Weggemoffelde woede

Ik leerde op die avond eindelijk een gezicht te plaatsen bij het geheimzinnige monster dat racisme heet. Het was geen mooi gezicht, hoewel dat niet de schuld was van het racisme hoor, er zijn wonderschone racisten. Hij was gewoon een beetje lelijk, als een soort half rat half ork die een gevecht had verloren met de alfa man van zijn gebied en nu constant een beetje met een ingedrukt hoofd de wereld om hem heen observeerde. Zo iemand die alleen kracht kon halen uit een door de massa gedeelde hysterie van haat, maar zijn tong inslikte in het gezelschap van zogenaamde minderwaardigen. Of hoe wij zo iemand noemden in onze selecte alliantie van goedgezinde vrinden: “Een kankerlijer.”

Terwijl ik mijn pizza begon te snijden met de schaar van het huis en Olaf zichzelf een nieuwe fles port gunde bedacht ik me hoe vaak we het over mensen als Ludo hadden gehad op deze zolderkamer. Hoe we boeken hadden gelezen, verhalen hadden gehoord, films hadden gekeken en liederen beluisterd hadden over de gevolgen van deze man zijn ideeën. Over hoe mijn overgrootvader een verrader was geweest en mijn opa daardoor niet naar school kon zonder opgejaagd te worden en bij pleeggezinnen moest wonen. Over hoe mijn vader vroeger vaak een nummer draaide over een Joodse vrouw die met haar kindje van het treinstation naar de gaskamer wordt geleid en haar kind ervan overtuigt dat ze naar het circus gaan, decennia voor la vita è bella. Over het laatste couplet dat met een gebroken stem en gitaar de laatste woorden van de moeder naar haar kindje vertolkt: It doesn’t matter where daddy is or the fact that we are bare. It doesn’t matter that there are twenty human beings in this room all screaming prayers. No, I don’t mind that I’m choking under a siege of death’s praise, no I don’t mind so long as it never happens again. I don’t mind so long as it never happens again. Over hoe ik nog steeds rillingen kreeg en soms huilde bij het horen hiervan. Maar hier zat hij dan, met zijn hoofd. Zijn gewone mensenhoofd. Het gesprek ging verder:

‘Maar wat als je ze niet kunt zien, Ludo, wie zou je dan kiezen?’
‘Ja, maar zo’n situatie bestaat niet, ik weet van iedereen wie ze zijn.’
‘Maar stel dat je ze niet kunt zien, waar baseer je dan je keuze op? Want dan weet je niet meer wie er wel of niet op je lijkt. Dus hoe zou je de mensen zoeken die het meest op jou lijken?
‘Ja, maar nu probeer je het gewoon een compleet andere situatie te maken, in het echt zou het niet zo gaan en dat weet je, maar zou jij iemand anders kiezen dan?’
‘Probeer het niet te ontwijken, welke eigenschap beoordeel je de waarde van een mens op wanneer hun kleur wordt weggenomen? Wie ben jij naast je huidskleur?’

Het gesprek was ontstaan doordat Ludo de hypothese opwierp dat je de laatste belangrijke man op Aarde was en een keuze moest maken tussen wie zou mogen overleven na een ramp of iets dergelijks. Hij zei ‘Stel je voor je hebt een cirkel met mensen van het hele spectrum. Van alle soorten en tinten, van meest licht tot meest zwart. Als jij een knop had om te bepalen wie zou sterven en wie de Aarde erft, wie zou je dan kiezen om over te blijven? Natuurlijk de mensen die het meest op jou lijken toch? Dus dat zijn altijd de blanken, het is logisch. Waarom zou je dat niet doen?’

‘Omdat de mens die “het beste is” voor de Aarde dat niet zal zijn op basis van zijn huid, maar zijn karakter?’ Ik probeerde mijn verbazing in te houden terwijl ik dit zei, alsof ik hem zo ook nog moest gaan uitleggen wat rechts en links was aan de hand van de L die je duim en wijsvinger maken.

‘Ik denk dat niet-blanken lang genoeg de tijd hebben gehad om te laten zien dat hun karakters niet beter zijn dan dat van ons. En als huidskleur toch niet uitmaakt, dan zie ik geen reden om anderen over mijzelf te kiezen.’

‘Maar wat is denk je de reden dat jouw conceptie van jezelf, jouw beeld van wie jij bent als persoon, zich zo centreert op je huidskleur en ras? Je bezit honderden identiteiten die niets met je kleur of uiterlijk te maken hebben. Je zwemt, je studeert bouwkunde, je kijkt tv, je drinkt bier, je masturbeert – gelukkig op vrouwen, anders was je hoofd al helemaal een clusterfuck geweest, je houdt van bepaalde soorten muziek, films, landen etc. Je bestaat uit zoveel tekenende eigenschappen, je bezit zo veel mogelijkheden om jezelf uit te drukken en vriendschappen op te bouwen met iedereen die van dezelfde dingen houdt. Maar al deze dingen, letterlijk alle eigenschappen van een mens die hij bezit zijn voor jou onderworpen aan de kleur van zijn huid. Ze hebben minder potentie als mens volgens jouw beredenering. Wat jij hier zegt is dat wanneer je 100 identieke mensen hebt, jij ze ongelijk acht omdat de een donkerder is. Ludo, je bent een fucking nazi’. Wist ik eruit te lachen.

‘Oh daar gaan we weer, Ludo is weer nazi hoor, natuurlijk, zo makkelijk om dat woord rond te gooien’. Zei hij terwijl hij zijn handen opwierp.

Ludo had een kop waarvan het leek alsof er een afvoerputje onder z’n neus zat die met iedere mentale slijtageslag die het had ondergaan iets meer vanuit het midden was gaan slurpen aan zijn gezicht, waardoor het permanent verwrongen was. Hoewel hij ergens een mysterieuze aantrekkelijkheid bezat zag hij eruit als iemand die te vaak verteld was dat hij zijn bek moet houden om de verkeerde redenen en nu iedereen onterecht de mond wilde snoeren als tegenprestatie.

‘Weer nazi? Dit is de eerste keer dat ik je hier over spreek, tot nu toe hoorde ik het alleen af en toe van deze twee’ Ik gebaarde naar de tweelingbroers. Olaf nam snel een slok of twee om het woord aan Reza te laten, Reza haalde zijn schouders en zijn onderlip op en zei dat Olaf nu godverdomme een keer zijn huur moest betalen. Daarna keek hij naar Ludo die een verraden blik droeg en zei: ‘Wat? We praten hier over alles. Als je problemen hebt met je woorden dan moet je ze niet zeggen, man.’ En dat was waar, we praatten in dit huis over alles en we hebben zat racistische opmerkingen gemaakt over de jaren. Over iedere bevolkingsgroep en ieder land, over ieder soort mens uit iedere tijdsperiode, omdat het hilarisch was te bedenken dat sommige mensen dat soort dingen oprecht zeiden. De regel was echter dat je niet de grens van ironie overschreed, want vanaf dat moment was het geen grapje meer en mochten we ons serieus zorgen gaan maken.

‘Ze zeiden trouwens ook dat je klaagt over de “negerrap” die hier altijd wordt gedraaid? Maar mij wel complimenteren op mijn tracks? Omdat ik blank ben, Ludo? Is het daarom wel oké? Wat als een niet-blanke mijn muziek had gemaakt, Ludo? Ze vertelden ook dat je meermaals hebt geuit dat je zwarte mensen minder vind in vrijwel ieder aspect van het mens zijn. Dat je onbevreesd een zwarte “neger” in zijn gezicht zou noemen. Was jij het niet die vroeg om een tindermodificatie waar je geen donkere vrouwen meer zou krijgen als optie? Je ontkent zelfs dat er ook maar enige vorm van liefde mogelijk is tussen jou en een zwarte vrouw, maar nog erger, je haat ze niet alleen, je neemt al aanstoot aan hun fysieke aanwezigheid in jouw leven. Jij wilt dat mensen werk gaan verrichten zodat je niet hoeft te kijken naar een bepaalde huidskleur. Wil je soms ook graag bij de NS werken, Ludo?’

Ludo blies recalcitrant wat adem door zijn neus.

‘Dat was toch niet echt serieus. Maar ik vind ze ook gewoon niet aantrekkelijk. Tinder is er voor oppervlakkige aantrekkelijkheid en ik vind ze gewoon niet mooi. Jij hebt toch ook wel een type?’
‘Ja. Vrouwen.’
‘Ja, maar alsof je ze allemaal even mooi vindt.’
‘Je moest eens weten. Maar dat is niet het punt. Als ik iemand niet wil dan kan ik daarvoor kiezen. Ik heb liever niet dat mijn keuzevrijheid wordt ontnomen door anderen of dat ik naar vrouwen moet kijken als ik doe naar nieuw behang. Vindt je het zó erg om een donkere vrouw voorbij te zien komen op je telefoonscherm?’
‘Nee, maar ik weet gewoon dat ik er niets mee wil.’

Reza pakte ongevraagd een stuk pizza en ik besloot om de rest dan ook maar uit te delen.

‘À la. Over smaak valt niet te twisten zullen we maar zeggen. Maar je hoort dit vaker dus, dat je nazi bent? Misschien is dat een teken of zo, weet ik niet natuurlijk. Waren het blanken die je nazi noemden?’.

Er rustte een blik van lacherige verslagenheid op zijn gelaat, alsof hij ergens nog wel de humor inzag van de situatie, of dacht een kennis te bezitten die ik toch niet zou kunnen begrijpen.

‘Dus jij wilt zeggen dat Nederland er beter van wordt als immigranten hierheen komen?’
‘Niet noodzakelijkerwijs nee.’
‘Nou dan.’
‘Maar komt dat doordat de immigranten niet blank zijn, of omdat het immigranten zijn ongeacht hun komaf en immigranten vaak weinig bezittingen hebben, de taal niet spreken, ondergebracht worden in relatief kansarme omstandigheden en door een verlies van waardigheidsgevoelens en vervreemding zich lastig kunnen plaatsen in een nieuwe samenleving?’
‘Dat is toch hetzelfde. Het zijn immigranten omdat hun landen falen.’
‘En heeft dat te maken met hun huidskleur?’
‘Niet per sé, maar als je overwonnen wordt door anderen dan heeft dat toch een reden. Zwarten hebben ook een lager IQ dan blanken, dat weet je hè? Ze hebben een minder sterk cognitief vermogen dan wij. Dat is wetenschappelijk bewezen.’
Ik slaakte een zucht en begon zo kalm mogelijk:

‘Luister, Ludo, ik heb vaak genoeg in het echt en op het internet de levensloop van dit soort gedachtegangen gezien, we gaan zodadelijk wat door de media en ons verleden geconstrueerde bagger naar elkaar smijten waarvan we denken dat het waarheidsraketten zijn om een punt bij te staan dat we over twintig jaar toch niet meer omarmen en mochten we elkaars ogen raken met het natte zand en de ander zo overrompelen met ons faliekant betekenisloze gezwets dat hij stil is rekenen we dat als een overwinning en worden we arroganter. Gaat het iemand helpen? Nee. Je zult waarschijnlijk een coherent verhaaltje hebben met wat feitjes en wat cijfers, misschien zelfs wel een prozaïsche poging tot verantwoording voor je gevoelens. Daarna gaan we ons beroepen op historische gebeurtenissen, jij komt met wat specifiek geselecteerde onzin, ik eveneens en zo lullen we door tot we ruzie krijgen omdat jij een nazi bent en ik niet. Dit is letterlijk hoe het spelletje werkt. Doordat jij ervan overtuigd bent dat de rassen een vaste hiërarchie hebben probeer je mij te dwingen hetzelfde te doen, of in ieder geval binnen jouw visie te discussiëren, maar hiermee houd ik de kanker in stand. Dus meedoen in jouw waanbeelden is per definitie verliezen voor mij. Maar goed, je bent een haatvol persoon. Dat is leuk, want dat hebben we gemeen. Laat me raden hoe het komt.’

‘Wat, ga je nu naar ad hominems of zo?’

‘Huh? Oh nee joh, dat punt zijn we al ver voorbij. Ik probeer geen discussie meer te winnen, ik wil je gewoon beledigen om je te laten zien wat voor een miserabel misbaksel jij bent als witte man en tegelijkertijd ga ik je laten zien dat je rassenbroeders geen flikker om je geven en je zien als vuil, als de verloedering van de mensheid. In principe lijken we daarin wel op elkaar, ik ben zelf ook geen heilige en als ik een knop zou hebben om alle nazi’s dood te maken zou ik die indrukken. Doe ik toch nog een beetje mee aan jouw wereld.

‘Uitkijken hè, iets over een afgrond inkijken.’ corrigeerde Olaf me.

‘Sorry, maar hoe vaak krijg ik een kans als deze? Meestal zijn mensen zo geheimzinnig over dit soort dingen dus schreeuw ik maar wat in de wind. Maar nu heb ik een echte gewoon recht voor mijn neus zitten.’
Olaf keek naar Reza, het was niet alsof ze er iets aan gingen doen, er werd vaak geroepen dat je het huis kon verlaten bij een gewaagde opmerking, maar altijd schertsend, dus ging ik verder.

‘Zie je, Ludo, ik geloof dat er een aantal soorten mensen op de Aarde zijn. En ik ga ze niet benoemen want ik ken ze verreweg niet allemaal, maar één soort persoon is er wel uit te pikken, namelijk de cliché van de gekwetste kleuter die in zijn strijd met het lot zich tekort voelt komen en dat onlosmakelijk verbindt met “iemand anders zijn schuld”. En ik zweer het je, als aan het eind van deze avond blijkt dat jij zo iemand bent die hier durft te zeggen dat zijn ras het verdient te overleven omdat anderen minder zijn terwijl je gewoon auwie op je ziel hebt door wat dan ook.’

Ik liet een pauze vallen waarin ik al mijn eigen tienerwoede verzamelde en condenseerde in één kille blik die emotieloos genoeg leek om bloedserieus te zijn. Ik sprak niet boos, maar dreigend vastberaden.

‘then so help me, Ludo, ik ga je de tyfus in slaan. Als jij het gore lef hebt om je eigen adolescente angst om te zetten in een afdanking van miljarden mensen omdat de wereld nu eenmaal te eng is om te begrijpen voor je bekrompen brein, dan ga ik je stompen. Ik zweer het je, Ludo. Ik fucking zweer het je.’ De truc is om de woede binnen te houden en het manische borrelen over te laten koken in moordlust om vervolgens enkel die te tonen, emotie is zwakte volgens nazi’s. Moord is macht.

‘Haha, holy shit, rustig, jongens,’ zei Reza zonder overtuiging, maar met een tikje verheuging. Hij luisterde half met het gesprek mee en was ondertussen groot Pruissen aan het stichten op een computerspel. ‘Wil iemand nog port?’ Het beloofde een interessante zolderavond te worden. Ik ging verder omdat Ludo me de kans ertoe bood. Het mag gezegd worden dat hij al dit verbale geweld met een ijzeren wil doorstond, wat ik bijzonder respectwaardig achtte.

‘Het ding is, Ludo, je bent niet slim noch charismatisch genoeg om racist te zijn, maar je lijkt ook te dom om jezelf eruit te redeneren. Je bent een man die tegen zijn tv schreeuwt om een vrije trap maar dan op geopolitiek niveau. Niemand die er toe doet bij de besluitvorming kan je horen, iedereen om je heen ergert zich aan je stompzinnige uitspattingen en dit is de eerste wedstrijd die je kijkt in je leven. Je bent één van de miezerige lui waar mijn klein-klein-kleinkind grapjes over zal maken met zijn buurjongen in de klas wanneer hij leert over onze tijd. En als het goedkomt met de mensheid zal jouw soort langzaam maar zeker steeds ridiculer worden met iedere nieuwe editie van de geschiedenisboeken. De mensen die aandringen op verdeeldheid, de mensen van onredelijke haat, de mensen van archaïsche breincapaciteiten, “waarom probeerden ze het zo te verneuken voor de rest van ons?” zullen onze nazaten zich afvragen. ”Hadden ze niet door dat hetzelfde verdeel en heersmechanisme al tienduizend jaar gaande was? Hadden ze toen nog geen geschiedenis op school of zo?”

“Nee, dat is echt tweehonderd jaar geleden, weet je hoe dom mensen toen nog waren? Ze hadden nog geen eens … Hoe kun je ooit van ze verwachten dat ze …” zal het antwoord zijn en ze zullen gelijk hebben. We zijn nog steeds stupide en jij bent het wandelende bewijs. God wat zou ik je graag kapot maken als ik niet beter wist.’

‘Je laat je wel een beetje gaan op retorisch gebied, dude,’ zei Reza met een klein glimlachje
‘Weet je wie zich ook wel eens liet gaan op retorisch gebied?’ Vulde Olaf hem aan
‘Hypereides?’ vroeg Reza.
‘My man. Dem titties though’
‘Ja moet wel goddelijk zijn toch? Heb je ooit zulke areola’s op een willekeurige ho gezien? laat d’r maar vrij!’
‘Het is niet alsof ze ze nooit eerder hadden gezien. Het was wel gewoon een priesteres van Aphrodite.’
‘Ja, vandaar dat ze allemaal zo extra verbaasd deden. Ze wilden hun jongetjes ook niet jaloers maken natuurlijk.’
‘haha, Oh Griekenland…’

Het was een klassieke dialoog tussen twee broers die vanaf de kribbe elkaar aan het opleiden waren. Dat hier zowel een sluikse fascist als ik konden zitten was dan ook geen verrassing, ze keken gewoon graag naar wat de wereld te bieden had en lieten het schouwspel zich afspelen op hun zolder. Als de ultieme reality-tv waar ze samen over konden lullen de volgende dag. Daarbij speelde Ludo een aardig potje schaak en kon je goed met hem praten over Wagner.

We lachten naar elkaar en ik draaide me vervolgens weer naar Ludo, om hem te laten zien dat mijn plezier wegebde bij de ontmoeting van onze ogen. ‘Nee maar goed, Ludo, ik neem aan dat je allemaal dromen en ambities hebt en je heel bang bent dat deze niet uitkomen, net als ik, net als Olaf en Reza hier, net als iedereen daarbuiten van binnen. En dat is oké, dat maakt ons menselijk. Er is niets te verwijten aan je machteloos voelen, er is niets te verwijten aan doodsbang zijn dat je leven zal falen, er is niets te verwijten aan iemand daar de schuld van willen geven, dit zijn natuurlijke fenomenen die we voor ons geworpen krijgen door een stel hersens dat we niet kunnen controleren, enkel navolgen of verwerpen. En dáár verlies jij mijn aanzien. Want iedereen heeft problemen en iedereen worstelt ermee. Mijn moeder had problemen die ze niet kon overzien en pleegde zelfmoord. Mijn broer had problemen die hij niet kon overzien en werd dakloos en junk, niet in die volgorde. Mijn vader had problemen die hij niet kon overzien, werd junk en vertrok een half jaar naar Indonesië nadat hij al zijn bezittingen en drugs had verkocht. Wanneer ik problemen heb die ik niet kan overzien vlucht ik het liefst met een joint of vijf de hersendood in, ik zal het ergens van hebben. Het is niet erg om soms te bezwijken onder de druk van het leven. Het is wel erg wanneer je dit niet in jezelf zoekt, maar het de schuld van de wereld maakt en je angst omzet in haat. En dat is wat jij hebt gedaan zo te horen.

Maar even serieus, wie denk je dat je meer tot last zal zijn in de bloeifase van je leven als blanke Nederlandse student op weg naar een aimabele functie? Ghaibe At-Tawbi of Klaas Jan van den Oldenzaal? Wie zal waarschijnlijk je baas zijn waar je een hekel aan gaat krijgen? Wie zijn de politici waar je zo op gaat zeiken? Wie heeft er meer kans om je toekomstige deerne geneukt te hebben in een wilde avond op de soos waar ze zo droog stonden dat er ongenodigde gleufdieren naar binnen werden geronseld? Wie schuift haar waarschijnlijk drugs door d’r neus en een bierflesje in d’r reet voor een kek kiekje met de gasten? Wie behandelt vrouwen als neukbare deurmatten? Wie kijkt er nou écht op jou neer? Welke mensen zien jou als het object van walging dat jij projecteert op andersgekleurden? Wie heeft er ooit van je gehouden om wíe je was in plaats van wát je was?

Weet je überhaupt wat liefde is, jongen?’ Alleen deze zin gun ik hem mijn oprechte affectie in een blik en spreek ik met de intonatie die mijn moeder vroeger gebruikte wanneer ze op de rand van mijn bed zat gebogen over een huilend jongetje. ‘Op wie ben je nou écht boos, Ludo?’ De vraag galmde wat oncomfortabel door in mijn eigen borst.

Ik zag dat Reza naar de koelkast liep voor een biertje, hij vroeg Ludo of hij er eentje wilde en zette hem vervolgens voor hem neer. Ik gooide hem mijn aansteker toe als opener. Ik gaf hem wat rust, maar zodra hij zijn mond poogde te openen ging ik vrijpostig verder, ik had geen zin meer in weerwoorden. Het was onzin per definitie. In dat moment snapte ik hem even. Ik had alles al gehoord, ik had alle nazi’s al gezien, ik wist precies hoe ze in elkaar zaten. Ze mochten allemaal verrotten van me ongeacht wie ze waren. Ik wist dat ze ergens te redden vielen, maar verdelgen is zo veel makkelijker. Nazi zijn is zo simpel, bedacht ik me. Het is dé oplossing voor iemand die nergens heen kan.

‘Weet je wat het is, Ludo? En vergeef me dat ik een beroep doe op diploma’s en dergelijken, maar je studeert zelf, dus je weet dat, hoewel weinig, een universitair diploma iets waard is. Je zit hier op dit moment aan een tafel met drie man. Twee daarvan hebben geschiedenis en conflict gestudeerd en de ander theologie. Je kunt om je heen kijken en de boeken van alle culturen en tijden bewonderen die hier zijn opgestapeld over de jaren.’

De zolderkamer van de jongens was volledig bezaaid met schilderijtjes, verzen en citaten die neerkeken op een permanente rotzooi op de grond van boeken, bordspelen, drankflessen en dekens die ze droegen als kleding. Er waren souvenirs van over de hele wereld te zien met auteurs uit de corresponderende landen erbij. Voordat ze ergens heengingen lazen ze altijd eerst graag de nationale literatuur. Het scheelde werk aangezien ze ieder twee of drie boeken lazen en dan de samenvattingen aan elkaar vertelden.

‘Olaf en Reza zijn twee jongens waarvan ik weet dat ze hun laatste kruimel brood en hun afgeraffelde sandalen zonder twijfel aan de eerste de beste bedelaar aanbieden die hier om aalmoes komt vragen. Ik weet uit ervaring dat ze onderdak bieden aan mensen in nood mochten ze die tegenkomen, nuchter of beschonken. Ik weet dat ze over het algemeen de essentie van de mens liefhebben en haar zien als overwegend goed. Besef dat even. Denk erover na. Laat het dan inzinken dat wij hier discussies hebben gehad over of je ethisch gerechtigd bent nazi’s te slaan. Het is de enige groep waarvan we het durven overwegen, voor alle andere problemen is geweld simpelweg iets dat conflicten verergert en het pad tot herstel vertroebelt met kleine akkefietjes. Maar over nazi’s moesten we oprecht lang nadenken, want wat is het punt van praten met ze? Ze willen letterlijk meer dan de helft van de wereld dood omdat ze denken dat ze constant in oorlog zijn met iedereen. Omdat ze denken dat hun ras beter is. Ludo, zodra jij je muil opentrekt hoor ik eigenlijk alleen maar: “Ik heb heel veel nagedacht want ik ben al even over de twintig, maar maak je geen zorgen mensen, er is echt niets uitgekomen, ik ben een kankerdom siluurfiguur”‘

‘Oy, vey, niet alleen maar beledigen, houdt het proper,’ lachtte Olaf terwijl Reza gniffelde om het woord siluurfiguur, dat ik had geleerd van een andere zolderbezoeker.

‘En eigenlijk, nu ik het zo zeg maakt het helemaal niet uit waarom je nazi bent. Want als het niet door persoonlijk trauma is, maar je oprecht op rationele wijze gelooft dat dit de beste oplossing is dan vind ik dat nog erger en zou jij je nog meer moeten schamen. Dus eigenlijk zou ik je hoe dan ook moeten hoeken of niet?’ Ik keek hem recht aan in zijn bruine ogen en bespeurde een tikje verlegenheid en schaamte wat ik goed genoeg vond voor de avond. Ik leunde terug in mijn stoel en schudde langzaam mijn hoofd.
‘Ben je klaar?’ vroeg Ludo.
‘Ja, het is ook al elf uur en ik moet morgen werken, dus ik ga. Ik zie je wel weer een keer, Ludo. Denk wat na in de tussentijd. Later, boys.’ Ik pakte mijn spullen en liep naar de trap.
‘Gaat alles wel goed met je?’ vroeg Olaf.
‘Ja, man. Prima’
‘Aight. Later, man.’

De volgende dag ging ik weer langs bij Olaf en Reza. Ze zeiden dat Ludo niet te lang na mij was weggegaan, maar niet voordat hij nog wat opmerkingen had gemaakt over hoe emotioneel ik wel niet was geweest. Toen ook Olaf ging slapen had Ludo tegen Reza gezegd dat nu die andere twee eindelijk weg waren hij ten minste normaal kon praten met iemand die hem wél begreep, die wél de noodzaak van het redden van het blanke ras inzag. ‘We zijn in oorlog, Reza, maar alleen mensen als wij kunnen dat zien.’
Ik stak een joint op en begon te Wenen van binnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s