Maanpaarden

Het is stil in mijn kamer,
de deur gaat open
een schim kruipt
langzaam aan op de muur
ik wil gillen
maar stik in mijn adem,
verzuur
het heeft vingers
en tanden
en komt dichterbij

Het tikt op de spijlen aan de rand van mijn heiligdom
Tijd lijkt er niet toe te doen tot ie plots tot op een te korte afstand
komt van mij
stopt en kijkt
gromt ik blijf
stom verstijf
hij verspreid zich nu
van grond tot plafond
het is donker alom
en ik zwijg

Omringd door kwaadaardigheid
bid ik dat hij aardig blijft
smeek dat vanavond eens mee blijkt te vallen
want ik kan niet vechten
of krabben
of bijten
maar enkel bezwijken als dat ding naar me kijkt

Een nagel beweegt van mijn navel
tot borst
naar mijn tepel en wacht
zijn intenties verborgen
mijn armen en benen
bewegen zich niet
Mijn keel zit op slot
en het gorgelt
een vunzig
‘tot morgen’

ik voel me zo klein

voor hij vluchtig verdwijnt
En ik wakker schrik
fluistert hij nog een galmend refrein
in mijn oor

tot de morgen komt
tot morgen komt
van nu tot je dood
van nu tot je dood
ben je altijd van mij
tot de morgen komt
tot morgen komt

en ik zwijg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s