Tranentrekker

Emotioneel geconstipeerd was hij door een sombere bui die in hem schuilde en zijn oogjes samenkneep, maar hij durfde niet te huilen. Een grasveldje en een boom lagen ver onder hem te verdorren en riepen om regen, maar Rikkert het wolkje dreef te hoog om ze te kunnen horen.

De takken die moeite hadden hun schaarse blaadjes de groene kleur van voorspoed te geven zagen er breekbaar en broos uit deze zomer. Evenals de nu tarwegetinte grassprieten. Zo had Rikkert ze nog nooit gezien, het leek wel alsof ze daar beneden helemaal geen zin hadden om met hem te spelen zoals ze alle jaren die het wolkje zich kon herinneren gedaan hadden.

Rikkert riep naar beneden, maar er was geen gehoor en hij kon onmogelijk dichter bij de grond komen. Er ging een maanloze nacht voorbij en toen de gouden schroeier weer omhoog getrokken werd door de koets van de dageraad zag Rikkert een desolate aarde onder hem tevoorschijn komen.

De boom die hij kende had nog wat bladeren verloren en het gras lag op sterven na dood te creperen in het felle licht. Rikkert raakte in paniek en wist dat hij iets moest doen en snel. Het begon te borrelen in zijn lichaam, maar Rikkert raapte zichzelf snel bij elkaar en wist zijn tranen binnen te houden. Hij moest sterk zijn voor zijn vrienden op de kurkdroge vloer, want als ze zijn ware gemoedstoestand zouden zien droogde dat misschien wel de laatste bron van hoop op die in hen resteerde.

‘Huil… Rikkert… je moet huilen…’ wist de boom uit zijn bast te doen galmen.’
‘W-water… Rikkert… Water…’ sprak het door de hitte gegeselde gras in de wind. ‘Durf te huilen…’
Maar de noodroepen reikten niet verder dan enkele meters en Rikkert had geen wetenschap van hun gesmeek.

Op een zelfde soort zomerdag (het was dezelfde dag) dartelde een trekvogel over de vlakte. Hij had nog één nipje uit de fontein in het park genomen toen zijn soortgenoten hadden besloten hun tocht naar het zuiden in te zetten. Hij was achter geraakt en vervolgens verdwaald. Een paar dagen dwaalde hij al doelloos rond, niet wetende waar het zuiden noch de fontein was. Iedere slag van zijn vleugels was een pijnlijke belasting op zijn borstspieren en wanneer hij naar zijn snavel keek zag hij kleine scheurtjes van uitdroging op het oppervlak ontstaan. Als de grond van een dode vallei. Hij dacht aan het liedje dat zijn zusje en hij zongen op hun voorgaande tochten van noord naar zuid en terug. Hij begon zijn vers te zingen en fantaseerde de harmonie erbij.

Maar deze harmonie werd verstoord toen de vogel, in plaats van de strelende kreetjes van zijn zusje, een schrapende en levenloze klaagzang hoorde die hem aanvulde. Een stel klanken dat hem direct deed realiseren dat er wezens waren in dezelfde nood. Het geluid was vaag en leek van iets verderop meegedragen te zijn met een woei. De vogel ging iets lager vliegen en begon de grond te bespeuren voor de wezens tot hij ineens een uitgeputte kreun hoorde: ‘Rikkert… huil…’ het geluid deinde door de verstikkende hittewalmen, maar was duidelijk afkomstig van de boom waar hij boven vloog. Hij daalde direct neer op een tak en begon met de boom te spreken, die vertelde dat Rikkert het wolkje moest huilen als zij wilden overleven. De vogel keek omhoog en zag het eenzame wolkje drijven in de verder vlekkeloze lucht. Hij keek vervolgens naar de boom en vroeg:
‘Waarom huilt hij niet uit zichzelf?’
‘Dat kan hij niet,’ antwoordde de boom
‘Een wolk die niet kan huilen? Hoe kan dat nou?’
‘Hij heeft het nooit hoeven leren. Normaal deed zijn familie dat en kwam Rikkert gezellig met ons spelen. Soms kwam hij ons ’s morgens kietelen in de vorm van frisse dauwdruppels, maar dit jaar is hij alleen en hij kan ons denk ik niet horen.’
‘Waar is zijn familie heen?’
‘Verdampt in de vroege zomer.’
‘Ik zal proberen met hem te praten voor je.’

En met die woorden trok de vogel richting de zon tot hij op de hoogte zweefde waar Rikkert het wolkje dreef en hij zei tegen hem:
‘Rikkert, hé, Rikkert. Waarom huil je niet?’
‘Wie ben jij?’ Vroeg het wolkje verrast.
‘Ik ben een trekvogel die zijn familie is kwijtgeraakt en nu op zoek is naar het zuiden.’
‘Hoe ben jij je familie kwijtgeraakt?’ Vroeg het wolkje zacht.
‘Ik was in het park waar ik ieder jaar heenga, maar vlak voordat we teruggingen wilde ik nog wat genieten van het zoete water in de fontein en toen ik opkeek was iedereen weg.’
‘En nu? Weet je waar ze zijn?’
‘Ergens in het zuiden. Maar ik ben verdwaald. Daarom vloog ik hier voorbij en hoorde ik de boom en het gras vragen naar jou.’
‘Ze vragen naar mij?’
‘Natuurlijk doen ze dat!’
‘Oh…’ antwoordde Rikkert een tikje verlegen.
‘Maar genoeg daarover. Waarom huil je niet, Rikkert?’
‘Ik ben bang dat als ik mijn zware tranen laat vallen, en zwaar zijn ze, dat de tedere takken van mijn vriend zullen splijten en de tengere stengels van het gras daar beneden vermorzeld zullen worden.’
‘Waarom denk je dat?’
‘Omdat ik een donderwolk ben. Al dat spelen met mijn vrienden heeft ze moe gemaakt van mij. Mijn familie is ook zonder mij weggegaan. En nu gaan mijn vrienden dood en ik kan ze niet helpen.’
‘Maar kun je dan écht niet proberen te huilen?’
‘Ik wil niet dat mijn verdriet de ondergang van mijn vrienden wordt,’ zei het wolkje vastberaden.
‘Luister,’ zei de vogel, ‘als je nu niet je verdriet doet neerdalen zullen er geen vrienden meer zijn om over te peinzen. Dan zul je enkel nog tranen kunnen laten vallen op een uitgestorven stuk land dat je ooit je thuis noemde. En je zult je altijd afvragen wat er gebeurd zou zijn als je had durven huilen.’
‘Hoe weet je zo zeker dat ik ze beter kan maken?’
‘Het gras en de boom zijn al dagenlang aan het roepen naar je, maar je drijft te hoog en hun stemmen worden steeds minder sterk. Maar ze smeken je desalniettemin de hele tijd om regen.’ Zei de vogel nu zelf ook smekend.

‘Wat je ook zo sip heeft gelaten, Rikkert, stort het uit. Plens het neer op ons en je zult zien dat we alleen maar genieten van je dapperheid en niet wegkwijnen.’
‘Ik… ik durf het niet…’
‘Maar Rikkert, je bent een wolk. Wolken huilen soms. Dat is niet erg, dat wordt van ze verwacht. En als ik zo naar je kijk ben je al een tijdje tranen aan het sparen.’
Het wolkje keek hem aan.
‘Denk je dat echt?’
‘Als een wolk als jij nooit zou huilen dan zou ik me pas écht zorgen maken. Wees een wolk. Bedenk hoe het zal zijn om als laatste hangend boven het graf van je vrienden te verdampen tot niets. En huil dan. Huil met heel je liefhebbende hart en zie jouw tranen omgezet worden in het levensbloed van de natuur. De meest desastreuze hittegolven kunnen worden doorstaan met een enkele traan van jouw wang. Vrees niet om jouw plaats in de wereld te nemen.’ De vogel vloog weg en nam weer plaats op een van de takken.
‘En?’ Vroeg de boom.
‘Ik heb gedaan wat ik kon. Nu maar hopen,’ zei de uitgedroogde vogel gespannen.

20180725_195200_Richtone(HDR)

Het gras snakte naar adem en slaakte een hees gehijg op de grens van overlijden toen het getroffen werd door de vruchten van een hemels gesnik. De druppel raakte de top van een half gebogen spriet, die bijna bezweek onder het gewicht en toen het water van zich af liet glijden, om door de aarde te sijpelen en als voeding te dienen.

Ook de bladeren aan de boom klampten zich vast aan iedere druppel. Sommigen bogen hun rug om een klein badje voor de tranen te maken en niets van het verdriet verloren te laten gaan. Anderen lieten het geween over zich heenkomen en daarna naar de grond vallen. De vogel zat met zijn snavel gesperd richting Rikkert te kijken en dronk gulzig van zijn bui terwijl de barstjes op zijn harde lippen langzaam verdwenen.

De regen hield plots op en de vogel keek naar waar het wolkje hing. Er klonk een oorverdovende krijs die de voorheen serene lucht deed scheuren en Rikkert het huilende wolkje in tweeën splijtte. Vanuit het midden van de wolk kwam een gigantische klomp water vallen als een over-vele-jaren-gevoed tranenreservoir. Met een denderende snelheid raasde Rikkerts hart naar de grond, recht op de vogel af die net op het nippertje weg kon duiken en zijn nu vertrouwde tak aandeed.

De Aarde beefde toen het wolkenhart als een meteoor een diepe bres in de grond tussen het gras en de boom in sloeg. De achtergelaten krater was tot de nok toe gevuld met de nu vloeibaar geworden wolk en voor het eerst in een lange tijd konden alle partijen elkaar verstaan.

‘We probeerden je te roepen, Rikkert, maar we waren niet sterk genoeg meer,’ begon het gras.
‘Waarom hield je al die tranen in je zware hart vast? Voegde de boom eraan toe. Waarop Rikkert het oasewater reageerde: ik was bang dat het geweld van mijn tranen jullie zou krenken of breken. Als ik had geweten dat ze jullie nieuw leven zouden brengen was ik lang geleden begonnen, geloof me. Het is dankzij onze nieuwe vriend de vogel hier dat ik de moed had een wolk te zijn. En kijk me nu eens! Nu ik water ben kan ik voor altijd hier bij jullie blijven en iedere dag spelletjes spelen, net als vroeger!’ Er waren kreten van vreugde die de omgeving sierden met een welgemeend bejubelen van elkaars aanwezigheid en na een lange dag praten en lachen gingen alle aanwezigen slapen zodra de maan kwam.

En zo leefden zij hun dagen door, de maanden en de jaren in. Het hart van het wolkje lag diep in de grond begraven zodat het onuitputtelijk water kon geven aan het gras, de boom en de vogel die besloten had te blijven en af en toe wormpjes at die het gras teisterden. Zelfs de zon had zijn plaatsje gekregen in de vriendengroep. Wanneer hij zin had om met zijn hitte te prikken liet Rikkert zich voorzichtig omhoog takelen door een oppervlaktelaagje water aan hem af te staan. Wanneer hij hoog genoeg kwam en weer even een heel klein wolkje was lachtte hij vriendelijk naar de zon en begon te huilen van blijdschap. Dan viel hij uiteen in tienduizenden kleine druppeltjes en kietelde zijn vrienden die zich daarna door de zon lieten drogen.

Zo eindigde iedereen gelukkig op zijn eigen plek en leven ze langer dan jij en ik zodat we ze nooit hoeven zien sterven.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s