maar last van het gezeik over die klomp ijzer en als je er iets aan wilde veranderen je koning moest zijn, dus meedoen aan het spelletje en het daarmee nog kutter maken voor iedereen, omdat er nu nóg iemand mensen de dood in wilde gaan jagen voor eigen gewin. Er zat misschien één redelijke koningskeuze tussen, maar die ging het toch niet worden en de rest waren incestkinderen of massamoordenaars en waren ze dat nu nog niet, dan werden ze dat volgend seizoen wel. Eva zei dat ze liever gewoon een boerin zou zij in die wereld, ergens ver van King’s Landing vandaan, waar geen ambitieuze mensen te vinden waren. Dan had je zo min mogelijk last van die idioten. Stefan was het met haar eens. Niemand had toch zin om ieder jaar een groep Lannisters of Starks langs te zien rijden die alle capabele mannen kwamen oprapen voor vechtverplichtingen?
‘Wel een prachtig land’ zei Eva met verheuging op de vakantie.

‘Inderdaad, aan de natuur zal het niet liggen,’ zei Stefan.

Na de tweede aflevering begon Stefan wat ongemakkelijk:
‘Eva, Tim gaat dood.’
‘Nee toch, weet je dat zeker?’
‘Ja, niets lijkt te helpen. Ik dacht echt dat. Ik dacht het echt, Eva.’
Ze omarmde hem
‘Je hebt alles gedaan wat je kon doen, toch?’
‘Iedereen maakt fouten, zijn lever begon sneller te falen dan ik had geanticipeerd.’
‘Maar binnen de redelijkheid, heb je alles gedaan wat je kon?’
‘Ja… Ja. Ik denk het. Maar ik geef om deze jongen, het is niet goed van me, maar het gebeurde.’
‘Je kunt jezelf niet verwijten dat je om mensen geeft, schat. Dat is waarom je het werk doet.’
‘Ik weet het, maar het is gewoon niet eerlijk. Het hoort niet. Hij is negen, Eva. Jonger dan Robin.’
‘Maar het is niet Robin. Je moet je richten op wat je hebt, Stefan. Je kunt niet het leed van de wereld projecteren op de mensen waar je van houdt, je zult compleet gestoord worden.’
‘Je hebt gelijk, Eva. Je hebt gelijk. Maar ik moet het hem vertellen en vervolgens toekijken.’
‘Ja, maar hij heeft ook een vader. En die weet niets van medicijnen. Hij is volledig machteloos van de zijlijn aan het toekijken naar zijn Robin. Kun je je voorstellen hoe hij zich voelt? Het enige dat hij hoort is dat het meest angstaanjagende monster dat we kennen huisvest in het lichaam van zijn zoontje en dat de enige missie van dit monster de vernietiging van zijn leven is. En hij kan er niets aan doen. Het moet absolute wanhoop zijn wat er in die man zijn hoofd omgaat.’
Stefan drukte zijn vrouw tegen zich aan en streelde haar achterhoofd.

‘Ik ben klaar met Sjonnie en zijn sneeuw. Laten we gaan slapen, alsjeblieft.’

In de ochtend werd hij wakker voor de wekker ging met een arm om Eva heengeslagen en een lok van haar golvende bruine haren rustend op zijn slaap. De seconde dat hij ontwaakte wist hij dat hij naar gedroomd had en flitsten er wat vage plaatjes door zijn hoofd, maar zodra hij zich wilde focussen op het algemene verhaal van zijn droom vervaagden alle beelden. Een seconde later bleef er enkel een vreemde mentale nasmaak hangen. Hij keek naar de wekker, tien minuten nog. Hij ging naar beneden, kauwde snel een boterham met pindakaas naar binnen, maakte een croissant met jam voor Eva en schonk wat sinaasappelsap voor haar in. Daarna maakte hij Robin wakker en bereidde zich voor om naar werk te gaan.

6
Waar had zijn droom nou precies over gegaan? Hij keek naar de weilanden met koeien die de snelweg vergezelden door de lage landen, naar de rivier die prachtig scheen in de ochtendzon, naar de auto’s en de mensen die ze bestuurden. Hij hield van dit stukje aarde. Hij dacht aan Eva en Robin. Wat als het wél fout gaat?
Toen hij aankwam op zijn werk begroette hij iedereen in de kleedruimte, trok snel zijn uniform aan en haastte hij zich naar Tims kamer waar zijn vader naast een leeg bed zachtjes zat te huilen. Hij zag Stefan staan en wierp een venijnige blik op hem af. Tim was dood. Hij was te laat. De droom. Een flits van vanochtend kwam terug, maar het verhaal bleef schimmig en verdween even snel als het gekomen was.
‘Daar ben je eindelijk. Dokter Stefan… Laat me je iets vragen, welke dokter zegt tegen een stervend klein jongetje dat hij maar beter niet kan hopen beter te worden? Dat hij ten dode is opgeschreven, dagen voordat hij gaat. Hoe durf je? Hoe durf je!? Wie denk je dat je bent!?’
‘Het is niet mijn schuld. Ik heb gedaan wat ik kon.’ Antwoordde Stefan, stomgeslagen stoïcijns.
‘Is dat zo ja? “Je gaat dood, jongen. Succes” is alles dat je kunt? Wat als dat hem over de rand heeft geduwd?’ klonk bijtend door het gesnik.
‘De medicatie sloeg niet aan. Hij verslechterde met de dag, hij verdiende de waarheid. We hebben allebei gedaan wat we konden, Aaron.’
Bij het horen van zijn naam stond hij op, Stefan deed een stapje terug.
‘Ik heb hem ten minste verteld dat hij het kon! Dat hij vol moest houden en moest blijven vechten!’
‘Jij was zijn vader, ik zijn dokter.’
‘Ik bén zijn vader!’
‘Dat is waar. Sorry. Mijn excuses,’ zei Stefan zachtjes en met oprechte spijt.
‘Je hebt geen idee hoe het is of wel? Je gaat vast straks naar huis met je dure auto en voordat je kop je kussen raakt is Tim alweer een kind van gisteren voor je.’
‘Sorry? Ik vond Tim een geweldige jongen en heb veel met hem gepraat toen hij hier was. Ik heb zelf een zoontje, een paar jaar ouder dan Tim.’
‘Maar die heeft geen kanker, of wel? Je hebt geen idee.’
‘Luister, Aaron, ik snap dat je boos bent, maar je denkt toch niet dat ik niet houd van de kinderen die hier voorbijkomen? Dat ik niet soms wakker lig om mensen als Tim alsof het mijn eigen kind is?’
‘Mensen als Tim!? Sorry, Mensen als Tim die hier voorbijkomen!?’ Aaron begon bozer te worden en Stefan verloor zijn eigen rust hierdoor.
‘Ja, mensen als Tim. Kijk om je heen, man! Zie je hoeveel kamers hier zijn? Zie je hoeveel bedden? Denk je dat die hier staan voor de sier? Om jou het speciale gevoel te geven dat je in een écht ziekenhuis bent? Ze staan hier omdat ze gebruikt worden, Aaron. Niet één keer, niet twee keer, maar dag in dag uit. Ik heb godverdomme al acht kinderen zien sterven in deze kamer. Ik heb al zoveel huilende ouders gezien in deze ruimte alleen. Uiteindelijk kun je niets anders dan accepteren wat je mogelijkheden zijn, die zo goed mogelijk gebruiken en de tijd zijn werk laten doen. Dat heb ik gedaan en dat heb jij gedaan. Meer is er niet. Ik hield van die jongen, meer dan van mijn andere patiënten, niet als jij dat deed en doet, natuurlijk niet, maar verdomme, Aaron ik pijnigde mijzelf iedere keer dat ik deze kamer binnenliep, omdat ik zag dat hij dag na dag iets van zijn leven moest inleveren en ik zijn laatste hoop was. Maar als de medicijnen niet werken ben ik weer gewoon een normale man. Dan is er niets magisch aan mij, de dokter. Dan ben ik gewoon een man die moet kijken naar een stervend kind. Jouw kind, hun kind, zijn kind, haar kind. Dag in dag uit. Jaar in jaar uit. En ik geloof graag dat ik ze hun waardigheid geef door eerlijk te zijn over het einde. Zodat ze niet strijdend de dood ingaan, maar met rust in hun hart kunnen sterven, wetende dat het niet hun schuld is. Dat is wat ik geloof. En dat is wat ik ga doen. Ik kan niet meer liegen tegen de stervenden. Het is niet eerlijk.’

Hij had meerdere malen zijn stem verheven en Aaron vol furie aangekeken. Er was een zeker begrip ontstaan.
‘H-het spijt me. Ik ben gewoon zo moe en het spijt me.’ Zei Aaron zonder enige vut in zijn stem.
‘Ik snap het. Je bent Tims vader. Ik verlies geen zonen hier, ik verlies patiënten. Ik zou kapotgaan als Robin ooit zo’n lot zou kennen en ik vrees het iedere dag. Wees pissig, wees laaiend. Wat je ook wilt. Het zijn jouw gevoelens. Maar weet dat dit niet jouw schuld is en dat ziektes altijd gaan doen wat ze doen. Daar zijn ze ziektes voor. Tim was een goede jongen, niemand verdient zijn lot.’
Aaron keek Stefan een lange tijd aan, boog zijn hoofd iets naar beneden en begon zacht te praten.
‘We zouden zodra hij beter was naar de eerst volgende wedstrijd PSV – Ajax gaan.’
Stefan keek hem aan en bleef stil.
‘Hij. Hij wilde altijd voetbal kijken ’s avonds, vooral wanneer PSV Europees voetbal had gehaald. Maar tegen de rust werd het al laat voor hem en door de reclames raakte hij zo vermoeid dat hij tien minuten na het begin van de tweede helft op de bank in slaap viel. Tenzij er een doelpunt werd gemaakt in de vierenvijftigste, lag Tim bij de vijfenvijftigste te slapen. Stipt.’

‘Ik dacht, misschien als we in het stadion zijn houdt het gejuich hem wel wakker en kan hij een keer de hele wedstrijd zien. Het zou een ritueeltje kunnen worden, ons ding weet je wel. Late wedstrijden zouden we in het stadion gaan kijken. Die dingen bedenk je dan ineens wanneer je al hier zit.’

‘Ik was er iedere zaterdag bij. Zeven uur opstaan. Daar heb je dan weekend voor. En tuurlijk, ik ben zijn vader, maar hij was écht een goede speler. Hij was snel en sportief op het veld. Hij hoefde echt geen prof te worden, dat is altijd gewoon geluk hebben, maar de selectie zat er sowieso in voor hem.’
‘Hij vertelde me dat hij brandweerman wilde worden,’ zei Stefan met een klein lachje dat de twee mannen deelden.
‘Ha, ja. Kleine pyromaan dat ie was. Ik zei nog dat het niet telde als je de brand zelf aanstak, maar hij riep alleen maar “Het vuur is uit het vuur is uit, ik ben een held, papa! Kijk ik ben een held!”‘

Het was even stil en Stefan zag een rilling door de man gaan. Hij begon gutturale klanken te mompelen en ineens keek hij Stefan met door-woede-samengeknepen en glimmende ogen aan, trok zijn jukbeenderen op en gooide zijn mond open.

‘Jij vieze vuile kankerleugenaar! je hebt mijn zoon van me afgenomen! MIJN ENIGE ZOON!’ brulde de vader uit zijn door verdriet geërodeerde keel. Stefan voelde het door zijn hart en het hele ziekenhuis galmen. Daarna begroef Aaron zijn gezicht in zijn handen terwijl hij krees van verdriet. Maar na enkele seconden gaf zijn stem het op en schudde de man enkel stilletjes snikkend zijn hoofd.
‘Ik snap het.’ Antwoordde Stefan met neergeslagen ogen. ‘En het spijt me, Aaron. Het spijt me.’
Hij liep de kamer uit en liet de man achter. Alleen. Zoals hij hier gekomen was.

7
Stefan ging vroeg naar huis die dag. De weilanden nu in het licht van de zon aan zijn zenit, de rivier met een langwerpig schip dat gestaag zijn gang stroomafwaarts naar de havens maakte. De radio berichtte over wat er nog over was van de Verenigde Staten, maar de wereld van het nieuws kon hem verrotten en hij draaide het volume naar nul. Alleen het geronk van zijn motor en het zoeven van de voorbijgangers bleef over. Een traan vormde zich in zijn ooghoek denkende aan Tim en Aaron. Er is iets échts verloren gegaan vandaag.

Eenmaal thuis vulde hij zijn belastingaangifte in die de nieuwe overheid graag zo snel mogelijk wilde hebben om te beginnen met de hervormingen.
‘Bah, klote belastingdienst ook altijd.’ Gromde hij, terwijl Eva een borsjtsj poogde te maken en Robin op zijn mobiel naar foto’s van Sint Petersburg aan het kijken was.
‘Hey, Robin,’ zei hij ineens. ‘PSV speelt thuis dit weekend toch?’
‘Ja, volgens mij wel. Feyenoord deze week.’
‘Heb je zin om te gaan?’
‘Ja!’ antwoordde hij enthousiast.
Stefan klikte het belastingtabblad weg en begon twee tickets te bestellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s